Het Utrechts Archief

De kaartencollectie van Het Utrechts Archief (door Nettie Stoppelenburg, 2017)

Adres en contactgegevens
Het Utrechts Archief
Tentoonstellingen: Hamburgerstraat 28, 3512 NS Utrecht
Studiezaal: Alexander Numankade 199-201, 3572 KW Utrecht
Telefoonnummer: 030-286 66 11
E-mailadres: inlichtingen@hetutrechtsarchief.nl
Website: hetutrechtsarchief.nl

Toegankelijkheid
Het Utrechts Archief is gevestigd op twee locaties. In het voormalige gebouw van het Kantongerecht aan de Hamburgerstraat 28 is het publiekscentrum van het archief gevestigd met activiteiten en tentoonstellingen. Het Utrechts Archief brengt per jaar twee wisseltentoonstellingen over de Utrechtse geschiedenis met topstukken uit de collectie. De toegang tot het publiekscentrum is gratis. Op de Alexander Numankade 199-201 zijn de depots met archieven en collecties gevestigd, evenals de bibliotheek en de studiezaal voor het uitvoeren van onderzoek. De toegang tot de studiezaal is gratis. De studiezaal is geopend van dinsdag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur. Op donderdagavond is de studiezaal geopend tot 21.00 uur. Voor het inzien van originelen dient u zich te laten inschrijven in de bezoekersregistratie. U heeft hiervoor een identiteitsbewijs nodig. Archief-, beeld- en kaartmateriaal dat digitaal beschikbaar is, wordt in principe niet meer op de studiezaal ter inzage gegeven.

Omvang
Het aantal kaarten dat in Het Utrechts Archief bewaard wordt, wordt geschat op ongeveer 15.000. Daarnaast bewaart het archief 27 prekadastrale kaartboeken, behorend bij diverse archieven.

Profiel
Het huidige Utrechts Archief is in 1998 ontstaan uit een fusie tussen het Rijksarchief in de provincie Utrecht en de Gemeentelijke Archief- en Fotodienst van Utrecht. Sinds die tijd is Het Utrechts Archief een gemeenschappelijke regeling van het ministerie van OCW en de gemeente Utrecht. Vanaf 1682 verzamelde het stadsbestuur van Utrecht topografische afbeeldingen. Volgens Samuel Muller, die de eerste catalogus van de topografisch historische atlas samenstelde, werden veel plattegronden gemaakt in opdracht van het stadsbestuur. Helaas zijn niet al deze kaarten bewaard gebleven, zoals een kaart die Herman Saftleven in 1648 maakte. In de eerste catalogus van Muller staan 61 plattegronden van de stad beschreven, waaronder ook verzamelaarsitems als een plattegrond uit de stedenatlas Civitates Orbis Terrarum van Braun en Hogenberg. In het supplement, uitgegeven in 1907, zijn daar nog 60 plattegronden bij gekomen. Muller beschrijft dat in het verleden een stedelijk ‘Caarteboek’ was samengesteld met zowel kaarten van de stad als van de provincie. Muller liet dit boek uit elkaar halen.
In 1901 werden de kaarten uit het ‘Caarteboek’ die betrekking hadden op de provincie overgedragen aan het Rijksarchief. Het Rijksarchief bezat al een interessante collectie kaarten zoals de militaire kaarten van ca. 1540 van de hand van Rombout Keldermans. In de catalogus van de provinciale atlas, die Muller – de man was zowel gemeentearchivaris als rijksarchivaris – in 1914 publiceerde, somt hij 58 militaire kaarten, 116 kaarten van de provincie, 76 kaarten van delen van de provincie en 94 kaarten van rivieren, vaarten, kanalen, dijken, sluizen, bruggen, wegen en spoorwegen op. Deze kaarten, inmiddels ca. 500 in aantal, zijn via een papieren catalogus op de studiezaal toegankelijk. Tot de topstukken behoren de handgetekende stadsplattegronden van enkele Utrechtse steden (Montfoort, Rhenen en IJsselstein) door Jacob van Deventer uit de zestiende eeuw. Een groot aantal plattegronden maakt deel uit van de verschillende archieven die bij Het Utrechts Archief worden bewaard. Zo zijn er in de kapittelarchieven niet alleen kaarten en kaartboeken te vinden van landerijen in de provincie Utrecht maar ook van landerijen buiten de provincie. Ook in de archieven van Rijkswaterstaat en de Nederlandse Spoorwegen bevindt zich kaartmateriaal. Het Utrechts Archief beheert ook de kadastrale kaarten van het grondgebied van de provincie. Kaarten die behoren bij ontwikkelingsplannen zijn in principe in de dossiers opgenomen. De kaarten uit het archief van het provinciaal bestuur 1813-1920, een kleine 2000, hebben een aparte inventaris gekregen.

Website
Via de website hetutrechtsarchief.nl zijn op dit moment bijna 1.000 kartografische documenten toegankelijk. 27 kaartboeken behorend bij de diverse archieven, zoals de kapittels en de gasthuizen in Utrecht, zijn volledig gescand en via de website in te zien.

Belangrijkste literatuur

  • Donkersloot-de Vrij, Marijke, Kaarten van Utrecht. Topografische en thematische kartografie van de stad uit vijf eeuwen. Utrecht: HES, 1989.
  • Kadastrale atlas provincie Utrecht [16 delen]. Utrecht: Stichting Kadastrale Atlas Provincie Utrecht, 1995-2008.
  • Muller, Samuel, Catalogus van den topographischen atlas der stad Utrecht. Utrecht: J.L. Beijers, 1878.
  • Muller, Samuel, Supplement op den catalogus van den topographischen atlas der stad Utrecht. Utrecht: W. Leydenroth, 1907.
  • Muller, Samuel, Catalogus van den topographischen atlas der provincie Utrecht. Utrecht: A. Oosthoek, 1914.
Ga naar de website Ga naar de beeldbank

Rijksprentenkabinet (Rijksmuseum Amsterdam)

Kartografische en topografische collecties van het Rijksprentenkabinet (door Laurien van der Werff, 2017)

Adres en contactgegevens
Bezoekadres: Studiezaal Rijksmuseum, Museumstraat 1, 1071 XX Amsterdam
Telefoon: +31 (0) 20 6747 267
E-mailadres: studiezaal@rijksmuseum.nl
Websites: www.rijksmuseum.nl
Openingstijden: Openingstijden: dinsdag tot zaterdag, van 10.00 tot 17.00 uur

Toegankelijkheid
De collecties van het Rijksprentenkabinet kunnen worden ingezien in de studiezaal. Hiervoor dient u uiterlijk een dag van te voren een afspraak te maken via studiezaal@rijksmuseum.nl. De studiezaal bevindt zich in het hoofdgebouw van het museum en is van dinsdag tot en met zaterdag geopend van 10.00 tot 17.00 uur. U wordt verzocht bij bezoek een geldig legitimatiebewijs mee te nemen.

Omvang
Het digitaliseringsproject Prentenkabinet Online houdt zich sinds 2007 bezig met de ontsluiting van de meer dan 700.000 objecten van het Rijksprentenkabinet. Ook de kartografische en topografische deelcollecties zullen zodoende de komende jaren gecatalogiseerd en gedigitaliseerd worden. Momenteel is nog maar een gedeelte ontsloten, waardoor het lastig is om de precieze omvang te duiden. De hieronder vermelde aantallen zijn dan ook schattingen en zullen na volledige ontsluiting bijgesteld worden. Ook zal dan duidelijk worden wat de verhouding tussen kartografisch en topografisch materiaal is. Aanvankelijk werd verondersteld dat de Atlas Ottens 5.665 objecten zou bevatten, maar nu de ontsluiting van deze collectie op gang is, wordt het aantal op zeker 6.700 geschat. De overige kartografische en topografische deelcollecties bevatten naar schatting nog eens 7.272 objecten. Dat betekent dat de totale omvang van kartografische en topografische documenten tenminste ca. 14.000 objecten bevat.

Profiel
De kaarten uit de collectie van het Rijksprentenkabinet vormen geen aparte verzameling, maar bevinden zich hoofdzakelijk in verschillende deelcollecties van kartografisch en topografisch materiaal.
Deze deelcollecties worden gevormd door een aantal atlassen – atlassen in de betekenis van verzamelingen van kartografische en topografische prenten – en, in mindere mate, tekeningen. De algemene kartografische en topografische collectie bestaat voor het grootste deel uit de collectie Cartografie en Topografie Nederland, waarvan de Atlas Ottens de basis vormt, en voor een kleiner deel uit Cartografie en Topografie Buitenland.
De Atlas Ottens heeft een interessante ontstaansgeschiedenis en dankt zijn naam aan Reinier Ottens (II). Deze telg uit de bekende Amsterdamse (kaart)uitgeversen drukkersfamilie verkocht zijn persoonlijke verzameling kaarten en topografische prenten en tekeningen – die hij deels had geërfd van zijn oom Reinier (I) – in 1772-1773 werkzaam aan het Kabinet van Oorlog van stadhouder Willem V. Na de Bataafse Revolutie van 1795 is de collectie door de Fransen meegenomen naar Parijs, om in 1815 of 1816 terug te keren naar Neder-land en in beheer van het Archief van Oorlog te vallen. In 1887 werd de atlas overgedragen aan het Rijksprentenkabinet.
De Atlas Ottens kan in feite gezien worden als een Google Maps en Streetview avant la lettre. Deze atlas, die voornamelijk uit zeventiende- en achttiende-eeuwse prenten en enkele tekeningen bestaat, zoomt als het ware in op de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden: van land- en provinciekaarten naar kaarten van kleinere gebieden zoals polders en heerlijkheden, naar stadsplattegronden, stadsprofielen, dorpsgezichten en prenten van specifieke gebouwen zoals kastelen, kerken, stadspoorten, stadhuizen et cetera. Het geheel is topografisch geordend en telt naast het bovengenoemde ook een aantal historieprenten. Daarnaast bevat de Atlas Ottens een portefeuille met hemel- en aardekaarten. Een ruime meerderheid van de prenten komt uit de zeventiende en achttiende eeuw, maar af en toe duikt er zestiende- en – door het Archief van Oorlog toegevoegd – negentiende- eeuws materiaal op. De collectie bevat voornamelijk in de Noordelijke Nederlanden vervaardigde commerciële kaarten. Desalniettemin zitten er een aantal exemplaren uit de Zuidelijke Nederlanden, Duitsland en Frankrijk tussen. Voor de kartografie ligt het belang van de Atlas Ottens in de enorme diversiteit aan materiaal. Van landkaarten tot kaarten van steeds kleinere gebieden en plattegronden van steden en vestingen; van los uitgegeven kaarten tot kaarten afkomstig uit gebonden atlassen en andere publicaties; van veelvoorkomende kaarten tot zeldzame of prachtig afgezette exemplaren – er is getracht zo veel mogelijk kartografisch materiaal van elk gebied te verzamelen. Met de ontsluiting van de collectie en de onderzoeksmogelijkheden die dit biedt, zullen mogelijk nieuwe vondsten gedaan worden. Zo is onlangs al een in de literatuur tot dusver onbekende staat van Bernard de Roys tiendelige Nieuwe kaart van den lande van Utrecht ontdekt.
De rest van de collecties Cartografie en Topografie Nederland en Buitenland is volgens hetzelfde topografische principe geordend en bevat eveneens kaarten en topografische prenten. Aangezien er in deze delen ook recenter – negentiende en twintigste-eeuws – materiaal zit, zijn hier ook vroege foto’s in te vinden. Verder zijn er nog verzamelingen als de achttiende-eeuwse Atlas Gordon, die onder andere getekende kaarten van het zuiden van Afrika en gekleurde tekeningen van Zuid-Afrikaanse landschappen bevat. Daarnaast zijn er kaarten en topografische prenten te vinden in andere collecties van het Rijksprentenkabinet, bijvoorbeeld in de collectie Frederik Muller Historieplaten en in de op prentmaker geordende algemene prentverzamelingen zoals de Hollandse School. Tot slot heeft de afdeling Geschiedenis een prentencollectie waarvan een deel kartografisch en topografisch materiaal bevat.

Website
De reeds gecatalogiseerde objecten zijn – indien gedigitaliseerd met beeld, anders zonder – raadpleegbaar via de website van het Rijksmuseum.

Belangrijkste literatuur

  • Aardoom, L. en J.F. Heijbroek, “De ‘Atlas Halma’, een verzameling van Reinier Ottens en stadhouder Willem V”, in: Bulletin van het Rijksmuseum 39 (1991), 3: pp. 263-282.
  • Rookmaaker, L.C., “De Gordon Atlas: achttiende eeuwse voorstellingen van het Zuidafrikaanse binnenland”, in: Bulletin van het Rijksmuseum 29 (1981), 3: pp. 123-135.
Ga naar de website Ga naar de Rijksstudio

De Brabant-Collectie (Universiteitsbibliotheek Tilburg)

De Brabant-Collectie van de Universiteitsbibliotheek Tilburg (door Emy Thorissen, met medewerking van Lieja Stalpers, 2016)

Adres en contactgegevens
Bezoekadres: Library Building (niveau 0), Warandelaan 2, 5037 AB Tilburg
Postadres: Postbus 90153, 5000 LE Tilburg
Contactpersonen: Emy Thorissen en Lieja Stalpers
E-mailadres: brabant@uvt.nl
Websites: www.brabantcollectie.nl

Toegankelijkheid
De Brabant-Collectie is gehuisvest in de Universiteitsbibliotheek Tilburg. Op niveau 0 bevinden zich de collectie (in open en gesloten magazijnen), het informatiepunt en de raadpleegruimte. Tijdens de openingstijden, maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur tot 17.00 uur, is er een permanente bezetting van dit informatiepunt en kunnen ter plaatse kostbare en bijzondere werken worden ingezien. Op zaterdag en zondag is de Brabant-Collectie alleen als studiezaal opengesteld en kunnen boeken en tijdschriften in de open openstelling geraadpleegd en worden uitgeleend. Een lenerspas is gratis verkrijgbaar voor onze gebruikers. De kaartencollecties maken deel uit van de Topografisch-Historische Atlas (THA) en worden bewaard in het depot. De kostbaarste atlassen bevinden zich in de kluis en het tresor. Ook in het externe magazijn van de Theologische Faculteit worden kartografische materialen opgeslagen. In de open opstelling staan veelal kartografische naslagwerken, topografische, historische atlassen en facsimile’s. De kaarten en atlassen zijn – onder toezicht – in te zien in raadpleegruimte (L 05). Losse kaarten zijn aan te vragen bij het Informatiepunt met behulp van de vindplaatsen, die te vinden zijn in de THA-databank. De atlassen zijn op te vragen via de catalogus WorldCat Discovery.

Omvang
De verzameling kartografie bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Bijna achthonderd losse kaarten betreffende Noord-Brabant. De kaartcollectie omvatzowel manuscriptkaarten (op perkament of papier) als gedrukte kaarten (op papier)en is ontsloten aan de hand van vier tijdsperiodes: Hertogdom Brabant (tot 1648), Generaliteitsland Brabant (1648-1795), Bataafs Brabant (1795-1815) en Provincie Noord-Brabant (1815-ca.1940). Deze kaarten zijn intussen hoogwaardig gedigitaliseerd. Daarnaast beschikt de Brabant-Collectie over honderden kaarten buiten Nederland, maar deze zijn nog niet ontsloten.
  2. Vijftien wandkaarten, waarvan twee van de XVII Provinciën der Nederlanden en de overige zijn Brabants. Het absolute pronkstuk is de Roman-Visscher-kaart (1661).
  3. Collectie Van der Heijden bestaande uit maar liefst 238 kaarten van de XVII Provinciën der Nederlanden tussen 1548-1794 en 45 atlassen en boeken, die naast kaarten der XVII Provinciën ook een groot aantal andere Nederlandse kaarten bevatten. De losse kaarten en de Brabantse kaarten in de atlassen zijn onlangs gedigitaliseerd.
  4. Collectie Chrispeels: 108 kaarten met betrekking tot Zuidelijke Nederlanden. Deze collectie is eveneens ontsloten en gedigitaliseerd.
  5. Bijna 350 atlassen van de Brabant-Collectie en Theologische Faculteit, slechts ontsloten op boekniveau.
  6. Ongeveer vijftig losse kaarten van de Theologische Faculteit, ontsloten in het GGC, maar niet beschikbaar in de eigen catalogus en niet gedigitaliseerd.
  7. Circa dertig Leo Belgici, beschreven en gedigitaliseerd.
  8. Duizenden prospecten, stadsplattegronden, vestingwerken en nieuwskaarten.
  9. Kartografische literatuur (twintigste-en ééntwintigste-eeuwse naslagwerken, topografische-, historische atlassen en facsimile’s) is ruim vertegenwoordigd.

Profiel
De Brabant-Collectie is voortgekomen uit het in 1837 in ‘s-Hertogenbosch opgerichte Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Het Genootschap had als doel het verzamelen van bronnenmateriaal met betrekking tot geschiedenis van het oude hertogdom Brabant en de pas net ontstane provincie Noord-Brabant. Deze van oorsprong historische collectie is nu eigendom van de provincie Noord-Brabant en is vanaf 1986 bij de Universiteitsbibliotheek Tilburg in beheer gegeven.
De Brabant-Collectie is te typeren als een wetenschappelijke bibliotheek met een omvangrijke museale tekeningen- en prentencollectie. De Brabant-Collectie bestaat uit boeken, tijdschriften, kranten, handschriften, tekeningen, prenten, kaarten en foto’s. De zwaartepunten liggen op het terrein van (lokale) geschiedenis, kunstgeschiedenis, volks- en heemkunde, historische geografie, genealogie, heraldiek en archeologie. Naast Brabantse drukken en kartografie is ook de Brabantse fotografie een speerpunt van de Brabant-Collectie.
Helaas heeft de Brabant-Collectie de oudste kaart van Brabant niet in haar bezit. Ze beschikt wel over een overzichtskaart van het Hertogdom Brabant uit circa 1540, een houtsnede van Sebastiaan Munster. Noemenswaardig is zeker de Roman-Visscher-kaart, een uniek kartografisch topstuk. De wandkaart van Brabant van Zacharias Roman (1595 – ca. 1675) en Nicolaas Johannes Visscher (1618 – 1679), getiteld Ducatus Brabantiae novissima descriptio per Nicolaum Ioa. Visscherum is het belangrijkste kartografische overzichtswerk van Brabant uit de zeventiende eeuw en een bijzondere kunstuiting uit de Gouden Eeuw. De kaart is het meest volledige exemplaar dat tot nu toe bekend is en daardoor cultureel van onschatbare waarde. In 1983 werd de kaart met financiële steun van de Provincie Noord-Brabant en het Provinciaal Anjerfonds Noord-Brabant verworven door het Provinciaal Genootschap. De hoofdkaart is uit twaalf bladen samengesteld met aan de bovenrand een titelstrook. Aan de zijborders is de kaart voorzien van veertien Brabantse stadsgezichten. Aan de benedenrand is een beschrijving van het Hertogdom Brabant in het Nederlands en Frans geplakt. De totale afmeting van de wandkaart bedraagt 167 x 217 cm.
Een ander bijzonder object is de samengestelde Ottens-Atlas, bestaande uit de Atlas der Nederlanden (zes delen met maar liefst uit 456 kaarten, plattegronden, vestingen, stads- en dorpsgezichten) en de Wereld-Atlas (twee delen met 190 kaarten). De voorkeur van de samensteller(s) ging uit naar kaarten van Nederlandse uitgevers. Als deze niet voorhanden waren, week men uit naar Duitse uitgevers zoals Seutter en Homann. Deze keuze duidt erop, dat de atlas midden achttiende eeuw is samengesteld.
Van groot belang voor onze regionale geschiedenis is de manuscriptkaart, die rechtstreeks voert naar het slagveld van Waterloo op 18 juni 1815. De kaart draagt als titel Sketch of the country between Roermonde and Schyndel by D. Paterson. De eigenlijke kaart (bestaande uit vier delen) heeft een afmeting van ca. 54 x 76 cm.

Beeldbank en websites
Het grootste deel van de Brabantse kaarten is te vinden in de Databank Topografisch-Historische Atlas via www.brabantcollectie.nl. De resolutie van de medio jaren ’90 vervaardigde afbeeldingen is laag. Verder worden deze afbeeldingen ook getoond via het portaal Thuis in Brabant (www.thuisinbrabant.nl). Ongeveer vierhonderd Brabantse kaarten zijn te bekijken op de website www.brabantinkaart.nl. De beschrijvingen van de Brabantse kaarten zijn intussen verbeterd, de collecties Van der Heijden en Chrispeels zijn volgens een aangepast beschrijvingsmodel ontsloten en alles is gescand. Naar verwachting wordt dit materiaal medio 2017 toegankelijk via de Brabant Cloud (www.brabantcloud.nl). Bekijk verder de blogs brabant-collectie.blogspot.nl en jubileumjaarbc.blogspot.nl: zoek op trefwoord ‘kaarten’; ‘cartografie’; ‘Roman-Visscher kaart’.

Belangrijkste literatuur

  • Kuyer, Chr. A.M., Brabantia Illustrata I – III en supplement, ‘s-Hertogenbosch, 1978-1981.
  • Maessen, Jaap, “Brabant Collectie uitgebreid met kaartencollectie H.A.M. van der Heijden”, in Caert-Thresoor 24 (2005), 1, p. 38.
  • Thorissen, Emy (met medewerking van Martijn Storms), “In memoriam Henk van der Heijden (1916-2012)”, in: Caert-Thresoor 32 (2013), 1, pp. 26-27.
  • Thorissen, Emy, “De Roman-Visscher-kaart: een cartografisch topstuk”, in: In Brabant 2 (2011), 2, pp. 32-35.
Ga naar de website van Tilburg University Ga naar de website van Brabants Erfgoed Ga naar de weblog Brabant-Collectie Ga naar de webblog Van Genootschapsbibliotheek naar Brabant-Collectie

Universiteitsbibliotheek Nijmegen

Kaartencollectie van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen (door Robert Arpots en Eefje Roodenburg, 2016)

Adres en contactgegevens
Postadres: Postbus 9100, 9100 HA Nijmegen
Bezoekadres: Erasmuslaan 36, 6525 GG Nijmegen
Website: http://www.ru.nl/ubn/bibliotheek/bijzondere-collecties/
Contactpersoon: Robert Arpots
E-mail: robert.arpots@ubn.ru.nl
Contact en raadpleging bibliotheek: http://www.ru.nl/ubn/askyourlibrarian/askyourlibrarian_ep
Telefoon: (024) 3612436

Toegankelijkheid
Materiaal uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen wordt geraadpleegd in de Leeszaal Bijzondere Collecties. De Leeszaal Bijzondere Collecties is voor het publiek geopend van maandag tot en met vrijdag van 11:00 uur tot 17:00 uur. Bezoekers dienen zich in de Leeszaal Bijzondere Collecties te legitimeren met een lenerspas van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen of met een geldig identiteitsbewijs. Gebruikers mogen het materiaal niet fotograferen. Verzoeken om scans kunnen worden ingediend bij de balie van de Leeszaal Bijzondere Collecties. De hele collectie is toegankelijk via de online publiekscatalogus, Picarta en Worldcat. De conservator verstrekt op afroep extra informatie en helpt, waar mogelijk, met het zoeken naar de juiste kaart.

Omvang 
De Universiteitsbibliotheek Nijmegen bezit geen aparte kaartencollectie. De Bijzondere Collecties zijn bovendien nog niet thematisch of systematisch ontsloten. Het is dus niet bekend hoeveel atlassen er in de collectie voorkomen of hoeveel kaarten er voorkomen in de werken die gedrukt zijn vóór 1801. Een zoekactie op de bibliografische toevoeging “‘krt'” levert 692 treffers op van gedrukte werken vóór 1801 waar kaarten en plattegronden in te vinden zijn. Tot de treffers worden ook de atlassen gerekend en dus is de collectie kaarten in boeken van vóór 1801 een veelvoud van 692. Kaartmateriaal kan als gevolg van de beperkte ontsluiting alleen gevonden worden door zoeken op titel van de atlas of de titel van het boek met één of meer kaarten. Voor het negentiende-eeuwse materiaal kan zelfs niet geschat worden wat er mogelijk aanwezig is aan kaarten of plattegronden. Een zoekactie op het trefwoord “‘atlassen'” levert slechts 82 treffers op, vervuild met atlassen over bijvoorbeeld huidziekten.

Profiel
De collectie van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen is tot ca. 1955 vooral gegroeid door schenkingen. Van ca. 1975-2000 groeide de collectie fors door de aankoop van de kloostercollecties, de collectie van het Kleinseminarie Apeldoorn, de collectie van het Nijmeegse Canisius College en de collectie van de Nederlandse Dominicanen. Het in de Universiteitsbibliotheek aanwezige kaartmateriaal stamt dus voornamelijk uit de vroege schenkingen en uit bovengenoemde aankopen. Er bestond en bestaat geen gericht verzameldoel. Hoewel helaas niets gezegd kan worden over het totaal aantal atlassen, kunnen wel enkele van de bekende worden opgesomd. De Universiteitsbibliotheek Nijmegen bezit Blaeus Grooten atlas (Van der Krogt 2:621) mét Blaeu-kastje, een schenking uit de jaren vijftig; Toonneel der steden van de Vereenighde Nederlanden (Van der Krogt 43:121A.1); Toonneel der steden van ’s konings Nederlanden (Van der Krogt 43:121A.1); G.M. Seutter, Atlas novus sive tabulæ geographicæ totius orbis faciem (Augsburg, ca. 1745); Atlas nouveau, contenant toutes les parties du monde (Amsterdam, Covens & Mortier, ca, 1770; Koeman C&M 9); Mercator, Atlantis novi pars secunda (Amsterdam, 1638; Van der Krogt 1:401.2Ab); J. Homann, Kleiner Atlas von fünfzig auserlesenen Land-Charten (Nürnberg, ca. 1730); J. Homann, Atlas compendiarius (Nürnberg, 1753); J. Homann, Atlas mathematico-historice delineatus (Nürnberg, 1762); Ortelius, Theatrum orbis terrarum (Antwerpen, 1595); Nieuwen atlas, ofte werelt beschryvinge ende volkome afbeeldinge van verscheyde Coninckrycken dl.2 (Amsterdam, 1638; Van der Krogt 1:431.2A); H. Chatelain, Atlas historique dl.1 (Amsterdam, 1705; Koeman Cha 1); Nieuwe en beknopte hand-atlas (Amsterdam, Tirion, 1754); Nieuwe en beknopte hand-atlas (Amsterdam, Tirion, ca. 1769; Koeman Tir 4 (variant)); J. Köhler, Descriptio orbis antiqvi in XLIV. tabulis exhibita (Nürnberg, ca. 1720); Ptolemaeus, Tabulae geographicae orbis terrarum veteribus cogniti (S.l., 1695) alsook de uitgave van Utrecht, 1698; drie edities van de Nieuwe geographische en historische atlas, van de Zeven Vereengde Nederlandsche Provintien (1740, ca. 1745 en 1766) en de Nieuwe astronomische geographische en historische zak en reis atlas (Amsterdam: Baalde, 1770); Compleete zak-atlas van de zeventien Nederlandsche provincien (Amsterdam, 1785). Kaarten en plattegronden komen verder vaak voor in Bijbels en reis- en plaatsbeschrijvingen. Zo bevindt de oudste kaart in de Universiteitsbibliotheek Nijmegen zich in de zogeheten “‘Vorstermanbijbel'” (Antwerpen 1528). In veel oude drukken die de beschrijving van een stad of streek als onderwerp hebben, komen kaarten voor van de regio waartoe de betreffende stad behoort alsook een plattegrond van de stad. Dit soort boeken doorbladeren, levert regelmatig de pijnlijke en teleurstellende ontdekking op: vaak blijkt dat de kaarten er uit zijn gesneden. De Universiteitsbibliotheek Nijmegen wil de kaarten in atlassen en overige gedrukte werken graag zodanig ontsluiten dat onderzoekers antwoord kunnen krijgen op bijvoorbeeld de volgende vragen: over welke gebieden gaan de kaarten, welke kaarten zijn handgekleurd, wie zijn de tekenaars en de graveurs en de uitgevers; hoe zijn de aantallen verdeeld over de verschillende eeuwen en over de verschillende plaatsen (landen) van uitgave. Helaas ontbreken daartoe de financiële middelen. De vroegere bibliotheek van het Instituut Sociale Geografie bezat overigens een aantal losse, ongecatalogiseerde twintigste-eeuwse kaarten. Een gedeelte daarvan is in het begin van de eenentwintigste eeuw overgedragen aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht.

Website
De Universiteitsbibliotheek Nijmegen digitaliseert al een aantal jaren het erfgoed met een Zeutschel 14000 volgens de Metamorfoze-normen. Digitaal beschkbaar zijn bijvoorbeeld, de:
– Atlas nouveau (Amsterdam: Covens & Mortier, ca.1770);
– Nieuwe en beknopte hand-atlas (Amsterdam: Tirion, 1754);
– Nieuwe geographische en historische atlas, van de Zeven Vereengde Nederlandsche Provintien (Amsterdam, Hendrik de Leth 1766);
– Nieuwe geographische Nederlandsche reise- en zak-atlas (Amsterdam: J. Sepp, 1773);
– Nouvel atlas des enfans (Amsterdam en Leiden: Van Gulik en Honkoop, 1799).
Gedigitaliseerd materiaal, intussen al ongeveer 3000 delen, is het makkelijkst terug te vinden met behulp van de Voortgangslijst. De Voortgangslijst is te vinden op de website van de Bijzondere Collecties, onder de rubriek digitalisering.

Belangrijkste Literatuur

  • Over de atlassen en andere werken met kaarten in de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen bestaat op dit moment geen literatuur.
Ga naar de website van de Bijzondere Collecties

Stadsarchief Delft

Kaartencollectie van Erfgoed Delft, Stadsarchief Delft (door Annika Hendriksen, 2016 – deze bijdrage is in 2025 aangepast door Alex Poldervaart)

Adres en Contactgegevens
Stadsarchief Delft
Bezoekadres: Gantel 21, 2635 DP Den Hoorn
Telefoon: 015 – 260 23 41
E-mailadres: stadsarchief@delft.nl
Websites: https://www.stadsarchiefdelft.nl/

Toegankelijkheid
Stadsarchief Delft is gevestigd in een modern archiefgebouw en bevindt zich in de Harnaschpolder in Den Hoorn. De studiezaal is geopend van dinsdag t/m donderdag van 9.00 tot 17.00 uur. In de studiezaal kunnen archiefstukken, bibliotheek- en beeldmateriaal worden aangevraagd en ingezien. Tevens is hier het volledige aanbod gedigitaliseerd beeldmateriaal te raadplegen, ook dat wat – onder meer als gevolg van auteursrechtelijke beperkingen – niet online te zien is. Voor reeds gedigitaliseerd materiaal geldt in het algemeen dat het origineel omwille van de kwetsbaarheid slechts bij hoge uitzondering ter inzage wordt gegeven.
Voor gebruik van de studiezaal en raadpleging van originele stukken is een eenmalige registratie via de website noodzakelijk. Met dit account kunnen stukken via de website voorafgaand aan het bezoek (thuis) worden aangevraagd.

Omvang
De beeldcollectie omvat circa 600 kaarten, plattegronden en verwante objecten. Daarnaast circa 5.000 ontwerptekeningen en calques. Doordat grote delen van de collectie niet volledig ontsloten is, is dit een schatting. Het geregistreerde deel van de beeldcollectie bevat duizenden prenten en tekeningen en meer dan 70.000 foto’s van topografische aard. Het archief beheert daarnaast circa 35.000 bouwtekeningen. In de studiezaal zijn gedigitaliseerde bouwvergunningen van de gemeente Delft vanaf 1880 tot 1 oktober 2010 raadpleegbaar.

Profiel
Stadsarchief Delft verzorgt de uitvoering van de aan de gemeentearchivaris opgedragen taken voor de gemeente Delft en ten dele voor de gemeenten Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Rijswijk. Vanouds was de archiefbewaarplaats van Delft in het stadhuis. Bij de stadsbrand in 1536 en de stadhuisbrand in 1618 zijn een aantal archieven verloren gegaan. In 1859 werd Mr. J. Soutendam tot eerste “stadsarchivarius” benoemd. Hij stelde de eerste inventarissen samen en voegde vele prenten, tekeningen en kaarten toe aan de collectie. In 1896 werd hij opgevolgd door mr. dr. H.S. Veldman. Van zijn hand zijn de catalogi van de Topographischen Atlas en van de Historischen Atlas te Delft uit 1898, waarin circa 2500 prenten en tekeningen zijn beschreven. Zeer waardevol, omdat dit het oudste overzicht is van de collectie van de ‘Historisch-Topografische Atlas’, nu de collectie Beeld en Geluid genoemd. De prenten- en tekeningenverzameling, waaronder ook kaarten en plattegronden, dankt een deel van zijn rijkdom aan Pieter Matthijs Beelaerts. Hij schonk in 1892 een groot deel van zijn collectie tekeningen, kaarten, plattegronden en portretten uit Delft en Delfland aan het stadsarchief. Sindsdien is de verzameling continu uitgebreid met beeldmateriaal uit gemeentelijke en particuliere archieven alsmede met schenkingen, aankopen en opdrachten. Van ingrijpende veranderingen in het stadsbeeld worden naast foto’s ook nog tekeningen en prenten van hedendaagse kunstenaars verzameld.
De oudste kaarten in de beeldcollectie, de manuscriptkaarten, gaan terug tot de zestiende eeuw en zijn onder meer afkomstig uit het Oud-archief der stad Delft (1246- 1795). Dergelijke kaarten maakten vaak onderdeel uit van een procesvoering of stonden in dienst van belastinginning en werden veelal gemaakt door ‘geadmitteerde’ landmeters. Eén van hen was Jan Jansz. Potter, landmeter van het Hoogheemraadschap van Delfland. Hij vervaardigde onder meer de kaart-figuratief van de Madelanden in 1567 en diverse kaarten in het kaartboek van het Delftse Weeshuis. Andere kaartboeken in de collectie zijn die van het Oude en Nieuwe Gasthuis uit de zestiende eeuw (landmeter Matthijs Jorisz. Been) en uit de zeventiende eeuw (landmeter Joan van Beest), een zestiende-eeuws kaartboek van het Meisjeshuis (landmeter Matthijs Jansz. Been), het kaartboek uit 1611 van het Leprooshuis (Van der Houck) en de negentiende-eeuwse kaartboeken van het Meisjeshuis en van het Weeshuis. Het kleinste kaartboek in de collectie is een kopie uit 1685 uit het Caert-Bouck vande landen toekomende den boedel van Ioff. Clara van Sparwoude, met opmetingen door de landmeters Duyndam, Klinckaert en Van Beest. Mogelijk is het origineel verloren gegaan maar ondanks de beperkte afmetingen (10,5 x17 cm) is het als bron goed te gebruiken. Van Joan van Beest bezit het archief tevens diverse losse kaarten. Een opmerkelijke kaart in de collectie is de kaart van Coenraet Oelensz uit circa 1550 die de Vliet weergeeft van Delft tot aan Leiden. Het is een kaart in vijf delen die in volle lengte bijna 6 meter beslaat. Deze werd gemaakt naar aanleiding van een geschil dat speelde voor de Heemraden van Delfland over de bevaarbaarheid van de Vliet, reden waarom de wedden, de doorwaadbare plaatsen, en de diepten van de vaart staan aangegeven. Van de plattegronden van Delft is de ‘Kaart Figuratief’ de bekendste. Deze bijzonder gedetailleerde kaart meet 90×120 cm en is gemaakt in opdracht van Dirck Evertsz van Bleyswijck. Van de eerste staat uit 1678 is die van Archief Delft vooralsnog het enige bekende bewaard gebleven exemplaar. In 1703 verscheen de tweede (bijgewerkte) staat, herkenbaar aan het ‘nieuwe’ Armamentarium tussen Oude Delft en Geer. De beeldcollectie bevat enkele oudere stadsplattegronden, zoals van Guicciardini, Braun en Hogenberg, Hondius, Janssonius en Merian. Het beeld op deze plattegronden verschilt sterk van latere exemplaren. Oorzaak was de ontploffing van het kruithuis in 1654, waarbij een deel van het noordwesten van de stad werd weggevaagd. Latere stadsplattegronden zijn er onder meer van De Wit, Covens en Tirion en tonen op die plek de Paardenmarkt. Ook herbergt de collectie enkele kaarten van (het Hoogheemraadschap) Delfland, waaronder herdrukken uit 1648 naar de kaart van Delfland uit 1611 van Floris Balthasars en verschillende versies (gedrukt op zijde, ingekleurd) van de bekende overzichtskaart van Cruquius uit 1712 (en 1750). In de negentiende eeuw volgen onder andere de kadastrale (minuut)kaarten en kaarten uit de archieven van Secretarie en Openbare Werken en ontwerpen door onder anderen Zocher en Poortman. Uit de twintigste eeuw stammen enerzijds de huisnummerkaarten en overige ‘gemeentelijke’ kaarten en anderzijds diverse stadsplattegronden voor hoofdzakelijk recreatief gebruik. Daarnaast zijn er nog diverse situatietekeningen, waarin een beperkt gebied van de stad of omgeving is vastgelegd. Tenslotte bevat de beeldcollectie nog een klein aantal atlassen zoals van Blaeu, De Wit en Goos en niet-Delftse kaarten zoals de Postkaart van Quack.

Website
Via de site https://www.stadsarchiefdelft.nl/ kan gezocht worden in de collectie van het archief.

Belangrijkste literatuur

  • Gaag, Stef van der, Historische atlas van Delft. Stad van ambacht en techniek. Nijmegen, 2015.
  • Houtzager, H.L. e.l. De kaart figuratief van Delft. Rijswijk, 1997.
  • Veldman, H.S. Catalogus van den Historischen Atlas van Delft en Delfland. Delft, 1898.
  • Veldman, H.S. Catalogus van den Topografischen Atlas van Delft en Delfland. Delft, 1898.

Universiteitsbibliotheek Vrije Universiteit Amsterdam

Kaartencollectie van de Universiteitsbibliotheek Vrije Universiteit Amsterdam (door Lida Ruitinga, 2016)

Adres en contactgegevens
Universiteitsbibliotheek Vrije Universiteit Amsterdam
Bezoekadres: De Boelelaan 1103, 1081 HV Amsterdam
Postadres: Universiteitsbibliotheek VU, De Boelelaan 1105, 1081 HV Amsterdam
Contactpersoon: Reinout Klaarenbeek (conservator Kaarten en atlassen)
E-mailadres: r.klaarenbeek@vu.nl en vraag.ub@vu.nl
Telefoon: 020-5985200
voor korte vragen aan de UB Websites: UB: ub.vu.nl/nl/index.aspx, Kaartenverzameling: ub.vu.nl/nl/collecties/kaartenverzameling/index.aspx en Geoplaza: geoplaza.vu.nl/cms/

Toegankelijkheid
De fysieke collectie van de Kaartenverzameling kan geraadpleegd worden via de UB-balie op de eerste verdieping van het Hoofdgebouw van de Vrije Universiteit.
Atlassen en kartografische literatuur kunnen elektronisch via de Catalogus gereserveerd worden; kaarten moeten bij de balie aangevraagd worden. Hiervoor geldt: wat voor 9.30 uur is aangevraagd, ligt na 12.00 uur klaar; wat voor 13.00 uur is aangevraagd, ligt na 15.00 uur klaar.
In de balieruimte bevinden zich studieplekken en kartografische naslagwerken in open opstelling. Er is een aparte leeszaal voor het raadplegen van bijzondere collecties. Voor de Kaartenverzameling gaat het hierbij om alle kaarten, oud en kwetsbaar materiaal uit de collectie atlassen en kartografische literatuur. Onder ‘oud’ verstaan we publicaties uitgegeven vóór 1900.
Studenten van de VU zijn automatisch (gratis) lid van de UB en kunnen lenen/raadplegen met hun collegekaart. Anderen kunnen – met geldige legitimatie – een lenerspas laten maken. Zie voor tarieven de website.
De openingstijden van de balie zijn van maandag tot en met vrijdag van 9.00-17.00 uur. In de loop van 2016 worden deze tijden uitgebreid. De collectie uit de e-Library is toegankelijk voor campusgebruikers. Anderen kunnen een gast-account aanvragen. De Beeldbank met oude kaarten is vrij toegankelijk. Geoplaza – het VU-portal voor GIS en Geodata – is eveneens vrij toegankelijk, maar er zijn beperkingen bij het gebruik van de data.
De bibliotheek beschikt over een Library Lab, waar groepsinstructie en presentaties gegeven kunnen worden.

Omvang 
De fysieke collectie van de Kaartenverzameling omvat meer dan 60.000 kaarten. Het gaat hierbij om losse topografische en thematische kaarten en kaartseries van gebieden uit de hele wereld uit verschillende periodes. Ook behoren hiertoe 303 wandkaarten (schoolkaarten) en 45 globes. Daarnaast omvat de collectie ongeveer 5.500 atlassen. Hiertoe behoren topografische en thematische wereldatlassen en nationale en regionale atlassen, inclusief een collectie planliteratuur (streekplannen en ruilverkavelingsrapporten). De kartografische literatuur omvat 5.100 titels, inclusief 930 reisgidsen, waaronder oude Baedekers, en de belangrijkste kartografische tijdschriften. In de e-library van de UBVU zijn digitaal aangeschafte atlassen, kartografische literatuur en tijdschriften te raadplegen. 5.700 oude kaarten zijn toegankelijk via de Beeldbank. Daarnaast zijn 40 datasets en geodata van zes onderzoeks/onderwijsprojecten opgenomen in Geoplaza.

Profiel
De collectie kan gekenschetst worden als een algemene collectie ter ondersteuning van onderwijs en onderzoek binnen de VU. Gezien de focus op het digitaal aanbieden van kaartmateriaal, is de aanschaf van gedrukte kaarten tot een minimum teruggebracht. Atlassen, literatuur en tijdschriften worden in toenemende mate digitaal aangeschaft. Gezien de behoefte wordt momenteel wordt vooral aandacht geschonken aan het ontsluiten van Nederlandse kaarten in de Beeldbank en op Geoplaza. Recentelijk zijn hier alle edities van de Topographische en Militaire Kaart der Nederlanden in opgenomen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de relatie tussen de collectie op papier en de digitale versie. Belangrijke deelcollecties zijn een bruikleencollectie van de Universiteit van Amsterdam met geologische kaarten en de Nugter-collectie die voornamelijk kaarten van Nederlands grondgebied bevat. Beide collecties zijn gedeeltelijk ontsloten. Uit de Mr. H. Bos-collectie zijn 276 items aanwezig met onder andere een hemelglobe van Blaeu.

Website
Op de website van de UBVU wordt het analoge en digitale aanbod van de Kaartenverzameling gepresenteerd door te klikken op Collecties -> Kaartenverzameling: literatuur, atlassen, kaarten, Beeldbank en Geoplaza. Ook praktische informatie is hier te vinden over de mogelijkheden ten aanzien van reproductie, fotograferen en dergelijke. De Beeldbank kan ook via Collecties -> Beeldbank geraadpleegd worden. Alle oude kaarten uit de collectie zijn in de Beeldbank opgenomen. Het betreft afzonderlijke kaarten, maar ook kaartseries en een atlas factice van 216 kaarten. Bij de series is, waar mogelijk, een bladindex opgenomen, waarop staat aangegeven welke bladen aanwezig zijn. Een afzonderlijk item in de Beeldbank is de Galérie agréable du monde. Alle 3802 afbeeldingen uit ‘Koeman’s Atlantes Neerlandici, Volume IV-A1 en IV-A2, The Galérie agréable du monde by Pieter van der Aa (1728) / Peter van der Krogt and Hans Braat’ uit 2012 zijn te bekijken, maar wel uitsluitend door campusgebruikers. De kaarten uit de Beeldbank kunnen in hoge kwaliteit bekeken worden en gratis gedownload (tiff-formaat, 300 dpi) via de knop Bestel afbeelding. Ook is het mogelijk te downloaden in lagere resolutie via de knop Download en te printen. VU Geoplaza biedt nog meer mogelijkheden. Gegeorefereerde kaarten en door de VU of door anderen samengestelde datasets kunnen hier bekeken worden op een ondergrond naar keuze (bijvoorbeeld Open Street Map of Google Satellite). Selecties kunnen worden gedownload en gebruikt worden voor GIS-toepassingen. Per set staat de toegankelijkheid aangegeven. Campusgebruikers hebben de meeste mogelijkheden. Geoplaza staat onder beheer van de UBVU en het VU SPINlab (Centre for research and education in Geo-Information).

Belangrijkste literatuur

  • Clement-van Alkemade, M.H.G., “Bijzondere kaarten in de verzameling”, in: Een vrije universiteitsbibliotheek. Assen, 1980, pp. 341-355.
  • “Fragmenten: cartografische beeldbijlage”, in: Kunstlicht 34,4 (2013) [Themanummer ‘Mind the map’], pp. 46-64.
  • Ruitinga, Lida, “Facsimile Maps and Atlases and their function in the Map Collection of the University Library of the Vrije Universiteit in Amsterdam”, in: The LIBER Quarterly 3 (1993) 1, pp. 77-89.
  • Ruitinga, Lida, “Die Heiligland-Karte von Lucas Cranach den Älteren: das älteste Kartenfragment aus der Kartensammlung der Bibliothek der Freien Universität in Amsterdam”, in: Cartographica Helvetica 9 (1994), pp. 40-41.
  • Ruitinga, Lida, “Een bijzondere hemelglobeuit de collectie van de Kaartenverzameling van de Bibliotheek van de Vrije Universiteit te Amsterdam”, in: Caert-Thresoor 16 (1997) 4, pp. 89-91.
  • Ruitinga, Lida, “Atlas factice met 216 kaarten te zien in Beeldbank Universiteitsbibliotheek Vrije Universiteit”, in: Caert-Thresoor 33 (2014) 1, p. 33.
  • Ruitinga, Lida, “De Topographische en Militaire kaart van het Koningrijk der Nederlanden digitaal beschikbaar in Universiteitsbibliotheek Vrije Universiteit Amsterdam”, in: Caert-Thresoor 35 (2016) 1, pp. 11-16.
  • Verstegen, Wybren, “Natuurschoonwetkaarten gered en nu via internet te raadplegen”, in: Caert-Thresoor 31 (2012) 3, pp. 75-78.

Bibliotheek Arnhem

Bibliotheek Arnhem (door Ferry Reurink en Hans Timmerman, 2015)

Adres en Contactgegevens
Bibliotheek Arnhem
Bezoekadres: Kortestraat 16, 6811 EP Arnhem
Postadres: Postbus 1168, 6801 ML Arnhem
Contactpersonen: Ferry Reurink en Hans Timmerman
E-mailadres: degelderlandbibliotheek@bibliotheekarnhem.nl
Websites: www.bibliotheekarnhem.nl/gelderland-bibliotheek.html en www.gelderlandinbeeld.nl

Toegankelijkheid
Sinds september 2013 is Bibliotheek Arnhem gevestigd in cultuurgebouw Rozet in Arnhem. De Gelderland Bibliotheek – onderdeel van Bibliotheek Arnhem – vormt hier in het souterrain samen met het voormalige Historisch Museum Arnhem het Erfgoedcentrum. Op een laagdrempelige wijze wordt hier de historie van Arnhem en omgeving gepresenteerd. In een zogenoemde verdiepende laag, die vooral bestaat uit de collectie van de Gelderland Bibliotheek, is er de mogelijkheid tot het verrichten van onderzoek en het raadplegen en (voor leden) lenen van Gelders materiaal. Het inzien van de deelcollectie ‘oude drukken en handschriften’ is in het Erfgoedcentrum ook mogelijk. Atlassen die tot de Gelderland Collectie behoren zijn te vinden in het Erfgoedcentrum (veelal topografische-, historische atlassen en facsimile’s) en in de magazijnen van het Erfgoedcentrum. De kaartcollectie wordt bewaard in een extern depot en is grotendeels digitaal beschikbaar via www.gelderlandinbeeld.nl. Voor het raadplegen van het kaartmateriaal in ons extern depot is een afspraak noodzakelijk.

Omvang
De kaartcollectie van Bibliotheek Arnhem telt circa 550 kaarten. Van deze kaarten zijn 482 kaarten gedigitaliseerd, te weten 248 Gelderse kaarten en het overige deel van andere provincies. Een klein deel van de collectie (46 stuks) bestaat uit kaarten buiten Nederland. Deze zijn niet digitaal beschikbaar. Het aantal atlassen bedraagt bijna 300 banden, waarvan het overgrote deel uit de 20ste en 21ste eeuw. Ook de zeventiende tot en met de negentiende eeuw is met een aantal van ongeveer 25 atlassen vertegenwoordigd.

Profiel
De Openbare Bibliotheek in Arnhem opende op 1 oktober 1856 haar deuren voor het publiek. In deze nieuwe bibliotheek werden onder andere de boekencollecties van de stad Arnhem, het provinciaal bestuur (Gouvernement Gelderland), het Paleis van Justitie en het Arnhems Historisch Genootschap ‘Prodesse Conamur’ bijeengebracht. Deze collecties dienden oorspronkelijk voornamelijk als handbibliotheek van deze organisaties en bevatten veel literatuur over (Gelderse) geschiedenis, topografie en recht. Vooral de stadscollectie bestaat uit veel oude drukken, waaronder voormalig kloosterbezit, maar ook uit een deel van de in 1811 gesloten Gelderse Academie in Harderwijk. Uit laatstgenoemde collectie komt een fraai ingekleurde set van de Grooten Atlas en het Toonneel der Steden van ’s Konings Nederlanden van de firma Blaeu. Een speciaal hiervoor ontworpen pronkkast is sinds de opening van het nieuwe Erfgoedcentrum in de publieksruimte te zien.
Naast de atlassen van Blaeu zijn in de eerste catalogus van de Arnhemse bibliotheek uit 1858 slechts een aantal geschiedkundige atlassen en een kleine veertig plattegronden, topografische kaarten en kaartboeken opgenomen. Door aanschaf en schenkingen is dit aantal een dikke twintig jaar later ongeveer verdubbeld. In de tussentijd zijn vooral veel (stads)plattegronden verschenen die door de bibliotheek zijn aangeschaft, zoals de gemeente-atlassen van J. Kuyper uit de jaren ’60 en ’70 van de negentiende eeuw. Ook schonk de Arnhemse drukker Nijhoff de nieuwste wandelkaarten, een rage in die tijd gezien de fraaie wandelgebieden in Arnhem en omgeving.
Een uitbreiding van de sectie “atlassen en kaarten” ontving de bibliotheek uit het legaat van de Arnhemse jurist en landelijk politicus mr. Willem Hendrik Dullert (1817-1881). Aardig zijn de kaarten die Dullert mogelijk door zijn werk als Tweede Kamerlid (1849-1881) in bezit heeft gekregen, zoals de Spoorwegkaart van de Nederlanden, België, Luxemburg, Noordelijk Frankrijk en Westelijk Duitschland uit 1872. Deze set bestaat uit acht bladen en is ontworpen door de heer Gerlach van Staatsspoorwegen en vervaardigd door steendrukker A.C. Nunnink uit Den Haag.
Bijzonder zijn een aantal manuscriptkaarten in de kaartcollectie van Bibliotheek Arnhem. Zo zijn er twee kaarten van dijkdoorbraken in het Gelderse Rivierengebied (uit 1809), een kaart van “het terrein tussen de Lek en Linge omtrent Culemborg” (1761) en een schetskaart van overlaten in de Linge. Een aantal van deze kaarten zijn afkomstig uit de voormalige collectie van Gouvernement Gelderland.
Het overgrote deel van de kaartcollectie van Bibliotheek Arnhem bestaat uit materiaal over de provincie Gelderland. Vooral na de oprichting van de Gelderse Bibliotheek in 1955 werd het reeds aanwezige Gelderse materiaal sterk uitgebreid, onder andere door het aanleggen van een topografische atlas van Gelderland, gericht op foto’s en prentbriefkaarten van de provincie maar ook op topografisch kaartmateriaal.

Beeldbank en websites
Het grootste deel van de kaartcollectie van de Gelderland Bibliotheek is te vinden op de website www.gelderlandinbeeld.nl. Daarnaast zijn de kaarten vindbaar via www.collectiegelderland.nl. Op Gelderland in Beeld zijn echter niet alleen Gelderse kaarten te zien. Aangezien diverse kaartreeksen meerdere provincies beslaan, is er voor gekozen ook de kaarten van andere provincies te tonen. Vooral de provincies Zeeland, Noord-Brabant, Overijssel en Limburg komen daardoor vaker in de collectie voor. Kaarten uit de collectie die buiten het Nederlandse gebied vallen zijn niet gedigitaliseerd.
De gedigitaliseerde collectie bestaat hoofdzakelijk uit kaarten uit de achttiende eeuw en de negentiende eeuw. Vaak gaat het om kaartreeksen van rivieren en kanalen, polders en dijken. Een kaart uit 1765 toont bijvoorbeeld de oversteek van de geallieerden over de Rijn bij Lobith en Tolkamer in 1758, tijdens de Zevenjarige Oorlog. Daarnaast zijn er een aantal kaarten uit de zeventiende eeuw, waaronder een kaart van Wageningen en haar vestingwerken (met de Aernhemse- en Rheense Poort) uit 1648, het jaar waarin de Tachtigjarige Oorlog beëindigd werd.
Een opmerkelijke set kaarten van recenter datum zijn tien geallieerde militaire stafkaarten uit 1944. Vijf van deze kaarten zijn na de Slag om Arnhem (op 9 oktober en 2 november 1944) gevonden in straten in Oosterbeek door J. Erkens. De kaarten zijn deels beschadigd, voorzien van overblijfselen van moddervlekken en op één kaart is zelfs een afdruk van een autoband (een Britse Jeep?) zichtbaar. Totaal zijn er 482 gedigitaliseerde kaarten op de site te zien.
De eerder genoemde Atlas van Blaeu is als een afzonderlijk bestand opgenomen in Gelderland in Beeld en volledig via een Bookviewer raadpleegbaar. Het is mogelijk per band (vijftien in totaal) te zoeken en daarnaast zijn er indexen op plaats, land en kaart.

Belangrijkste Literatuur

  • Arnhems Historisch Genootschap Prodesse Conamur, Bijdragen en Mededeelingen. Arnhem, 2003.
  • Jolles, J.A., ‘De openbare bibliotheek van Arnhem’, in: Bijdragen en Mededeelingen (vereniging Gelre) deel XLI (1938), p. 25-153.
  • Timmerman, Hans, ‘De Gelderland Bibliotheek digitaliseert’, in: Gelders Erfgoed. Tweemaandelijks Gelders cultuurhistorisch tijdschrift (2005) nr. 3, p. 13-15.

De collecties-Vandermaelen (Koninklijke Bibliotheek van België)

De collecties-Vandermaelen van de Koninklijke Bibliotheek van België (door Wouter Bracke & Marguerite Silvestre, 2015)

De afdeling Kaarten en plans van de Koninklijke  Bibliotheek van België bezit zonder meer de grootste en rijkste collectie losse kaarten, atlassen, wereld- en hemelbollen van het land. Maar ze is niet de enige afdeling in de bibliotheek waar kartografisch materiaal wordt bewaard.1 Toen in 1969 naar aanleiding van de inhuldiging van de nieuwe gebouwen van de nationale bibliotheek het Liber memorialis werd gepubliceerd met een korte beschrijving van de verschillende afdelingen die de bibliotheek telde, beperkte de toenmalige conservator van de afdeling Kaarten en plans Antoine De Smet zich dan ook niet tot wat in de pas opgerichte afdeling werd bewaard, maar gaf hij een overzicht van de volgens hem belangrijkste documenten voor de geschiedenis van de kartografie die in de hele bibliotheek worden bewaard.

Zo vermeldde hij Macrobius en zijn commentaar op Cicero’s Somnium Scipionis (hss. 10.146 en 10.038-53), Isidorus van Sevilla (hss. 9.311-19, 9.844, II 2.548, 5.547-58), het Liber historiarum van Guido van Pisa (hs. 3897-3919), Antoine Sanderus’ handschrift voor het derde volume van zijn Flandria Illustrata (hs. 16.823), incunabelen van Ptolemaeus’ Geographia, de astronomische tafels van Henricus Baers (1528), de werken van Gemma Frisius, enzovoort.2 Nog andere werken had hij nog aan zijn lijst kunnen toevoegen: de handschriften van Sallustius kunnen hieraan toegevoegd worden omdat ze vaak een wereldkaart afbeelden zoals hs. 10.057-62 of het hs. 9.231 van La Fleur des histoires met de prachtige en overbekende wereldkaart, of nog Marino Sanudo’s Liber secretorum fidelium crucis (hs. 9.347-48).
Vóór de oprichting van de autonome afdeling Kaarten en plans in de jaren 1960, maakte de dienst deel uit van de afdeling Gedrukte werken en voordien van het Prentenkabinet. Hoewel de kaarten uitdrukkelijk zijn vermeld in het organiek reglement van 1838 als deel van de eerste van de twee afdelingen waarin de bibliotheek toen werd ingedeeld – afdeling 2 omvatte de handschriften –, zijn ze lang stiefmoederlijk behandeld. Zo heeft algemeen conservator Louis Alvin het in zijn verslag voor de periode 1854-1856 over une assez nombreuse collection de cartes géographiques et topographiques, plans, etc. qu’il n’a pas été possible, jusqu›à ce jour, de classer convenablement, ni de cataloguer, ce qui rend très difficiles les recherches à faire dans cette partie.3 Twee jaar later kan hij dan toch meedelen dat een voorlopige catalogus van de kaarten is opgemaakt.4 In 1880 krijgt de collectie een nieuwe catalogus die toelaat gemakkelijk aanwinsten toe te voegen. In 1883-84 telt de verzameling 1.350 kaarten en plans. De verzameling Vandermaelen die in dat jaar de bibliotheek binnenkomt, is hier niet meegerekend omdat ze nog niet geïnventariseerd is. Ze wordt geschat op verscheidene duizenden kaarten. Die verzameling is een van de orgelpunten van de collectie: het bevat zowel de eigen productie als de private collectie kaarten van Philippe Vandermaelen.

De verwerving van de Collectie Vandermaelen
Zoals uit het voorgaande blijkt, het jaar 1880 is een keerpunt in de geschiedenis van de kaartenverzameling in de Koninklijke Bibliotheek. De losse kaarten en plannen werden zoals gezegd bewaard in het Prentenkabinet, voornamelijk omwille van het formaat. Ingebonden atlassen bevonden zich in de afdeling Gedrukte werken. De inventaris van het Prentenkabinet bevatte in die tijd circa 1.200 kartografische eenheden, alle op losse bladen.5 In 1880, over een periode van zes maanden, zorgde de komst van duizenden kaarten en plannen – in twee opeenvolgende golven – ervoor dat de kaartenverzameling van de Koninklijke Bibliotheek verviervoudigde. Meteen kwam er ook een eind aan het rustige bestaan in het Prentenkabinet. De eerste golf bestond in een schenking, de tweede in een aankoop, maar beiden hadden dezelfde herkomst: het Etablissement géographique de Bruxelles van Philippe Vandermaelen. Die was al op 29 mei 1869 overleden, maar het is pas op 20 mei 1880 dat Joseph Vandermaelen, zoon van de kartograaf, aan de Koninklijke Bibliotheek schenking doet van ‘un don considérable de toutes les publications de l’Institut géographique‘.6

Toen zes maanden later, van 16 tot 26 november, de bibliotheek en de wetenschappelijke collecties van het Etablissement Géographique op een openbare verkoop werden aangeboden gaf hoofdconservator Louis Alvin de opdracht om een grote partij kaarten, honderden boeken en het indrukwekkende archief te kopen.7 Louis Alvin kende de instelling goed omdat hij er op het einde van de jaren 1830 literatuur had onderwezen.8 Omdat de Koninklijke Bibliotheek niet de middelen vond om de komst van een dergelijke hoeveelheid documenten te verwerken zou de collectie van Vandermaelen een hele eeuw lang opgeslagen blijven in de laden en kasten in de magazijnen zonder dat iemand ernaar omkeek. Deze toevloed van documenten had toch ook wel een onmiddellijk positief gevolg voor de collectie kaarten en plans in het algemeen: de hoofdconservator verzocht immers de bevoegde minister een extensie te geven aan de afdeling. Deze uitbreiding werd des te noodzakelijker geacht omdat na de collectie Vandermaelen ook de kadastrale atlas van Popp door de afdeling was verworven. ‘Cette mappothèque, zo meende Alvin, devrait occuper un espace égal à l’une des salles du Cabinet des Estampes.9 In 1901 begon bibliothecaris Albert Tiberghien, in dit kabinet, met het rangschikken en catalogiseren van de eerste verzameling kaarten, terwijl de collectie Vandermaelen in de laden bleef liggen tot ook haar tijd zou komen.

Philippe Vandermaelen, de Mercator van de negentiende eeuw
Philippe Vandermaelen (1795-1869) was de zoon van een arts die zich tot industrieel had omgeschoold – voornamelijk in de zeepsector – en een van de rijkste Brusselaars was geworden. Vander-maelen, die van jongs af uiterst geboeid was door geografische kaarten, vormde zich op eigen houtje, de neus in de boeken, in de natuurwetenschappen en de verschillende methodes van kartografische projectie. Terwijl hij ook actief was als koopman – hij had een bloeiende drogisterij en verfwinkel in het centrum van Brussel –, besteedde hij een enorm bedrag aan kaarten, wetenschappelijke boeken, tijdschriften van geleerde genootschappen en reisverhalen die waar ook ter wereld verschenen. Met datzelfde geld had hij een kasteel kunnen kopen.

In 1825 – hij was toen nog geen 30 jaar oud – publiceerde hij de eerste afleveringen van een monumentaal werk, de Atlas universel op 400 bladen, alle op dezelfde schaal (1:1.640.000), die hij in 1827 voltooide. Deze atlas kende een overdonderend succes. Het was immers de eerste atlas ter wereld die was opgebouwd op basis van één enkele projectie en met één en dezelfde schaal; het was ook voor het eerst dat andere continenten dan Europa werden voorgesteld op dezelfde schaal als het Oude Continent. In principe kon men met alle afzonderlijke bladen een reusachtige wereldbol maken met zeven en een halve meter doorsnede; in werkelijkheid werden de kaarten vooral ingebonden in zes zware volumes. Het was ook de eerste atlas die werd gelithografeerd. De lithografie was een techniek die op het vlak van de kartografie nog in haar kinderschoenen stond; de meeste geografische kaarten werden nog in koper gegraveerd. Vandermaelen paste als eerste deze lichtere, flexibelere en goedkopere druktechniek toe op de industriële productie van kaarten. Ondanks zijn hoge prijs – 500 goudfranken – waren de duizend exemplaren van de Atlas universel in enkele jaren uitgeput; ze werden verspreid aan de vorstelijke hoven, aan universiteiten, bibliotheken en de voornaamste kringen in Europa en daarbuiten. Philippe Vandermaelen was een naam geworden in de kartografie.
In 1830, aan de vooravond van de Belgische onafhankelijkheid en terwijl hij de Atlas de l’Europe in 165 folio’s uitgaf, richtte Vandermaelen zijn eigen wetenschappelijke onderneming op, het Etablissement géographique de Bruxelles. In de Vlaamse wijk, aan de poorten van de hoofdstad, vond hij onderdak voor zijn lithografische persen, zijn teken- en graveerateliers, zijn bibliotheek en zijn kaartenverzamelingen. Zonder enige overheidssteun, werd hij de productiefste en meest gevraagde Belgische kartograaf van zijn tijd, zowel van de Staat als van de privésector. Terwijl het Dépôt de la Guerre, het officiële kartografische instituut van de nieuwe Staat, nog in zijn weg zocht – wat iets meer dan dertig jaar zou duren –, was Vandermaelen de facto de kartograaf van zo goed als alle overheidsdiensten geworden. Op enkele uitzonderingen na kwamen de verschillende bestuurlijke niveaus, provincies en gemeenten stelselmatig met hun bestellingen tot bij hem. Ook heel wat private ondernemers deden een beroep op hem om de projecten in kaart te brengen die ze vervolgens bij de overheid wilden indienen. Zo lithografeerde Vandermaelen een aanzienlijk aantal projecten van stadsontwikkeling en spoorlijnen.

De ambitie van Vandermaelen ging echter verder dan alleen maar de kartografie. Zijn ware passie was de geografie, die hij beschouwde als een universele wetenschap die alle menselijke kennis omarmde. Hij koesterde de ambitie om, met zijn instituut als uitvalsbasis, alle wetenschappelijke kennis bijeen te brengen en te verspreiden. Vandermaelen investeerde al zijn middelen – zijn tijd, zijn vermogen, zijn relatienetwerken, zijn persen, zijn genie – in de organisatie van het verzamelen, verwerken en verspreiden van gegevens.

Hij maakte van zijn Etablissement Géographique een veelzijdige instelling. Naast zijn kartografische onderneming, een rijke bibliotheek met meer dan 30 000 volumes en een indrukwekkende kaartencollectie, creëerde Vandermaelen ook een natuurhistorische galerie en een etnografisch museum. De ontelbare – anatomische, zoölogische, botanische, geologische, numismatische – verzamelingen waren het voorwerp van een wetenschappelijke indeling en werden ter beschikking gesteld van onderzoekers. Met zijn broer en vennoot Jean-François (1797-1872) bouwde hij een planetarium en legde hij broeikassen en een botanische tuin aan. In 1832 al financierde hij wetenschappelijke expedities naar Amerika en Oceanië. In Brussel leidde hij jonge natuurkundigen op die hij vervolgens uitstuurde om orchideeën en vogels te verzamelen in Brazilië, cactussen en mineralen in Mexico, granen en vogelbekdieren in Australië. In zijn streven naar de verspreiding van kennis richtte hij een school op en omringde hij zich met de beste professoren. Hij organiseerde lezingencycli, gratis openbare lessen en demonstraties voor het grote publiek. Het Etablissement géographique de Bruxelles was een bloeiend wetenschappelijk centrum waar belangrijke Belgische wetenschappers − botanici, geologen, chemici, geschiedkundigen − hun opwachting maakten. Gedurende bijna een halve eeuw kwamen vorsten en ambassadeurs, ministers en functionarissen, intellectuelen en professoren, ingenieurs en natuurkundigen elkaar tegen. Ze kwamen uit België, Europa en van overzeese gebieden

De Collectie Vandermaelen in de Koninklijke Bibliotheek
De Collectie Vandermaelen die de Koninklijke Bibliotheek van België bewaart, bestaat grotendeels uit de eigen productie van het Etablissement géographique de Bruxelles. Eerst en vooral produceerde deze instelling heel wat kaarten. Na kaarten van de wereld en van Europa te hebben vervaardigd, concentreerde Vandermaelen zich op België, dat intussen onafhankelijk was geworden. Hij onderhield bevoorrechte relaties met de administratie en wist op die manier de hand te leggen op de handgetekende plannen van de gemeentelijke kadasters. Hij verwierf ook de bestaande driehoeksmetingen. Hij stuurde zijn topografen uit naar de negen provincies om er de nodige opmetingen te gaan doen. Tegelijk begon hij aan een topografische kaart van het rijk op schaal 1:80.000, gevolgd door een andere op schaal 1:20.000, en publiceerde hij kadastrale plannen van de Belgische gemeenten. Het was een echt titanenwerk en hij is er nooit in geslaagd om ooit het hele land op kadaster vast te leggen. Wel lukte het hem om zijn kaart van België op schaal 1:80.000 en in 25 folio’s volledig af te werken in 1853. De publicatie wordt beschouwd als een meesterwerk van de lithografie. De 250 folio’s van de kaart op schaal 1:20.000 verschenen van 1846 tot 1854, lang vóór de kaart van het Dépôt de la Guerre waarvan de eerste bladen pas in 1865 van de persen rolden. Tegelijk tekende Vandermaelen plattegronden van steden, waaronder zeer veel plannen van Brussel, en publiceerde hij thematische kaarten, kaarten voor het openbaar onderwijs, geografische woordenboeken, jaarboeken, historische atlassen, kaarten van andere landen en continenten, globes … Vandermaelen werd zo de referentie op het vlak van de Belgische kartografie. In 1831, terwijl het Dépôt de la Guerre pas zijn eerste aarzelende stappen zette, deed de regering al een beroep op Vandermaelen om een Carte des frontières des ci-devant Provinces Unies te tekenen. De kaart diende om gebruikt te worden in het kader van de onderhandelingen tussen België en Holland. Het was het begin van een lange samenwerking tussen de Belgische overheidsadministratie en de private ondernemer. Eens hij de grenzen in kaart had gebracht, kreeg Vandermaelen de opdracht om ook de wegen, kanalen, spoorwegen en de telegraaf te karteren, gevolgd door de kartering van mijnen en industrieën, de waterpassing en de geologie van het rijk. Alle kaarten die hij op eigen initiatief tekende, de kaarten die hij voor de overheid lithografeerde en ook die welke hij voor privébedrijven vervaardigde worden vandaag, op enkele uitzonderingen na, bewaard in de afdeling Kaarten en plans van de Koninklijke Bibliotheek van België.

De afdeling bewaart ook een groot deel van alle documentatie die Vandermaelen bijeenbracht: circa 3.000 bundels met aantekeningen, circulaires, brochures, registers en diverse prospectussen alsook het merendeel van zijn spectaculaire kaartenbestand, bestaande uit vier miljoen steekkaarten die worden geacht de hele wetenschappelijke literatuur van 1830 tot 1869 te beslaan. Zijn verzameling kranten − ongeveer 2 500 specimina uit de hele wereld − werd toevertrouwd aan de afdeling Kranten en hedendaagse media.

Naast de eigen productie van het Etablissement Géographique bewaart de afdeling Kaarten en plans ook een deel van de kaartenverzameling van Philippe Vandermaelen. De collectie, die de basis vormt voor zijn kartografisch werk, wordt traditioneel ‘mappotheek’ genoemd. Het gaat om drieduizend kaarten op losse bladen, zowel oude kaarten als kaarten van de tijd van Vandermaelen. Sommige kaarten gaan terug tot de zestiende eeuw. Van de enkele honderden boeken die in 1880 werden verworven, worden de meeste bewaard in de afdeling Oude en kostbare drukwerken. Daartoe behoren atlassen, reisverslagen en beschrijvingen vergezeld van kaarten waarvan er vele hebben gediend ter voorbereiding van de Atlas universel, geografische en historische boeken, toponymische en taalkundige woordenboeken en, tot slot, enkele wetenschappelijke tijdschriften.

Het project Vandermaelen
In het begin van de jaren 1990 werd binnen de afdeling Kaarten en plans een klein team van onderzoekers samengesteld met als doel alle collecties-Vandermaelen die in de kasten van de afdeling werden bewaard stelselmatig te gaan inventariseren en te beschrijven op grond van de internationale bibliografische normen van de International Standard Bibliographic Description (ISBD). Het was een bijzonder ambitieus project. De kaarten werden immers bewaard zonder enig systeem, door elkaar en in alle mogelijke staten: naast afgewerkte en verkoopklare documenten waren er onvolledige reeksen, proefdrukken, werkexemplaren en losse fragmenten; naast documenten die van een handtekening en datum zijn voorzien, waren er ook vele anonieme documenten zonder datum. Vandaag heeft de Koninklijke Bibliotheek van België al zes boekdelen gepubliceerd, aan de publicatie van een zevende wordt gewerkt en een achtste is in voorbereiding. De eerste vijf zijn echte inventarissen, het zesde en het zevende zijn synthesewerken over de kartograaf en zijn instituut, het achtste zal handelen over de privéverzameling met kaarten van Vandermaelen. In het kader van het project ‘Reconstitution virtuelle de la mappothèque du cartographe Philippe Vandermaelen (1795-1869)‘ (Federaal Wetenschapsbeleid) wordt de kaartenverzameling virtueel gereconstrueerd en toegankelijk gemaakt via de website van de Koninklijke Bibliotheek van België.

Literatuur

  • Alvin, L. 1857. Rapport général sur la situation de la Bibliothèque royale de Belgique, adressé au ministre de l’intérieur par le conservateur en chef. Bruxelles: Deltombe.
  • Alvin, L. 1859. Rapport général sur la situation de la Bibliothèque Royale, pendant les années 1856-1857 et 1857- 1858, Présenté à M. Ch. Rogier, ministre de l’intérieur. Bruxelles: Deltombe.
  • Alvin, L. (1862), Rapport triennal sur la situation de la Bibliothèque royale, pendant les années 1858-1859, 1859-1860 et 1860-1861. Brussel: Deltombe.
  • Alvin, L. 1885. Exposé de la situation de la Bibliothèque royale durant l’année 1883-1884. Brussel: Régie du Moniteur belge.
  • Alvin, L. 1881. Rapport sur la situation de la Bibliothèque royale en 1880. Brussel: Régie du Moniteur Belge. Alvin, L . (1887), Situation de la Bibliothèque royale en 1885. Brussel: Régie du Moniteur.
  • Bracke, W. 2013. De collectie kaarten en plans in de Koninklijke Bibliotheek van België. In: van Royen, H. (red.). 2013. Gerard Mercator cartograaf, 1512-2012: de herinnering aan een ondernemend cartografisch wetenschapper, Gent: Snoeck, pp. 15 4-171.
  • Catalogue de la bibliothèque et des collections scientifiques, etc. de l’Etablissement Géographique à Bruxelles. 1880. Brussel: A. Bluf f, Librairie Ancienne.
  • De Smet, A. 1969. De afdeling Kaarten en plans. In Koninklijke Bibliotheek. Memorialis 1559-1969, Brussel: Koninklijke Bibliotheek van België, pp. 273-296.
  • Silvestre, M. 2014. Autour de Philippe Vandermaelen. Répertoire biographique des collaborateurs de l’Etablissement géographique de Bruxelles et de l’Ecole Normale. Brussel: Bibliothèque royale de Belgique (Inventaires raisonnés, VI).
  • Wellens-De Donder, L. 1972. Inventaire du fonds Philippe Vandermaelen conservé à la Bibliothèque royale Albert Ier. Brussel, Nationaal centrum voor de geschiedenis van de wetenschappen.

Noten
1. Voor een recente historische schets van de afdeling zie Bracke (2013).
2. De Smet, A. (1969).
3. Alvin (1857), p. 18.
4. Alvin (1859), p. 39.
5. Omstreeks 186 0 telden men ‘911 losse kaar ten en plannen’, omstreeks
188 3 waren het er 1.35 0 (Alvin, L . (1862), blz. 16; Alvin, L . (1885), p. 6).
6. Alvin, L. (1881), p. 9.
7. Alvin, L. (1887), p. 12. Voor de lijst te koop aangeboden werken zie Catalo-
gue de la bibliothèque et des collections scientifiques etc. de l’Etablissement
Géographique à Bruxelles (1880). Brussel: A. Bluf f, Librairie Ancienne.
8. Silvestre, M. (2014), pp. 299-30 0.
9. Alvin, L. (1887), p. 12.

Ga naar de website van de KBR

Koninklijke Bibliotheek Den Haag

Koninklijke Bibliotheek Den Haag (door Lia de Boer, 2015).

Adres en Contactgegevens
Bezoekadres: Prins Willem-Alexanderhof 5, 2595 BE Den Haag
Postadres: Postbus 90407, 2509 LK Den Haag
Website: www.kb.nl
Telefoon: 070-3140911
Contact: www.kb.nl/contact

Toegankelijkheid
De kartografie-collectie van de KB is ontsloten via de online publiekscatalogus (OPC) via WorldCatLocal, waarin in één keer alle gedrukte en digitale catalogi van de KB doorzocht kunnen worden, en via Delpher, waarin miljoenen full-tekst pagina’s boeken, tijdschriften en kranten te vinden zijn. Kaarten en atlassen zijn alleen in de leeszalen in te zien; ze kunnen niet mee naar huis genomen worden. Boeken op het gebied van kartografie zijn beperkt uitleenbaar mits ze niet uitgegeven zijn in Nederland, of handelen over Nederland, of op één van de leeszalen zijn geplaatst. Er staan een 150-tal kartografische naslagwerken en zo’n 450 topografische, nationale, thematische en regionale (landen) atlassen in open opstelling op de Algemene Leeszaal en de Leeszaal van Nederland. Losse kaarten, boeken en atlassen van voor 1800 zijn alleen in de leeszaal van de Bijzondere Collecties raadpleegbaar.

Omvang
Tot 1880 telde de collectie kartografie ongeveer 2.500 kaarten, waaronder 3 portolanen op perkament, ongeveer 350 Nederlandse en 100 buitenlandse atlassen en 4 manuscriptatlassen. Van 1880-1945 kwamen zo’n 1.000 kaarten en enkele honderdenatlassen binnen. Na 1945 meer dan 9.000 kaarten, 10.000 (stads)plattegronden, 280 stokkaarten, 2.000 atlassen, waaronder ook diverse facsimile’s, en zo’n 60 globes. Verder zijn in de boeken en tijdschriften van de KB-collectie een onbekend aantal kaarten te vinden.

Profiel
De oorsprong van de kartografie-collectie van de KB ligt in de stadhouderlijke bibliotheek van Willem V (1748-1806), waarin diverse kaarten en atlassen te vinden waren, zoals de stedenatlas van Joan Blaeu uit 1649 met daarin diverse plattegronden, vestingskaarten en oorlogstabletten (KW 395 B 14 [2]). Ook de Latijnse editie van de grootste wereldatlas ooit gepubliceerd, de 11-delige beroemde Atlas Major van Blaeu uit 1662 (KW 1046 B 1-11), komt hoogstwaarschijnlijk uit zijn verzameling.
Tijdens de Bataafse Republiek werd de bibliotheek van de naar Engeland uitgeweken stadhouder in 1798, tezamen met de boekerijen van een paar opgeheven staatscolleges omgezet in een Nationale Bibliotheek van Nederland. Van koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) ontving de bibliotheek later het predicaat “Koninklijk”.
In 1807 werd de kartografie-collectie flink uitgebreid met ±10.000 kaarten en atlassen uit de verzameling van Mr. Joost Romswinckel, maar de kaarten moesten helaas in 1858 op last van de regering bijna allemaal aan het Departement van Oorlog worden afgestaan. Later zijn deze grotendeels in het Nationaal Archief terechtgekomen. Gelukkig bleven de kostbare manuscriptkaarten en de atlassen in de KB achter, waaronder de Dauphin atlas (KW 129 A 24), een manuscript zeeatlas uit Frankrijk van 1538 opgedragen aan de Dauphin, de latere Franse koning Hendrik II (1547-1559).
In 1887 ontving de KB uit de nalatenschap van P.J.B.C. Robidé van der Aa een verzameling kaarten en atlassen, waaronder fraaie volledig ingekleurde zeventiende- en achttiende-eeuwse exemplaren van de Germania inferior van Nicolaes Visscher (KW 395 A 7) en de Nieuwe atlas< van Guillaume Sanson (KW 1792 A 16-18), alsook de negendelige Groote atlas van 1664 van Joan Blaeu (KW 1050 B 5-13). Ook de Atlas uit 1633 van Mercator en Hondius (KW 223 A 23-24) is een van de hoogtepunten uit deze collectie.
De vierdelige in verguld perkament gebonden Atlas van der Hagen (KW 1049 B 10-13) stamt ook uit deze erfenis. De toenmalige bibliothecaris M.F.A.G. Campbell noemde dit het meest bijzondere stuk van het legaat. De factise-atlas bevat meer dan 400 kaarten en prenten van verschillend formaat, gemaakt door onder andere Blaeu, Visscher, De Wit, Janssonius en Romeyn de Hooghe en is prachtig door Dirck Jansz van Santen met de hand ingekleurd. De kaarten werden eind zeventiende eeuw verzameld door de Amsterdams koopman Dirk van der Hagen. Deze atlas is door de KB gedigitaliseerd en in Het Geheugen van Nederland te raadplegen (zie beneden).
Sinds die tijd is de oude kartografie-collectie van de KB geleidelijk gegroeid door aankoop en geschenken. Noemenswaardig zijn in dit verband de twee meest recente aanwinsten van de collectie: In 2010 verwierf de KB een prachtig ingekleurd exemplaar van de eerste editie van de stedenatlas van Frederick de Wit uit 1698 (KW 1046 B 16), waarvan tot dan toe nog maar vier exemplaren bekend waren, met plattegronden van de belangrijkste (151) steden in Nederland en België. In 2012 werd hiervan door uitgeverij Lannoo een facsimile gemaakt met een inleiding door Marieke van Delft en Peter van der Krogt.
In 2013 werd Theatre, oft Toonneel des aerdt-bodems van Abraham Ortelius (Antwerpen 1571-1584) aangekocht (KW 1046 B 17). Deze atlas, waarvan de Latijnse editie een jaar eerder verschenen was, wordt beschouwd als één van de eerste moderne atlassen. In dit exemplaar zijn 53 fraai ingekleurde kaarten uit de gehele wereld met een volledig Nederlandse beschrijving op de achterkant opgenomen (eerste editie) en een aanvulling van 16 kaarten (tweede editie) met daarbij nog een derde en vierde aanvulling van 24 kaarten zonder tekst. Juist de aanwezigheid van deze Nederlandse teksten en de afwezigheid ervan op de laatste aanvulling-en maakt dit exemplaar zeldzaam en uniek.
Enkele andere topstukken uit de collectie van de KB zijn de Cosmographia uit 1482 van Ptolemaeus (KW 170 A 7), de maritieme atlas Le Neptune françois uit 1693 (KW 394 A 58 [1]), de Atlas nouveau van Sanson uit 1696 (KW 1744 A 20-21) en de Nieuwe atlas van dezelfde Sanson met 107 kaarten uitgegeven tussen 1650 en 1718 (KW 395 B 8), waaronder prachtige volledig ingekleurde stadsplattegronden en 26 oorlogskaarten over de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) van de Haagse uitgever Anna Beek.
Het huidige aanschafbeleid richt zich vooral op verwerving van Nederlands materiaal. Ook worden oudere bijzondere stukken aangeschaft zoals de bovengenoemde atlassen van Ortelius en De Wit. In 1974 werd een vrijwillig Nationaal Depot ingesteld waarbij de KB van iedere uitgegeven publicatie in Nederland één exemplaar ging verzamelen. In dit kader worden alle nieuw uitgegeven kaarten en atlassen uit, maar ook óver Nederland in de collectie opgenomen. Op basis hiervan werd in het verleden de Bibliografie van in Nederland verschenen kaarten samengesteld.

Beeldbank en websites
Een drietal atlassen van de KB zijn gedigitaliseerd:
In 1998 werd ter gelegenheid van de jubileumtentoonstelling van de KB de Atlas Van der Hagen (ca. 1690), met kaarten en topografische afbeeldingen van de gehele wereld, gedigitaliseerd tezamen met de Atlas Beudeker (ca. 1750) van de British Library, met daarin kaarten en prenten over Nederland (www.geheugenvannederland.nl/?/nl/collecties/atlassen).
Verder zijn de bovengenoemde stedenatlas van De Wit (www.kb.nl/themas/atlassen/stedenatlas-de-wit) en de Orteliusatlas (www.kb.nl/themas/atlassen/atlas-ortelius) op de website van de KB te vinden.
Tezamen met diverse andere (erfgoed)instellingen in Nederland heeft de KB deelgenomen aan de digitalisering van de Atlas Schoemaker (www.geheugenvannederland.nl/nl/collecties/schoemaker). Hierin zijn ongeveer 2600 achttiende-eeuwse topografische afbeeldingen en beschrijvingen van Nederlandse plaatsen te vinden (www.geheugenvannederland.nl/?/nl/collecties/planos).
Op dit moment worden in samenwerking met ProQuest de oude drukken van de KB uit de periode 1450-1700 gedigitaliseerd en online toegankelijk gemaakt via het project Early European Books (eeb.chadwyck.co.uk/home.do). Al deze gedigitaliseerde materialen zijn via de catalogi te vinden. Informatie over de collectie oude atlassen: Esther van Gelder, e-mail: esther.vangelder@kb.nl.

Belangrijkste Literatuur

Groninger Archieven

RHC Groninger Archieven (door Mirjam de Jonge, 2014 – deze bijdrage is in 2025 aangepast)

Adres en Contactgegevens
Bezoekadres: Cascadeplein 4, 9726 AD Groningen
Postadres: Postbus 30040, 9700 RM Groningen
Telefoon: 050-5992000
Email: info@groningerarchieven.nl
Websites: www.groningerarchieven.nl en www.beeldbankgroningen.nl

Toegankelijkheid
De studiezaal van het Regionaal Historisch Centrum (RHC) Groninger Archieven is geopend van dinsdag t/m vrijdag 9.00 tot 16.00 uur. Bij een eerste bezoek aan de studiezaal vragen wij om een eenmalige legitimatie. U krijgt dan een pasje dat u bij ieder volgend bezoek moet meenemen. Stukken kunnen in de studiezaal worden aangevraagd of tevoren per e-mail of via de website. Men kan maximaal 6 stukken tegelijk aanvragen. Voor meer informatie over het aanvragen van stukken, zie de pagina https://www.groningerarchieven.nl/onderzoek/studiezaal. Het is toegestaan om foto’s (zonder flits) te maken van niet-gescand archiefmateriaal. Tegen betaling kan men kopieën of scans laten maken. Archief-, beeld- en kaartmateriaal dat gescand is, wordt in beginsel niet in origineel ter inzage gegeven. Laptops en fototoestellen mogen mee naar binnen, voor jassen en tassen zijn kluisjes aanwezig.

Omvang
De verzamelingen van de Topografisch Historische Atlassen (THA) van het voormalige Rijks- en Gemeentearchief en die van de Groninger Archieven bevatten tezamen ca. 8.000 kaarten en daarnaast nog prenten en (technische) tekeningen.

Profiel
De kaartencollectie van de Groninger Archieven bevat kaarten van de provincie Groningen, of kaarten waar Groningen op afgebeeld staat zoals de Caerte van de Oostersche Zee of de kaart Belgium foederatum van Johannes de Ram, waarvan zowel het blad waarop de provincie Groningen staat als de complete kaart aanwezig is. De collectie bestaat uit drie delen, die op verschillende wijze tot stand zijn gekomen:

1. De collectie van het voormalige Rijksarchief in Groningen. Deze bestaat voor een groot deel uit kaartmateriaal afkomstig van de provincie Groningen. Dit betreft vooral kaarten en ook technische tekeningen die tot archieven behoren of behoord hebben. Met name de Provinciale Waterstaat heeft veel kaarten en technische tekeningen geleverd, maar ook kaarten uit andere archieven waren van oudsher in de catalogus van de THA opgenomen. Een belangrijke verzameling die in 1945-1946 door de provincie werd overgedragen betrof een atlas bevattende een “Verzameling van kaarten der landerijen in eigendom toebehorende aan de provincie van de Stad en Lande van Groningen” waarin onder andere 124 handgetekende landmeterskaarten zaten. Verder is er een kleine collectie van reproducties van oude kaarten uit verschillende collecties die in de jaren 1937-1941 op voorstel van de hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat J. Kooper gemaakt zijn bij wijze van werkverschaffingsproject. Daarnaast zijn er verzamelingen (gedrukte) kaarten van de provincie Groningen afkomstig van een tweetal kaartverzamelaars. Deze verzamelingen bevatten vooral kaarten, maar ook een aantal prenten. Naast losse kaarten bevat de verzameling een aantal atlassen, waaronder buitenlandse atlassen en zeeatlassen.

2. De collectie van het voormalige Gemeentearchief Groningen. Deze is in 1806 ontstaan, toen de gemeente de collectie kaarten uit de nalatenschap van de stadsbouwmeester, die door zijn familie werd geveild, kocht. Voor een deel kocht ze daarmee haar eigen archief terug, maar er zaten ook landmeterskaarten bij. In 1913 begon men met het beschrijven van de “kaarten en tekeningen op het bureau van de rentmeester van de stadsbezittingen” (de stad Groningen bezat grote gebieden in de Veenkoloniën). Hier horen ook de kaarten van de Stadslanden bij, de stadse pendant van de kaarten van de provincielanden. Ook is een heel aantal kladopmetingen bewaard gebleven, niet alleen van de stadlanden maar ook van de provincielanden. In 1927 werden alle kaarten, bouwkundige tekeningen c.a. betreffende Groningen en Ost-Friesland van C.H. Peters aangekocht. Deze collectie werd in de jaren daarna nog enkele malen aangevuld. Het Museum voor Oudheden (nu het Groninger Museum) besloot hun collectie kaarten en historische prenten aan het gemeentearchief in bruikleen te geven. Begin jaren ’50 werd door het gemeentearchief besloten tot een verdere opbouw van een historisch topografische atlas, die ook foto’s zou bevatten. De museumcollectie werd grotendeels in eigendom overgedragen, maar tekeningen en prenten met kunsthistorische waarde gingen terug naar het museum. De kaarten en historieprenten bleven echter bij het gemeentearchief. In de jaren ’60-’80 zijn veel kaarten (en prenten) aangekocht. Hieronder ook veel gedrukte kaarten van de provincie Groningen. Samen met de collectie van het voormalige Rijksarchief bezitten de Groninger Archieven een collectie kaarten van de provincie die niet helemaal, maar wel bijna, compleet is. De collectie bevat ook kaarten afkomstig uit archieven, al is in een aantal gevallen het verband verloren gegaan. Behalve veel kaarten van de provincie zijn er ook stadsplattegronden. De belangrijkste is die van Egbert Haubois, een vogelvluchtkaart uit ca. 1635 die in de eeuwen daarna door veel kaartmakers is hergebruikt. De collectie in Groningen uitgeven (school)atlassen, waaronder veel Bosatlassen, is opgenomen in de bibliotheek.

3. Sinds de fusie in 2002 worden nieuwe aanwinsten opgenomen in een verzameling Groninger Archieven. Het betreft vooral schenkingen, een budget voor aankoop is er niet meer. Kaarten uit archieven worden niet meer in de (catalogus van de) kaartenverzameling opgenomen, maar blijven bij het archief waartoe ze behoren. Het is echter wel de bedoeling dergelijke kaarten op te nemen in de beeldbank.

Website/Beeldbank
De kaarten uit de collectie van het gemeentearchief staan inmiddels op de beeldbank: www.beeldbankgroningen.nl. De kaarten van het Rijksarchief zullen daar binnenkort ook beschikbaar zijn. Op de website van de Groninger Archieven (www.groningerarchieven.nl) zijn in de ‘schatkamer’ onder het kopje ‘prenten en kaarten’ enkele deelcollecties uitgelicht, zoals prenten van de stad Groningen, landmeterskaarten van de provincielanden, de oudste kaart van de Nederlanden door Jan van Hoirne (1526) en de kompasrozen van landmeter Henricus Teysinga.

Belangrijkste Literatuur

  • Vredenberg-Alink, J.J., De kaarten van Groningerland. Uithuizen: Bakker, 1974.
  • Wijk, Piet, Groninga Dominium. Groningen: Elchers / Assen: Van Gorcum, 2006.
  • Schroor, Meindert, De atlas der Stadslanden van Groningen, 1724-1729. Groningen: Regio-Projekt, 1997.
  • Schroor, Meindert, De atlas der Provincielanden van Groningen (1722-1736). Groningen: Regio-Projekt, 1996.
  • Schroor, Meindert, De atlas van Kooper. Oude kaarten van de provincie Groningen. Bedum: Profiel, 2003.
  • Schroor, Meindert, Historische atlas van de stad Groningen. Van esdorp tot moderne kennisstad. Amsterdam: SUN, 2009.