Stichting Twickel

Kaartencollectie van de Stichting Twickel (door Redmer Alma, 2022)

Adres en contactgegevens
Bezoekadres: Bouwhuis Twickelerlaan 5, Ambt Delden
Postadres: Stichting Twickel t.a.v. Archief,
Twickelerlaan 6, 7495 VG Ambt Delden
Telefoon: +31 (0)74 3762543
E-mailadres: archief@twickel.org
Websites: www.twickel.nl
Openingstijden: Op afspraak

Toegankelijkheid
De collecties van Huisarchief Twickel kunnen worden ingezien in de studiezaal. Hiervoor dient u van te voren een afspraak te maken via archief@twickel.org. De studiezaal en het archiefdepot bevinden zich in het noordelijke bouwhuis op het voorplein van het kasteel. Parkeergelegenheid is op het centrale parkeerterrein tegenover het Bezoekerscentrum/Landgoedwinkel, Twickelerlaan 7.

Omvang
De kaarten, plattegronden, tuinontwerpen en bouwtekeningen in de archieven en collecties van Landgoed Twickel zijn verspreid over verschillende fondsen: Huisarchief, Kaartenarchief, Archief Bouwkundig opzichter, museale collectie enz. Thans bestaat alleen een inventaris voor het Huisarchief Twickel, maar de daarin opgenomen kaarten zijn niet afzonderlijk benoemd. Momenteel wordt gewerkt aan de inventarisatie en vervaardiging van een catalogus van al het aanwezige kartografische en topografische materiaal, dat naar schatting tussen de vijftienhonderd en drieduizend objecten bevat.

Profiel
In 1347 kocht Herman van Twickelo het huis Eisinc in Delden. Sindsdien is dit goed, dat later de naam Twickel ging dragen, zonder onderbreking van geslacht op geslacht overgegaan. De opeenvolgende bezitters behoorden tot de geslachten Van Twickelo (veertiende tot de zestiende eeuw), Van Raesfelt (zestiende en zeventiende eeuw), Van Wassenaer Obdam (zeventiende tot de negentiende eeuw) en Van Heeckeren van Wassenaer (negentiende en twintigste eeuw). De laatste eigenares, M.A.M.A. van Heeckeren van Wassenaer-van Aldenburg Bentinck (1879-1975), bracht haar goederen onder in de Stichting Twickel, opgericht in 1953, die haar in 1975 na haar overlijden opvolgde. De stichting beschikt over een eigen archiefdepot en een archivaris. De kaarten en bouwtekeningen worden opgeslagen in het archiefdepot, deels, voor zover het recenter materiaal betreft, in de rentmeesterij en een deel van de museale collectie berust in het kasteel. De kaarten uit de collectie van Twickel hebben vooral betrekking op de huidige en vroegere bezittingen van het landgoed. Twickel is met 6.400 hectare het grootste landgoed in Nederland met eigendommen in de volgende gemeenten: Delden (de kern van het landgoed, ca. 4.400 hectare), Ootmarsum en het aangrenzende Lage in Duitsland (de vroegere familiebezittingen bij Brecklenkamp), Dieren, Zevenaar, Borculo, Lochem en Wassenaar. Vanwege de omvang, verspreiding en samenhang van de bezittingen zijn de kaarten ook voor de omliggende gebieden in Twente, Bentheim, Gelderland en Wassenaar van belang. De collectie bevat ook enig kaartmateriaal dat via aangehuwde familieleden aangeërfd, door opeenvolgend bewoners verzameld is of betrekking heeft op later verkochte goederen. Doordat de bezitsgeschiedenis geen cesuren kent en tot het eind van de 19de eeuw nauwelijks aan erfdelingen onderhevig was, is het materiaal met betrekking tot het landgoed vrij compleet overgeleverd. Kaarten van afgesplitste landgoederen als Weldam zijn naar de respectieve huisarchieven overgebracht. De aanwezige kaarten dateren hoofdzakelijk vanaf de achttiende eeuw, met een zwaartepunt in de negentiende en twintigste eeuw. Veel kaarten zijn vervaardigd of bewerkt met het oog op het beheer het kasteel en van de verpachte goederen, maar hebben daarnaast ook betrekking op infrastructuur, zoals aanleg en onderhoud van (water)wegen, waterleiding, waterbeheer. De oudste beheerkaarten van de Twentse goederen dateren van rond 1726 en zijn tien in getal. De kaarten van het kasteel en zijn omgeving van deze serie die in opdracht van Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam zijn vervaardigd, zijn helaas verloren gegaan. Uit dezelfde tijd stamt ook een beheerkaart van de heerlijkheid Lage. Belangrijk zijn ook de kaarten en plattegronden van de tuinen en parken rond kasteel Twickel en het Hof te Dieren, aangekocht in 1821. Uit de negentiende en twintigste eeuw stammen voor de vrouwen en heren van Twickel vervaardigde kopieën van kadastrale kaarten met handschriftelijke aantekeningen en aanvullingen. Een groot aantal kaarten heeft verder betrekking op de aanleg van de waterleiding van Almelo naar Delden in opdracht van R.F. van Heeckeren van Wassenaer (1858-1936).
Bijzonder aan het archief van Twickel – en dat geldt ook voor de kaartencollectie – is dat het landgoed nog altijd intact is. De kaarten worden daardoor niet alleen gebruikt voor historisch onderzoek, maar spelen ook een belangrijke rol bij het huidige beheer. Voor de landschappelijke, agrarische en recreatieve ontwikkeling, herinrichting en restauratie bieden de kaarten, tezamen met het archief, handzame (landschaps)historische context.

Website
De inventarissen van het Huisarchief Twickel en enkele kleinere fondsen die in het archief berusten, zijn te raadplegen via www.archieven.nl. De inventarissen en plaatsingslijsten van de overige fondsen zijn nog niet online beschikbaar. Een klein deel van de kaarten is gedigitaliseerd maar eveneens nog niet online toegankelijk. De digitalisering en publicatie van de verschillende inventarissen wordt momenteel ter hand genomen.

Belangrijkste literatuur

  • Brunt, A.J., (red.), Inventaris van het huisarchief Twickel 1133-1975 (Zwolle, 1993) 7 dln.
  • Brunt, Aafke, Jan Haverkate en Lucia den Ouden, Atlas van Twickel (Zwolle, 2021).

ANWB Bedrijfsarchief

Kaartencollectie van het ANWB Bedrijfsarchief (door Horst Boelema, 2022)

Adres en contactgegevens
Wassenaarseweg 220
2596 EC Den Haag
Email: bedrijfsarchief@anwb.nl

Toegankelijkheid
Het Historisch Archief is gevestigd in het monumentale hoofdkantoor van de ANWB. In dit gebouw bevinden zich ook de depots van het bedrijfs- en historisch archief en de verschillende collecties, waaronder de collectie artefacten, audiovisuele media en de ANWB-publicaties. Een verzoek om onderzoek te doen dient aangemeld te worden bij de bedrijfsarchivaris. Voor inzage van stukken is een studieruimte aanwezig.

Omvang
De ANWB, opgericht in 1883, stond aan de wieg van toerisme, recreatie en mobiliteit in Nederland. De kartografische collectie weerspiegelt op verschillende schalen de ontwikkeling van deze onderwerpen. De basis van de huidige kartografische collectie werd eind jaren zeventig van de vorige eeuw vastgelegd door de toenmalige Chef Archief en Bibliotheek R. Slegtenhorst (1919-1999). Zijn ‘Overzicht van Atlassen en kaarten genummerd 1-120’ (inventarisnummer 2934) was de eerste centrale registratie van door de ANWB tot dan toe uitgegeven kaarten.

De collectie kaarten en atlassen wordt op dit moment geregistreerd en beschreven in een digitaal archiefbeheersysteem, waarmee deze toegankelijk gemaakt kan worden voor onderzoek. De totale kartografische collectie van de ANWB beslaat meer dan 5.000 kaarten, atlassen en plattegronden, opgeborgen in zestig strekkende meter archiefdozen. De oudste kaart stamt uit 1884 en nieuwe kaarten worden nog regelmatig aan de collectie toegevoegd. De collectie is niet alleen groot, maar ook zeer divers en weerspiegelt de vele terreinen waarop de ANWB actief is geweest en vandaag de dag nog is. In de collectie bevinden zich autokaarten (wegenkaarten en -atlassen), rijwielpadkaarten, waterkaarten en -atlassen, luchtvaartkaarten, wandel- en ruiterpad kaarten en zelfs ijswegenkaarten.

Profiel
Al in de eerste statuten van de ANWB is vastgelegd dat ‘het Bond kaarten zou uitgeven’ met het doel ‘het Vélocipède rijden in Nederland op alle mogelijke wijzen te bevorderen en te gerieven’ door: ‘Het toeren in Nederland te ondersteunen en te vergemakkelijken, en wel door benoeming van vertegenwoordigers van het Bond in alle delen van het land, door het uitgeven van kaarten en handboeken voor het gebruik van vélocipèdisten enz.’
De aanschaf en verkoop in 1887 van 1000 exemplaren van de topografische kaart van Nederland schaal 1:200.000 samengesteld door J. H. Kromhout markeerde het begin van de ontwikkeling van een fietsatlas. Kromhout vervaardigde een topografische atlas van 36 kaarten in blauwdruk met de wegen in rood gedrukt, die de basis vormde voor de Bondsatlas. Onder leiding van A. Koolhoven en G.A. Pos en met behulp van het uitgebreide consulnetwerk (zie afbeelding 4), verscheen in 1896 deze speciaal voor de bond vervaardigde Wielrijdersatlas van Nederland die ook bestond uit 36 deelkaarten. Deze Atlas is tot 1940 verkocht en de kaartbladen zijn vele malen herzien en herdrukt. De collectie bevat van elk kaartdeel een bijna complete chronologie inclusief litho’s en drukproeven.
In 1930 verscheen een kaart die geheel voldeed aan de wensen van de automobilist, dus zonder rijwielpaden, maar met alle wegen die voor de nieuwe doelgroep van belang waren: De Autokaart van Nederland schaal 1:200.000 in drie bladen Noord-, Midden Zuid-Nederland en voor gebruik handig gevouwen. Voor de wielrijders bleef de Bondsatlas nog jaren onmisbaar.

Nieuwe kaartseries werden ontwikkeld, maar de kartografische basisprincipes bleven betrekkelijk ongewijzigd. De redactie gebruikte een eigen verkenningsdienst en het uitgangspunt van regelmatige herziening en tijdig actualiseren van informatie bleef door de jaren heen een sterk punt van de ANWB-kartografie. Voor een geheel andere doelgroep verschenen in 1974 de zeer populaire ANWB-routekaarten. Ze voorzagen in een behoefte om snel en eenvoudig een route naar een vakantiebestemming uit te kunnen stippelen en zijn nog elk jaar gratis voor leden in de ANWB-winkels verkrijgbaar. In april 1995 kwam er een einde aan ANWB-kartografie door een krachtenbundeling met Tele Atlas Cartografie in een joint venture onder de naam Cartan. De ANWB zou vanaf dit moment geen eigen kaarten meer produceren. De serie provinciekaarten met toeristische informatie, gemaakt in samenwerking met VVV was het laatste eigen kartografische werk van de ANWB. Vandaag worden diverse ANWB kaarten van Nederland uitgegeven door Reijers Kaartproducties en kaarten van andere landen in samenwerking met o.a. Kümmerly + Frey en Touringclub.

Het Rotterdamsch Leeskabinet

Kaartencollectie van het Rotterdamsch Leeskabinet (door Roman Koot, 2021)

Adres en contactgegevens
Rotterdamsch Leeskabinet
Universiteitsbibliotheek Erasmus Universiteit
Campus Woudestein
Burgemeester Oudlaan 50
3062 PA Rotterdam
E-mailadres: leeskabinet@eur.nl
website: www.leeskabinet.nl

Toegankelijkheid
Het Rotterdamsch Leeskabinet is gevestigd in de bibliotheek van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). De bibliotheek is op weekdagen open van 8.00 tot 24.00 uur en in het weekeinde van 10.00 tot 21.00 uur. Het merendeel van de kartografische collectie is alleen op afspraak in te zien, gedurende weekdagen tussen 9.00 en 17.00 uur. De bibliotheek is vrij toegankelijk voor studenten en medewerkers van de universiteit en voor leden van het RLK. Voor incidenteel gebruik bestaat een servicepas, die één dag geldig is. Zie verder: www.eur.nl/library/praktisch/diensten-voor-bezoekers.

Omvang
De collectie kartografie bestaat uit atlassen en een groot aantal losse kaarten, voornamelijk van Rotterdam. Daarnaast bevatten de vele topografische werken en reisbeschrijvingen kaarten en plattegronden.

Profiel van de collectie
Het Rotterdamsch Leeskabinet werd in 1859 opgericht op initiatief van een aantal Rotterdamse notabelen. Doel was een breed toegankelijke bibliotheek die van belang zou zijn voor handel en wetenschap en voor het bevorderen van de algemene beschaving. De collectie concentreert zich op humaniora en boeken over Rotterdam. Het Leeskabinet was sinds 1865 gevestigd in een speciaal voor de bibliotheek ontworpen pand, aan de Geldersekade. De grote brand na het bombardement door de Duitsers op 14 mei 1940 werd het RLK noodlottig: het pand inclusief vrijwel de gehele collectie boeken viel ten prooi aan de vlammen. Daaronder was een grote collectie atlassen en kaarten, onder meer uit een bruikleen van de Rotterdamse familie Hudig. Al enkele maanden na de brand kon het Leeskabinet een doorstart maken, toen de Erasmusstichting het voormalige woonhuis van Elie van Rijckevorsel (1845-1928) aan de Parklaan beschikbaar stelde, inclusief diens omvangrijke boekerij. In 1971 verhuisde het Leeskabinet naar de bibliotheek van de Nederlandse Economische Hogeschool, de tegenwoordige Erasmus Universiteit. Met ruim 270.000 banden functioneert het Leeskabinet aldaar als humaniora- en erfgoedbibliotheek, toegankelijk voor leden, studenten en medewerkers van de universiteit en voor alle andere belangstellenden.
De bibliotheek van Elie van Rijckevorsel, die de basis vormde voor de nieuwe collectie van het Leeskabinet, bevatte naast veel literatuur een groot aantal topografische publicaties en reisverslagen, vooral met betrekking tot Nederlands-Indië, het Caribisch gebied, Zuid-Amerika en West-Afrika. Veel van deze publicaties zijn rijk aan kaartmateriaal. Ze behoorden tot de bibliotheek van Elie’s vader, Huibert van Rijckevorsel (1813-1866), die op deze gebieden handel dreef. Elie zelf was natuurwetenschapper, gespecialiseerd in aardmagnetisme, waarvan de neerslag ook in de vorm van studies en kaartmateriaal in de bibliotheek belandde.
In de oorlogsjaren ontving de bibliotheek een grote verzameling literatuur over de geschiedenis van Rotterdam van L.J.C.J. van Ravesteyn (1867-1949), notaris en amateurhistoricus. Daaronder is een verzameling plattegronden van de stad uit de negentiende en begin twintigste eeuw. De verzameling kaarten van Rotterdam werd in de jaren zeventig verder uitgebreid door een schenking van de collectie Walters, opgebouwd door J.J. Walters, van 1869 tot 1919 adjunctbibliothecaris van het Leeskabinet.
De collectie geografische boeken en reisbeschrijvingen werd na de oorlog aanzienlijk aangevuld met een schenking uit de collectie van N.P. van den Berg (1831-1917), bij leven directeur van de Nederlandse Bank. De schenking betrof voornamelijk reisbeschrijvingen naar Nederlands-Indië, veelal in bijzonder goede staat.
Tot de topstukken in de collectie van het Rotterdamsch Leeskabinet behoort een geheel gekleurd exemplaar van de negendelige Nederlandse editie van de Grooten atlas van Joan Blaeu (1664). De atlas kon in 1972 worden aangekocht uit de nalatenschap van Ita Mees, kleindochter van Marten Mees (1828-1917), een van de oprichters van het Leeskabinet. Oorspronkelijk behoorde de atlas tot diens bibliotheek.
Een ander topstuk is de eerste, Italiaanse, editie van Descrittione di tutti i Paesi Bassi van Lodovico Guicciardini (Antwerpen 1567). Alle kaarten en illustraties in het in leer gebonden exemplaar zijn ingekleurd. Het boek maakte deel uit van de verzameling van Elie van Rijckevorsel. Ook van de Nederlandse (1612) en Latijnse (1616) edities zijn exemplaren aanwezig.
Vermeldenswaard is voorts De nieuwe groote lichtende Zee-Fakkel van de geheele wereld van Claes Jansz. Vooght en Gerard van Keulen uit 1726, een monumentale editie, waarvan de specifieke samenstelling nogal wat vragen oproept.

De losse kaarten van de stad Rotterdam stammen uit de zeventiende tot twintigste eeuw. Er zijn kaarten bij van Matthäus Merian, Matthias Seutter, Joan Blaeu en Isaac Tirion. Het meest bijzonder zijn twee exemplaren van de beroemde kaart die Joannes de Vou en Romeyn de Hooghe in 1694 maakten in opdracht van het stadsbestuur. Eén ervan is ingekleurd. Het exemplaar is los ingevoegd in de eind achttiende eeuw verschenen band met de (ingekleurde) wapens van de leden van de vroedschap van Rotterdam. Ook het prospect van de stad en de twaalf etsen met belangrijke gebouwen in de stad zijn bewaard gebleven. De meeste van de vele tientallen kaarten van Rotterdam stammen uit de tweede helft van de negentiende en de eerste decennia van de twintigste eeuw. Veel ervan zijn gemaakt door tekenaars van gemeentewerken, achtereenvolgens J. Oprel, J.J. Claus en J. Treffers. Deze kaarten in een schaal van 1:10.000 werden onder meer uitgegeven door J.M. Bazendijk en zijn in een aantal gevallen op linnen geplakt.
Na de verwoesting van de binnenstad in 1940 zijn er verschillende herbouwplannen gemaakt, onder meer door stadsarchitect W.C. Witteveen. In de collectie bevinden zich enkele fraaie op karton geplakte presentatiekaarten van het herbouwplan van Cornelis van Traa uit 1946. Opvallend is ook de grote handgekleurde kaart van het stratenplan van tuindorp Vreewijk, een ontwerp van architectenbureau Granpré Molière, Verhagen en Kok. Vreewijk was bedoeld voor ‘de minder gegoede bevolkingsklasse’, gesitueerd in Rotterdam-Zuid.

Toegankelijkheid
De atlassen en topografische boeken zijn alle gecatalogiseerd in SEURCH, de Worldcatcatalogus van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De losse kaarten wachten nog op catalogisering.

Literatuur

  • Lievaart, W.L. , J. Meijer en P. Ratsma (samenst.). 1984. Kaarten en kaartmakers van Rotterdam, Rotterdam 1984.
  • Bos-Rietdijk, E. 1984. De cartografische collectie van het Rotterdamsch Leeskabinet, in: Leeskabinet. Grepen uit de geschiedenis en de boekerij van het Rotterdamsch Leeskabinet 1859-1984, Leiden 1984, pp. 86-92.
  • Duyvendak, L. en P. Pesch (red.). 2009. Grenzeloos lezen. 150 jaar Rotterdamsch Leeskabinet, Rotterdam 2009.
  • Koot, R. 2021. De Van Rijckevorsel bibliotheek in het Rotterdamsch Leeskabinet, in: Jaarboek Nederlandse Boekgeschiedenis 28 (2021), pp. 223-258.
Ga naar de website Ga naar de catalogus

Regionaal Archief Zuid-Utrecht

Kaartencollectie van het Regionaal Archief Zuid-Utrecht (door Jornt Leeflang, 2021)

Adres en contactgegevens
Regionaal Archief Zuid-Utrecht
Bezoekadres: Karel de Grotestraat 30, 3962 CL Wijk bij Duurstede
Telefoonnummer: 088 530 0170
Website: www.razu.nl

Toegankelijkheid
Onder normale omstandigheden is de studiezaal van het Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU) van maandag tot en met vrijdag geopend tijdens kantooruren. Er is parkeergelegenheid voor de deur en verschillende buslijnen stoppen enkele straten verderop. Eenbezoek aan de RAZU studiezaal is gratis. U registreert zich bij een medewerker die conform de AVG enkele gegevens over u en uwonderwerp noteert. Aan extra diensten, zoals het laten maken van fotokopieën in zwartwit of kleur, zijn kosten verbonden. U mag de archiefstukken fotograferen zonder flitser, onder voorbehoud dat deze openbaar zijn en er geen auteursrechten op rusten. Via de website kunt u voorafgaand aan uw bezoek de stukken aanvragen. Een medewerker van het archief zal deze dan voor u klaar leggen.

Omvang en profiel
Tot 2020 heette het archief in Wijk bij Duurstede het Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht (RHC). Hierin zijn de gemeentelijke archieven van Wijk bij Duurstede, Rhenen, Bunnik, Houten, Utrechtse Heuvelrug samengebracht. Naar aanleiding van de uitbreiding met het archief van de gemeente Vijfheerenlanden (met o.a. de kernen Vianen, Leerdam, Zederik) is besloten, om met ingang van begin 2020 de naam van het RHC te veranderen in het Regionaal Archief Zuid-Utrecht.
De kaarten, in totaal ca. 3.000, zijn ondergebracht in vijftien Topografisch-Historische Atlassen. Iedere gemeente of plaats in het werkgebied van het RAZU heeft haar eigen Topografisch-Historische Atlas, waarin naast kaarten ook allerhande ander beeldmateriaal verzameld is. Het geografisch bereik van de kaarten valt uiteraard samen met de betreffende gemeente of plaats. Niet alle kaarten over de betreffende gemeente of plaats zijn hierin opgenomen: de archieven waren in eerste plaats functioneel en er is geen actief wervingsbeleid (geweest) dat volledigheid nastreeft. De overige, niet aan een specifieke gemeente te relateren kaarten, zijn ondergebracht in een algemene Topografisch-Historische Atlas. Het zwaartepunt van de kaartencollectie van het RAZU ligt, ten gevolge van haar herkomst bij gemeentelijke administraties, in de negentiende en twintigste eeuw. Een belangrijk onderdeel van de RAZU kaartencollectie betreft de Collectie Deys. In 2012 schonk Henk P. Deys, kaartenverzamelaar en auteur van tal van publicaties over historische kartografie en de geschiedenis van Rhenen, zijn kaartencollectie aan de Vrienden van het RHC. Vanaf 2018 is de collectie ondergebracht in het RHC, dat op haar beurt opging in het RAZU. Naast honderden kaarten schonk Deys tientallen historisch-kartografische boeken, atlassen en facsimile’s: een totaal van twaalfhonderd objecten, waarvan ruim zeshonderd kaarten. Ook in de collectie Deys dateert het grote merendeel van de kaarten uit de negentiende tot en met de vroege twintigste eeuw. De reden hiervoor is tweeledig: enerzijds vindt Deys de verfijndheid en precisie van steendrukken erg mooi. Anderzijds waren kaarten uit deze periode weinig in trek bij verzamelaars, waardoor Deys ze relatief gemakkelijk kon verzamelen. Overigens: in cassettes, foedralen en mappen, die nu enkel als geheel in de bibliotheek zijn beschreven, bevindt zich niet eerder onderzocht kartografisch materiaal uit de Collectie Deys dat vermoedelijk ook de moeite waard is.
De Collectie Deys bevat ook bijzonder fraaie en interessante exemplaren van oudere kaarten. Neem bijvoorbeeld het ingekleurde exemplaar Ultraiectum Dominium van Petrus Kaerius naar Cornelius Anthonisz. Hornhovius uit 1616. Van de gebroeders Nicolaas en Jacob Cruquius zijn de ingebonden kaartdelen van ’t Hooge Heemraedschap van Delflant uit 1712 aanwezig. De kaartbladen zijn in een eigentijdse bruin lederen band ingebonden. Los opgenomen in de catalogus is de overzichtskaart, die is bijzonder rijk verlucht en met goud gehoogd: een waar topstuk van het RAZU. Interessant is, dat ook 23 proefbladen van de kaartdelen in het archief aanwezig zijn. De proefbladen zijn gedrukt in rode inkt en staan vol met handgeschreven aanwijzingen voor veranderingen. Een deel van deze veranderingen en aanwijzingen is inderdaad in de zwarte, uiteindelijke, druk doorgevoerd. Helaas ontbreken er vier bladen van de proefdrukken en is de titel deels in rood en deels in zwart gedrukt. Desalniettemin is het bijzonder dat zowel de definitieve kaartbladen als de proefdrukken mét aantekeningen zich in het RAZU bevinden. Tot slot noem ik een exemplaar van Nicolaas Cruquius’ kaart “de Rivier de Merwede, van boven het Dorp Sleeuwyk, Oostwaards op verby Gorichem, en de Mond van de Lingen, tot aen desselfs beginsel: namentlyk de Rivieren de Waal, en Mase, by Woudrichem, en Loevesteyn, etc.” uit 1729, waarop voor het eerst dieptelijnen werden weergegeven en een mijlpaal vormt in de thematische kartografie.

Beeldbank
In de beeldbank www.razu.nl/collectie/online-zoeken-inbeelden zijn hoge resolutie foto’s van nagenoeg alle losse kaarten (enkel de voorzijdes) aanwezig. Het merendeel van de atlaskaarten is niet in de beeldbank opgenomen. De kaarten zijn in de beeldbank onderverdeeld in drie apart doorzoekbare categorieën: Kaarten, Kadasterkaarten, en Topografische kaarten en plattegronden. U kunt ook uw zoekopdracht ook verfijnen naar gebied (bijvoorbeeld: gemeente Rhenen) en tijdsperiode (bijvoorbeeld 1800-1850) of zoeken met een trefwoord (doorzoekt de gehele catalogusbeschrijving). Een lage resolutie van de kaart of een kaartuitsnede is kosteloos te downloaden.

Ga naar de website van het RAZU Ga naar de beeldbank van het RAZU

Museum Plantin-Moretus (Antwerpen)

Kaartencollectie van het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen (door Dirk Imhof, 2021)

Adres en contactgegevens
Museum Plantin-Moretus
Bezoekadres: Vrijdagmarkt 22, 2000 Antwerpen, België
Telefoonnummer: +32 3 221 14 50
E-mailadres: museum.plantin.moretus@antwerpen.be
Website: www.museumplantinmoretus.be

Toegankelijkheid
In het centrum van de oude stad van Antwerpen ligt het Museum Plantin-Moretus. Het originele woonhuis en atelier van de uitgeversfamilie Plantin-Moretus is Unesco-werelderfgoed. Het museum is open van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 17 uur. De toegang tot het museum bedraagt 8 euro. In de leeszaal kun jeterecht van maandag tot vrijdag van 9.30 tot 16.30 uur en de toegang is gratis.

Omvang
Het museum bezit een honderdtal atlassen en kartografische werken. Exemplaren van de verschillende edities van de atlas van Abraham Ortelius vormen hiervan de hoofdbrok. Daarnaast behoren atlassen van Gerard Mercator en Gerard de Jode en atlassen uit de Noordelijke Nederlanden zoals die van Petrus Kaerius, Frederik de Wit of Joannes Blaeu tot de collectie. Het museum bezit tenslotte een klein aantal wandkaarten waaronder enkele unieke kaarten zoals de kaart van Vlaanderen van Gerard Mercator, Ortelius’ kaart van Utopia of het zicht op Antwerpen van Virgilius Bononiensis uit 1565.

Profiel
De kern van de bibliotheek van het Museum Plantin-Moretus gaat terug tot de collectie van de Plantijnse uitgeverij en drukkerij. In 1876 kocht de stad Antwerpen het gebouw en de inboedel van het bedrijf en richtte het vervolgens in als museum. Gesticht door Christoffel Plantijn in het midden van de zestiende eeuw bleef de Plantijnse uitgeverij onder zijn opvolgers, de Moretussen, actief tot het midden van de negentiende eeuw. In hun privé-bibliotheek brachten de Moretussen (vooral Plantijns kleinzoon, Balthasar I Moretus) tal van Europese uitgaven bij elkaar waaronder ook een aantal atlassen. Omdat de Plantijnse uitgeverij bovendien zo een belangrijke rol speelde bij het drukken en de distributie van de atlas van Abraham Ortelius bezit het museum bovenal een groot aantal exemplaren van de verschillende edities van Ortelius’ Theatrum orbis terrarum en het daarop gebaseerde Epitome theatri.
Naast de exemplaren van deze atlassen, bieden tal van archiefdocumenten van het toenmalig bedrijf een boeiende kijk op de totstandkoming van de atlas van Ortelius en de handel in zijn Theatrum. Sinds de zestiende eeuw is een groot deel van het bedrijfsarchief aan ons overgeleverd. Dit laat toe de handel in kaarten en atlassen via de Plantijnse boekhandel op een verrassende manier te documenteren. Omdat Plantijn het monopolie had over de distributie van Gerard Mercators wereldkaart en die van Europa is de verkoop van honderden exemplaren van deze kaarten te volgen via zijn verkoopsjournalen en is informatie beschikbaar over de kopers, de geografische verspreiding van de kaarten en de afwerking van de kaarten.
Het museum bezit daarenboven ook nog heel wat typografisch materiaal dat diende voor het drukken van kartografische werken uit de zestiende en zeventiende eeuw. Hoewel de oorspronkelijk koperplaten die dienden voor Ortelius’ atlas sinds de achttiende eeuw verdwenen uit de collectie, bleven een aantal houtblokken en koperplaten voor andere werken wel bewaard. Zo zijn bijvoorbeeld de houtblokken en koperplaten van Lodovico Guicciardini’s beschrijving van de Nederlanden in de collectie voorhanden.De rijkdom van de collectie van het Museum Plantin-Moretus is de combinatie van deze verschillende collecties die, voorhanden op één plaats, een dieper inzicht bieden in de geschiedenis van deze kartografische publicaties uit de zestiende en zeventiende eeuw.

Websites en beeldbanken
Het beschikbare kartografisch materiaal is te vinden via de catalogus. Een deel van de atlassen is gedigitaliseerd en via een link in de catalogus in een beeldbank te zien.

Ga naar de online catalogus Ga naar de collectie kartografie

Bibliotheek van de Nieuwe of Littéraire Sociëteit De Witte (’s-Gravenhage)

Bibliotheek van de Nieuwe of Littéraire Sociëteit De Witte in ’s-Gravenhage (door Wim Hayes, 2021)

Adres en contactgegevens
Bezoekadres: Plein 24, 2511 CS ’s-Gravenhage
Postadres: Postbus 11589, 2502 AN, ’s-Gravenhage
Telefoonnummer: 070-360 79 33
Website: societeitdewitte.nl

Toegankelijkheid
De Nieuwe of Littéraire Sociëteit De Witte is een besloten vereniging en alleen toegankelijk voor leden en hun introducés. De collectie van de Bibliotheek is op afspraak beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek. Via een online contactformulier kunnen de voorwaarden worden aangevraagd.

Omvang en profiel
Een willekeurige jaarnota van de boek- en papierhandelaren De Erven Doorman uit 1866 vermeldt voor de maand maart de aankoop van acht kaarten: Théatre de la guerre, Carte stratégique de l’Allemagne, L’Europe centrale, Gegend von Venedig, Carte topographique de l’Italie op bordpapier en drie kaarten van [Alexandre] Vuillemin Mantoue, Vérone en Vénise. De aanschaf van een partij kaarten van zeer uiteenlopende aard als deze was kenmerkend voor de Bibliotheek van De Witte. De uitgebreide collectie dagbladen, tijdschriften, boeken, brochures en almanakken was een levendige verzameling met als enig doel de leden op alle mogelijke terreinen zo goed mogelijk te informeren. Vanaf het oprichtingsjaar 1782 speelde de actualiteit van de informatie hierbij een belangrijke rol. Van leestafel tot ‘leesinrigting’ in 1855 tot Bibliotheek en Leeszaal in 1870 was het aanschafbeleid erop gericht om de collectie als spiegel van wat er in binnen- en buitenland leefde, in te richten.
Vanaf 1855, toen op initiatief van commissaris baron van Brienen van de Groote Lindt de collectie een officiële status kreeg en er een ruimte van het gebouw specifiek tot ‘leesinrigting’ werd omgebouwd, was het een jaarlijks gebruik om de hele collectie door een boekhandel te laten opfrissen en waar nodig reparaties uit te voeren. Tegelijk werd er tijdens deze jaarlijkse verhuizing een lijst opgemaakt van de verzameling. Van deze lijsten werden slechts enkele exemplaren gedrukt voor gebruik in de leesruimte. Op dat moment was het ook gebruikelijk om titels die verouderd waren, af te stoten. Niet alleen uit praktische overwegingen – de opslagruimte was beperkt, maar ook om de collectie up-to-date te houden. Helaas zijn er van deze beschrijvende lijsten geen exemplaren bewaard gebleven. De praktijk van het schoonmaken en (her)binden van boeken, brochures en dagbladen duurde zeker tot in de jaren 1890 voort.
Ondertussen was in 1870 het oorspronkelijke sociëteitsgebouw vervangen door nieuwbouw, waarin op de eerste verdieping een Bibliotheek en Leeszaal was voorzien. Met de uitbreiding van het pand in 1900 werd er een tweede Leeszaal aan toegevoegd. In 1894 verscheen de eerste gedrukte collectiecatalogus. Losse kaarten werden niet in de catalogus opgenomen en zijn ook niet bewaard gebleven. Wel vinden we in de na 1894 verschenen catalogi verschillende atlassen terug, zoals prof. A. L. Hickmann’s Geographischstatistischer universal Taschen-Atlas (1897) of The Castle Line Atlas of South Africa (1895). Dat we in de categorie Koloniale zaken, naast de categorie Aardrijks-, land- en volkenkunde de grootste groep in de collectie, enkele atlassen betreffende de voormalige koloniën vinden, mag geen verbazing wekken. Voorbeelden hiervan zijn F. de Bas La cartographie et topographie des Indes Orientales néerlandaises (1884) en van J. W. Stemfoort en J.J. Siethoff Atlas der Nederlandsche bezittingen in Oost-Indië (1907). Daarnaast beschikten de leden over atlassen die als onderdeel van een grotere publicatie waren uitgegeven. Uit deze publicaties spreekt de brede en ongetwijfeld commerciële interesse die men had in sommige onderwerpen, zoals Dr. G.A.F. Molengraaf Borneo-expeditie. Geologische verkenningstochten in Centraal-Borneo. Atlas in 22 bladen (1900) en van C.F. Abendanon Geologische en geografische doorkruisingen van Midden-Celebes. Atlas (1916).
Rond de Eerste Wereldoorlog bereikte de collectie met meer dan 350 abonnementen en ruim 21000 titels haar hoogtepunt en werd de rijkdom van de verzameling door binnen- en buitenlandse commentatoren terecht geroemd. In dezelfde periode zag het college van bestuur zich genoodzaakt om, voor het bewaren van de goede vrede op de Sociëteit, het gebruik van kaarten waarop door twee kampen, sympathisanten van de geallieerden en die van de centrale machten, de frontbewegingen werden bijgehouden en waarbij de emoties hoog opliepen, te verbieden.
In juli 1941 kwam er een abrupt einde aan de weelde. De Sociëteit werd op last van de bezetter gesloten en haar roerende goederen, waaronder de collectie van de bibliotheek, geconfisqueerd. Een groot deel van de verzameling werd door de Wehrmacht, het Reichsicherheitshauptamt, de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, het Nederlandse Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) en de Centrale Dienst voor Sibbekunde geroofd. Voor Rijkscommissaris Seyss-Inquart werd zelfs een speciale ‘Handbücherei’ van ruim 700 boeken samengesteld.
In 1945 keerden zo’n 7.000 titels terug. Een klein deel daarvan was in Duitsland aangetroffen en geretourneerd. Onderzoek heeft aangetoond dat de boeken die in Duitsland terecht waren gekomen ofwel bij een van de bombardementen op Berlijn verloren zijn gegaan, ofwel door Russische troepen naar hun moederland werden afgevoerd. In 1992, na jaren van omzwervingen, kreeg de sociëteit 34 boeken terug van de Margarita Rudomino All-Russia State Library for Foreign Literature (Library of Foreign Literature) uit Moskou. Het grootste aantal boeken, waaronder enkele atlassen, bevond zich op het DVK, van waaruit deze hun weg terugvonden naar de Sociëteit.
In 2004 werd door de bibliotheekcommissie een plan van aanpak geschreven, waarin de voor de Tweede Wereldoorlog verworven boeken werden aangemerkt als de ‘historische collectie’. Deze collectie vormt het uitgangspunt voor het huidige aanschafbeleid. De bibliotheek en haar collectie wordt beheerd door de bibliotheekcommissie, bestaande uit zeven leden en voorgezeten door een lid van het college van bestuur. De bibliotheekcommissie heeft een ondersteunende taak om, naast het dagelijkse beheer en onderhoud van de collectie, het college van bestuur gevraagd en ongevraagd te adviseren aangaande bibliotheekzaken. De commissie beschikt over budget om werken uit de historische collectie te laten restaureren en, daar waar de gelegenheid zich voordoet, verloren werken te vervangen, zoals in het geval van de Atlas der Nederlandsche bezittingen in Oost-Indië (1883-1885). Met de inrichting van de atlassenkamer werd een belangrijke stap gezet in het beheer van de collectie. De atlassen worden in deze ruimte in speciaal voor die functie gemaakte ladekasten bewaard. De collectie zal in komende jaren verder worden uitgebreid door aanschaf van zowel nieuwe als antiquarische exemplaren.

Website
Voor algemene informatie over de bibliotheek en toegang tot de catalogus, zie www.societeitdewitte.nl/nl/bibliotheek/.

Ga naar het contactformulier Ga naar de website van de bibliotheek Ga naar de digitale catalogus van de bibliotheek

Jan Menze van Diepencollectie (Slochteren)

Kaartencollectie van de Jan Menze van Diepencollectie in Slochteren (door Henny van Harten-Boers, 2020)

Adres en contactgegevens
Jan Menze van Diepencollectie
Adres: Landgoed Fraeylemaborg, Hoofdweg 30, 9621 AL Slochteren
Telefoonnummer: 0598-422316
E-mailadres: info@vandiepenstichting.nl

Toegankelijkheid
De kaarten maken deel uit van een gevarieerde kunstverzameling van ruim 9.000 objecten, met onder andere Aziatische keramiek, historieprenten en beeldende kunst. De Fraeylemaborg en het koetshuis hebben een museale bestemming en hier is al veel te zien uit de Van Diepencollectie. De topografische collectie wordt beheerd in een kunstdepot op het voorterrein van Landgoed Fraeylemaborg. Dit depot is niet vrij toegankelijk, maar op afspraak kunnen de kaarten bekeken worden. Dit brengt geen kosten met zich mee.

Omvang
De deelcollectie topografie omvat 586 inventarisnummers. Meer dan de helft hiervan (382 nummers) bestaat uit kaarten. Het betreft kaarten van stad en provincie Groningen, aangezichten van de stad Groningen, vestingplattegronden, en zeekaarten van het Waddengebied. Van Diepen verwierf ook kaarten van omringende gebieden, Drenthe, Overijssel en Oost-Friesland. Tevens zijn mooie exemplaren aanwezig van de Zeventien Provinciën en de Zeven Provinciën. Er zijn geen complete atlassen. Daarnaast zijn er 204 prenten van gebouwen en stadsgezichten. Dit zijn gravures, etsen en litho’s van historische locaties in stad en provincie Groningen. Deze prenten dateren voornamelijk uit de negentiende eeuw.

Profiel
Jan Menze van Diepen (1905-1994) werd in Waterhuizen geboren als enige zoon van een scheepsbouwer. Scheepswerf Van Diepen stond aan het Winschoterdiep, enkele kilometers buiten de stad Groningen. Het gezin Van Diepen verhuisde naar Groningen en ging wonen aan de Oosterhaven. In dit statige huis met uitzicht op levendige scheepvaart ontwikkelde Jan Menze zijn belangstelling voor geschiedenis en kunst. Zijn ouders legden de basis voor een kunstverzameling die later door hun zoon werd uitgebreid.
Aanvankelijk bezocht Jan Menze van Diepen zelf veilingen en galeries. Al snel echter liepen veel van zijn topografische verwervingen via de firma Gazendam, vanaf 1917 gevestigd in de Oude Kijk in ’t Jatstraat in Groningen. Gerard Gazendam gaf adviezen aan Van Diepen en legde mooie exemplaren voor de verzamelaar apart. Jarenlang had deze kunsthandelaar een “la Van Diepen” die hij geleidelijk vulde en later met de verzamelaar bekeek. Deze sociale context was voor Van Diepen een belangrijk aspect van het verzamelen. Hij hield ervan om uitgebreid van gedachten te wisselen over de kaarten en prenten en stond open voor de kennis van de vakman.
Bij nieuwe aankopen hield Van Diepen er vanzelfsprekend rekening mee of hij een bepaalde kaart al bezat. Toch kocht hij soms ook een tweede of een derde exemplaar van dezelfde kaart. Dit hield bijna altijd verband met de inkleuring. Een vakkundig met de hand ingekleurde kaart heeft een extra uitstraling en kan in het palet enorm variëren. Zo kocht Van Diepen drie versies van de bekende ‘pauwenkaart’ van Sibrandus Leo uit 1579. De ‘afzetters’ die eeuwen geleden deze kaarten kleurden maakte er elke keer een ander kunstwerk van.
De kaarten en prenten in de topografische collectie dateren voornamelijk uit de periode 1600 tot 1900. Soms is de provincie Groningen alleen in kaart gebracht, vaak ook maakt deze deel uit van een groter gebied met onder andere Friesland, Drenthe en Oost-Friesland. Er zijn enkele kaarten uit de zestiende eeuw, maar het grootste deel komt uit de bloeiperiode van de kartografie in Nederland: de zeventiende eeuw. Ook de achttiende eeuw is goed vertegenwoordigd.
In 1978 richtte Jan Menze van Diepen een stichting op om in de toekomst zijn totale collectie te beheren. Hij had inmiddels zoveel kunstwerken en objecten in zijn huis aan de Rijksstraatweg in Haren dat dit bijna uit zijn voegen barstte. Behalve aan de bewaaromstandigheden was ook aan de inventarisatie nog heel wat werk te verrichten. De topografische collectie gaf hij tijdelijk in bruikleen aan het toenmalige Gemeentearchief in Groningen. Alle kaarten en prenten werden in nieuwe passe-partouts gezet, opgeborgen in zuurvrije mappen en ze kregen een voorlopig inventarisnummer met een korte beschrijving.
De Van Diepen Stichting kreeg vanaf 1994 de beschikking over een eigen kunstdepot bij de Fraeylemaborg in Slochteren. Een beheerder/conservator en een behouds-medewerker kregen de zorg voor de collectie. Omdat nu professioneel beheer in eigen hand mogelijk was, werd de topografische collectie in 1995 herenigd met de rest van Van Diepen’s verzameling. In het nieuwe depot werden de kaarten en prenten overzichtelijk opgeborgen in ladenkasten en opgenomen in een database met afbeeldingen. De topografische collectie is sindsdien ontsloten en beschikbaar voor exposities en publicaties.

Websites
De topografische kaartencollectie kan in zijn geheel geraadpleegd worden op www.vandiepencollectie.nl. Elke kaartbeschrijving is voorzien van een gedetailleerde afbeelding. Beeldmateriaal voor publicaties kan daarnaast bij de stichting worden aangevraagd.

Literatuur

  • Harten-Boers, Henny van. 1996. Groningen in de kaart gekeken. Tentoonstelling van eeuwenoude topografische kaarten uit de collectie J.M. van Diepen, tentoonstellingscatalogus Fraeylemaborg Slochteren: Stichting Fraeylemaborg.
  • Harten-Boers, Henny van. 2009. Selectie uit de collectie topografische kaarten en prenten van de Jan Menze van Diepen Stichting, Slochteren: Jan Menze van Diepen Stichting.
  • Harten-Boers, Henny van. 2018. Allemaal voor het algemeen belang. Verzamelaar Jan Menze van Diepen (1905-1994), Slochteren: Jan Menze van Diepen Stichting.
Ga naar de website

Deelcollectie ‘Kaarten voor vliegtuigpassagiers’ (Universiteitsbibliotheek Utrecht)

Universiteitsbibliotheek Utrecht
Deelcollectie ‘Kaarten voor vliegtuigpassagiers’ (door Ferjan Ormeling, 2020)

Adres en contactgegevens
Kaartenzaal Universiteitsbibliotheek Utrecht (USP)
Kamer 6.29: Heidelberglaan 3, 3584 CS Utrecht
Telefoonnummer: 06-24865733 (conservator Marco van Egmond)
Website: https://www.uu.nl/bijzondere-collecties-universiteitsbibliotheek-utrecht

Verzameling en bewerking van het materiaal
In de Universiteitsbibliotheek in Utrecht bevindt zich in het kaartenmagazijn een portefeuille met meer dan honderd verschillende kaarten voor vliegtuigpassagiers, uitgegeven door vliegmaatschappijen. Die collectie is in 1969 samengesteld (op instigatie van Prof. dr Cor Koeman, op 7 juli 1969, zie afbeelding 3, de opdracht is nog bewaard gebleven) door de schrijver, die daarvoor dat jaar 120 luchtvaartmaatschappijen aanschreef (met meer dan honderd werknemers en een substantieel netwerk)[1] met het verzoek een exemplaar van voor de passagiers bestemd kaartmateriaal te willen opsturen ten behoeve van een vergelijkend onderzoek. Daarvan reageerden 66 positief en zonden, vaak meerdere, exemplaren, van kaarten van verschillende vliegroutes op. De correspondentie met de luchtvaartmaatschappijen is nog bewaard in de portefeuille.

Het materiaal is geordend, gerubriceerd en vergeleken, beschreven in een artikel en geëxposeerd: op het Geografisch Instituut van de Rijksuniversiteit Utrecht werd een tentoonstelling van het materiaal ingericht, en er werd een toelichting bij geschreven. Een meer gedetailleerde beschrijving van het materiaal werd opgenomen in het tijdschrift Allgemeine Vermessungsnachrichten (vol.78-5, pp 158- als ‘Karten für die Flugtouristik’.[2] Men kan bij kaarten voor het luchtvaarttoerisme nog kiezen uit kaarten die het hele lijnennet van een maatschappij weergeven en kaarten van een specifieke route, en de bedoeling van deze verzamelactie was kaarten van dat laatste type te verzamelen. In het artikel werd vervolgens nagegaan aan welke criteria kaarten zouden moeten voldoen om passagiers in staat te stellen zich aan de hand van de kaart te kunnen oriënteren in het terrein waarover men vliegt (natuurlijk op voorwaarde dat men overdag vliegt, bij een wolkeloze lucht en aan een raampje zit). Het blijkt af te hangen van de kaartschaal, de vlieghoogte en natuurlijk de weergave van het aardoppervlak (reliëf, vegetatie en hydrografie). Het gebied dat men in principe kan overzien op tienduizend meter hoogte heeft een straal van 360 kilometer. Kiest men een schaal van 1:6M dan is de strook die men kan overzien zes centimeter breed op de kaart, en het hangt er bij de oriëntatie van af of daarin markante objecten weer te geven zijn die men vanuit het vliegtuig herkennen kan.

Inhoud van de deelcollectie (VII.V. 1-VII.V.76)
Het gaat om een kleine honderd kaarten (of folders met kaarten), in kleur, die stammen uit de periode 1952-1969. Een aantal is niet gedateerd (22), van de rest werd 56 procent in het jaar 1969 gedrukt. Bijna de helft van de kaarten (in de folders) is vervaardigd door gerenommeerde kartografische bedrijven. In de Verenigde Staten waren dat Jeppesen en Gousha, die ook luchtvaartnavigatiekaarten produceerden, en Rand McNally. In West-Europa waren dat Bartholomew, Bertelsmann, Cartografisch Instituut Bootsma, Cartoprint, Falkplan, De Agostini, Kümmerly & Frey en Oxford University Press; in Oost-Europa Geokart, PPWK en Kartografiai Vallalat. Ook topografische diensten vervaardigden kaarten voor de luchtpassagiers: bijvoorbeeld het IGN in Parijs en Lands and Surveys in Nieuw-Zeeland. Bij de kaarten van Lufthansa werd speciaal vermeld dat de reliëfweergave het werk was van Dr F. Hölzel (bij wie ook de kartografen van Wolters eind jaren vijftig hun opleiding kregen in de reliëfschaduwering). Naast deze serieuze kartografische bedrijven stamt een deel van de kaarten uit de reclamewereld, waarbij het er eerder om gaat een bepaalde maatschappij te promoten dan een natuurgetrouw beeld te geven van het gebied waar de route over gaat. In 2019 is een boek verschenen van Mark Ovenden en Maxwell Roberts, Airline Maps, a century of Art and design (Penguin Books, USA). Hoewel de verzamelactie vooral gericht was op netwerkkaarten bestaat de helft van het materiaal uit routekaarten. Afbeelding 3 geeft een goed beeld van de soort vormgeving die door reclamebedrijven bij netwerkkaarten werd gebezigd.

Het grootste deel van het ingestuurde materiaal betreft opgevouwen kaarten, maar er zijn ook kleine atlasjes bij. Van Austrian Airlines waren er geplastificeerde kaarten op een harde ondergrond, die de passagiers aan elkaar moesten doorgeven. Sabena had gezorgd voor een route-opdruk met lichtgevende verf. Saudi Airlines had een duur Zwitsers bedrijf in de arm genomen voor zijn kaarten. Bij de routekaarten kon deze ook opgesplitst zijn over een aantal stroken, om de schaal zo groot mogelijk te doen zijn (zie afbeelding 4).

Afbeelding 2 (links): Map of The State of Hawaii van Hawaiian Airlines. ©Hawaiian Airlines
Afbeelding 3 (boven): Notitie van Cor Koeman, gedateerd 7 juli 1969, met betrekking tot het aanleggen van een deelverzameling luchtvaartkaarten.

Het beantwoorden aan de doelstelling
Om inderdaad het terrein waarover men vliegt te kunnen herkennen dient men het volgende te bedenken. De dagelijkse vluchtuitvoering wijkt actueel bijna altijd af van de routes, zoals aangegeven op de voor de passagier bestemde kaarten, die ver van te voren worden gedrukt. Zij kunnen slechts een standaard route tonen. De afwijkingen kunnen oplopen tot duizenden kilometers dwars van de standaard route. Dit wordt veroorzaakt door het windpatroon op vlieghoogte (op zoek naar de kortste vluchttijd), de verkeersleiding (veel bevlogen routes) of de politieke situatie (zie recentelijk Iran/Irak). Daarvan afgezien mag de schaal van de uitgereikte kaarten niet kleiner zijn dan 1:6 of 800.000, zou de reliëfschaduwering uit het zuiden moeten komen op het noordelijk halfrond, en zouden er geen hoogtezones maar vegetatiekleuren gebruikt moeten worden, met een scherpe afgrenzing van watervlakken. Die zijn immers, ook door de spiegeling, goed te onderscheiden zijn vanuit het vliegtuig. Er blijken maar weinig van de binnengekregen kaarten daaraan te voldoen. De beste – en oudste – zijn die welke door Hal Shelton vanaf 1952 voor de firma Jeppesen uit Inverness, Colorado zijn ontwikkeld,[3] in zogenaamde natuurlijke kleuren, met groene wouden, beige woestijnen, en kleuren voor bouwland afhankelijk van het seizoen. Deze manier van weergave werd later overgenomen door John Keates, kartograaf uit Glasgow, die de luchtvaartpassagierskaarten ontwikkelde voor de SAS, en later ook de schoolwandkaartenserie van Esselte, die in Nederland door Meulenhoff werden uitgegeven. Afbeelding 5 is daar een voorbeeld van. Waar het grondgebruik meer versnipperd is en de bewoning dichter wordt het kaartbeeld met natuurlijke kleuren wat onoverzichtelijk. Maar vooral voor brede landschapsgordels, zoals toendra-taigasteppe-woestijn in Siberië, werkt de natuurlijke kleurenmethode goed.

Op het ogenblik krijgen we, wanneer we vliegen, op onze monitors routekaarten voorgeschoteld in een vaste stand die we alleen kunnen beïnvloeden door in- of uit te zoomen. Dat is niet optimaal voor de oriëntering, en doet terugverlangen naar het papieren kaartmateriaal.

Noten
1. De adressen werden ontleend aan het tijdschrift Flight International, 10 april 1969, dat het artikel ‘World Airline Survey’ bevatte met gegevens over netwerk, aantal personeelsleden en adressen van de vliegmaatschappijen.
2. Het werd later ook vertaald opgenomen in Kaartbulletin nr 29, mei 1972, 19-24.
3. Tom Patterson & Nathaniel Vaughn Kelso (2004). Hal Shelton revisited: designing and producing natural-color maps with satellite land cover data. Cartographic Perspectives no 47, Winter 2004.

Ga naar de website van de Bijzondere Collecties

Regionaal Archief Nijmegen

Kaartencollectie van het Regionaal Archief Nijmegen (door Henk Trapman, 2020)

Adres en contactgegevens
Regionaal Archief Nijmegen
Bezoekadres: Mariënburg 27, 6511 PS Nijmegen
Postadres: Postbus 9105, 6500 HG Nijmegen
Telefoonnummer: 14 024
E-mailadres: hetarchief@nijmegen.nl
Website: www.regionaalarchiefnijmegen.nl

Toegankelijkheid
Het Regionaal Archief Nijmegen (RAN) bevindt zich sinds 2001 in zijn huidige onderkomen als onderdeel van het culturele kwartier met filmhuis LUX en de bibliotheek aan het Mariënburg. Het depot kan in totaal zestien kilometer archief herbergen. Op dit moment omvat het gehele bestand zo’n veertien kilometer. De studiezaal is op dinsdag, woensdag en vrijdag geopend van 9.00 tot 17.00 uur; op donderdag van 9.00 tot 20.00 uur. Er zijn altijd studiezaalmedewerkers aanwezig. Archiefstukken kunnen vooraf telefonisch of via e-mail worden aangevraagd. Het RAN is vanaf het Centraal Station van Nijmegen zowel te voet (in ongeveer een kwartier) als met het openbaar vervoer goed te bereiken. De dichtstbijzijnde bushaltes zijn ‘Valkhof’, ‘Plein 1944’ en ‘Hertogplein’. Voor wie met de auto komt zijn er drie parkeergarages in de buurt. Op het moment van schrijven is het RAN vanwege de coronacrisis gesloten voor het publiek. De dienstverlening verloopt geheel digitaal.

Omvang en Profiel
De basis van de kaartencollectie ligt in de oudheidkamer van het Stadhuis van Nijmegen. Onder het beheer van de in 1845 opgerichte ‘Commissie ter verzekering eener goede bewaring van gedenkstukken van Geschiedenis en Kunst’ werd in enkele vertrekken op de eerste verdieping van het Stadhuis de collectie kunsthistorische voorwerpen van de stad Nijmegen bewaard, waarvan eind negentiende eeuw ook een topografische atlas deel uitmaakte. Wegens ruimtegebrek in het Stadhuis ontstaat uit de oudheidkamer het Gemeentelijk museum, dat in 1912 wordt ondergebracht in de Mariënburgkapel. In 1940 voegt zich daarbij het Gemeentearchief. De gemeentearchivaris is tevens conservator van het museum, maar de twee onderdelen blijven formeel van elkaar gescheiden. In 1970 krijgt het museum een eigen conservator. Vier jaar later vertrekt het Gemeentelijk museum uit de Mariënburgkapel om op te gaan in het Nijmeegs Museum ‘Commanderie van St. Jan’, een van de voorlopers van het huidige Museum Het Valkhof. De kaartencollectie gaat dan over naar het Gemeentearchief, dat vanaf 1978 zijn onderkomen vindt in het Arsenaal aan het Mariënburg.
Vanaf de jaren negentig begon het Gemeentearchief een regionale functie te vervullen. Als Regionaal Archief Nijmegen beheert het nu de archieven van de gemeenten Nijmegen, Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Lingewaard, Mook en Middelaar, West Maas en Waal, Wijchen en van de voorgangers van het Waterschap Rivierenland. Daarnaast herbergt het RAN ook particuliere archieven van onder andere Nijmeegse families, notarissen, verenigingen, scholen, bedrijven en kerken. In de topografisch historische atlas zijn ca. 350 kaarten en plattegronden ondergebracht. Omdat daarnaast vele kaarten, plattegronden en tekeningen zijn verdeeld over de diverse gemeentearchieven, particuliere archieven en waterschapsarchieven laat zich een totaal aantal documenten niet vaststellen.
De eerste kaart van Nijmegen waarop de definitieve ommuring rond de oude stad is ingetekend is de stadsplattegrond van Jacob van Deventer uit 1557. Helaas beschikt het RAN slechts over een facsimile van deze kaart. Een echt topstuk is een Nederlandstalig exemplaar in zwart-wit van Toonneel der steden van de Vereenighde Nederlanden, met hare beschrijvingen, ofwel de grote Stedenatlas van Joan Blaeu in twee delen uit 1649, die is ondergebracht in de bibliotheek. De eerste kaart in deze atlas is die van Nijmegen als oudste stad van het hertogdom Gelre, eerste in rang in de Zeven Provinciën. Van Blaeu is ook een afzonderlijke plattegrond van Nijmegen aanwezig die wel is ingekleurd. Eveneens van grote betekenis is het vogelvluchtgezicht op de stad Nijmegen dat de Kleefse landmeter-schilder Hendrik Feltman in 1668-1669 voor de raadzaal van het Nijmeegse Stadhuis maakte. Dit grondig gerestaureerde schilderij is nu een van de topstukken van Museum Het Valkhof. Andere hoogtepunten uit de collectie van het RAN zijn de vestingkaarten van Nicolaes van Geelkercken uit 1654 en van Jacob Hendrik van Suchtelen uit 1779. Na de zeventiende-eeuwse vogelvluchtplattegronden was de kaart van Van Suchtelen de eerste ‘moderne’ plattegrond van Nijmegen. Interessant zijn ook enkele zogenoemde Tranchotkaarten van Nijmegen en omgeving uit het begin van de negentiende eeuw. Dit zijn kaarten van het Duitse- en (nu) Nederlandse Rijnland, getekend door Franse ingenieur-geografen onder supervisie van Kolonel Jean Joseph Tranchot (van 1803 tot 1813). Na de Franse tijd werd de kartering voortgezet door Pruisische officieren onder supervisie van Generaal-Majoor Freiherr von Müffling (van 1816 tot 1820). Van belang zijn tevens de ca. 500 kaarten en tekeningen uit het archief van de Commissie tot de Uitleg van de Stad Nijmegen 1875-1890. Nadat in 1874 de Vestingwet door het parlement was aangenomen kwam de weg vrij voor afbraak van de vestingwerken (de ontmanteling) en een spectaculaire groei van Nijmegen (de uitleg). Zonder twijfel is die uitleg het meest kenmerkende aspect geworden van de stadsgeschiedenis aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Tenslotte is nog een omgevingskaart in twaalf delen van de hand van F.A. Toonen uit ca. 1885 het vermelden waard.

Websites
Een groeiend aantal kaarten, plattegronden en tekeningen zijn raadpleegbaar via de Digitale Studiezaal van het RAN https://studiezaal.nijmegen.nl. Momenteel zijn dat er zo’n 700. In de Historische Atlas Nijmegen http://kaart.nijmegen.nl/historie zijn allerlei historische gegevens met betrekking tot bijvoorbeeld stadsontwikkeling, gebouwen en locaties en eigenaren en bewoners verwerkt in een plattegrond. Het centrum van Nijmegen wordt gepresenteerd aan de hand van meerdere kaartlagen, zoals verdedigingswerken, bouwhistorische waarden en oorlogsschade in 1944-1945. Door een historische kaart of luchtfoto over de huidige plattegrond heen te leggen, kan een antwoord worden gevonden op vragen als: waar stonden precies de middeleeuwse stadsmuren, wie hebben vroeger in mijn huis gewoond, waar vind ik historische winkelpanden, welke delen van de stad werden in de Tweede Wereldoorlog verwoest?

Belangrijke literatuur

  • Abma, R., B. Gunterman & W. Uitterhoeve. 2018. Nieuwe Historische Atlas van Nijmegen. 2000 jaar stad aan de Waal, Nijmegen: Vantilt.
  • Gorissen, F. 1956. Niederrheinischer Städteatlas/Geldrische Städte, 1. Heft: Nimwegen. Kleve: Boss (Publikationen der Gesellschaft für Rheinische Geschichtskunde, nr. 51).
Ga naar de Digitale Studiezaal Ga naar de Historische Atlas Nijmegen

Universitaire Bibliotheken Leiden

Kaartencollectie van de Universitaire Bibliotheken Leiden (door Martijn Storms, 2019)

Adres en Contactgegevens
Universiteitsbliotheek Leiden
Bezoekadres: Witte Singel 27, 2311 BG Leiden
Contactpersoon: Martijn Storms (conservator kaarten en atlassen)
Telefoonnummer: +31 (0)71 527 2855
E-mailadres: m.storms@library.leidenuniv.nl
Website: https://www.bibliotheek.universiteitleiden.nl/bijzondere-collecties/over-ons/kaarten-en-atlassen

Toegankelijkheid
Kaarten en atlassen kunnen bestudeerd worden in de Leeszaal Bijzondere Collecties. Voor een bezoek aan de leeszaal is een geldige bibliotheekpas (LU-card) nodig. Bij de receptie van de Universiteitsbibliotheek (UB) kunt u op vertoon van een geldig legitimatiebewijs een jaarpas (€ 30,-) of dagpas (€ 10,-) laten maken. Materialen kunnen voorafgaand aan uw bezoek online aangevraagd worden of op de dag zelf tot 15.30 uur. Houders van een dagpas kunnen géén materialen aanvragen die geplaatst zijn op andere locaties dan de UB. De kaartencollecties bevinden zich echter vrijwel uitsluitend in de UB zelf.

Omvang
De collectie kaarten en atlassen bevat ongeveer 100.000 losse kaartbladen, waaronder ruim 3.000 manuscriptkaarten, ongeveer 3.500 atlassen en zo’n 25.000 topografische prenten en tekeningen. Het aantal kaarten in atlassen en boeken is nooit geteld, maar zijn er mogelijk nog eens 100.000. In de collectie bevinden zich slechts acht, uitsluitend moderne, globes.

Profiel
In de eerste aflevering van deze rubriek is de collectie van de Universiteitsbibliotheek Leiden ook al beschreven (Storms, 2009). In 2013-2014 is de kaartencollectie echter aanzienlijk uitgebreid, met name met de verzamelingen van de bibliotheken van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (zie Koninklijk Instituut voor de Tropen door Peter Levi, 2012) en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (zie Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde door Lam Ngo, 2012). De kern van de kaartencollectie is het legaat van Johannes Tiberius Bodel Nijenhuis (1797-1872), wereldwijd een van de grootste particuliere kaartverzamelaars aller tijden. Na zijn overlijden is zijn verzameling kartografie en topografie overgebracht naar de Leidse universiteitsbibliotheek. De Collectie Bodel Nijenhuis bevat kaarten van de gehele wereld. Ongeveer een derde heeft betrekking op Nederland en België. Ongeveer een vijfde deel betreft gebieden buiten Europa. Bijzonder binnen deze collectie is het grote aantal manuscriptkaarten, waaronder zeekaarten van de VOC, fortificatieplattegronden en landmeterskaarten van waterstaatkundige situaties en grondbezit. Wanneer Bodel Nijenhuis kaarten niet zelf aan kon schaffen liet hij handgetekende kopieën maken. Zo bevinden zich honderden door J.C. Wendel nagetekende kaarten in de collectie. Bodel Nijenhuis wist zijn verzameling verder uit te breiden door veel kaarten te kopen op veilingen, waaronder die van de collecties van Johan Meerman (1824), W.R.E. baron Van Heeckeren van Waliën (1834) en C.R.T. baron Kraijenhoff (1840). Ook sneed hij veel kaarten uit boeken, en versneed hij zelfs kaartbladen waar meer dan één kaart op afgebeeld was. Dit vanwege de strikt geografische ordening van zijn collectie. De variëteit aan kaartmateriaal in de Collectie Bodel Nijenhuis is groot en loopt uiteen van (doorgaans losbladige) meerbladige wandkaarten tot efemeer kartografisch materiaal. Qua datering loopt de collectie uiteen van het begin van de zestiende tot het einde van de negentiende eeuw: Bodel Nijenhuis verzamelde zowel oude als contemporaine kaarten. Kleinere vermeldingswaardige collecties zijn de Collectie Vossius (25 atlassen en 187 zestiendeeeuwse Italiaanse kaarten), de Collectie Van Keulen (334 handgetekende zeekaarten uit de vroege achttiende eeuw) en de Collectie Koeman (340 schoolatlassen). In 2013 sloot de bibliotheek van het KIT haar deuren. Ondermeer de gehele kartografische collectie werd ondergebracht bij de Universitaire Bibliotheken Leiden (UBL). Deze collectie kan onderverdeeld worden in drie deelcollecties. Ten eerste de koloniale erfgoedcollectie van ca. 11.000 kaartbladen van Nederlands-Indië, Suriname en de Antillen. Ten tweede een moderne collectie van kaarten en plattegronden van landen in Latijns Amerika, Afrika en Azië van ca. 15.000 bladen en 1.000 atlassen. Naast deze twee collecties is ook de Collectie Coomans-Eustatia, een verzameling van ongeveer 250 kaarten van de Nederlandse Antillen en het Caraïbisch gebied, overgenomen van het KIT. In 2014 werd ook de collectie van het KITLV bij de UBL ondergebracht. Dit in Leiden gevestigde onderzoeksinstituut heeft een collectie van zo’n 16.000 kaarten van met name de voormalige Nederlandse koloniën bijeengebracht. Met de komst van de KIT- en KITLV-collecties is de nadruk van de kartografische collectie van de UBL veel sterker op kaarten en atlassen van de voormalige Nederlandse koloniën komen te liggen, met name op Nederlands Indië. Op dit gebied beheert de UBL een van de meest uitgebreide collecties. De focus op Aziatische collecties wordt nog verder versterkt met de ingehuisde verzamelingen van het aan de Universiteit Leiden gelieerde Sinologisch Instituut (ca. 250 kaarten van China) en het Instituut Kern (ca. 600 kaartbladen van India). Last but not least wordt hier de Serrurier Collectie vermeld, bestaande uit ongeveer 500 kaartbladen van Japan, verzameld door Philipp Franz von Siebold en andere officials op Deshima. Ook in deze collectie bevinden zich vele manuscriptkaarten.

Website
Vrijwel de volledige collecties van het KIT en KITLV, en een groeiend gedeelte van de Collectie Bodel Nijenhuis zijn beschreven in de online catalogus (https://catalogue.leidenuniv.nl). In de beeldbank van de UBL, Digital Collections (https://digitalcollections.universiteitleiden.nl), zijn bijna 20.000 kaarten te vinden, met name van de collecties van KITLV en de koloniale collectie van het KIT. De Collectie Van Keulen is ook in zijn geheel opgenomen, en ongeveer 2.000 kaarten uit de Collectie Bodel Nijenhuis, waaronder veel kaarten van het Caraïbisch gebied. Vooralsnog is er ook een aparte kaartenviewer voor de koloniale kaarten van het KIT (http://maps.library.leiden.edu/) waarbinnen op plaatsnaam gezocht kan worden. Er wordt momenteel echter gewerkt aan een nieuwe toegang voor gegeorefereerd kaartmateriaal die deze viewer op termijn zal vervangen. Samen met de kaarten die in het project Maps in the Crowd gegeorefereerd zijn, zullen deze op één plek geografisch doorzoekbaar worden gemaakt. Bijna 14.000 topografische prenten en tekeningen van Nederland zijn toegankelijk via het Geheugen van Nederland (www.geheugenvannederland.nl/nl/geheugen/pages/collectie/Topografie+van+Nederland). Deze collectie zal binnen enkele jaren in Digital Collections opgenomen worden.

Recente Literatuur

  • Jong, Remy de & Martijn Storms. 2018. ‘De kaartenveiling van Krayenhoff’, in: De Boekenwereld 34, 4: 32-35.
  • Leca, Radu. 2017. Japan in Kaart / Mapping Japan. Leiden: Japanmuseum SieboldHuis.
  • Levi, Peter. 2012. ‘Kaartencollecties in Nederland. Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam’, in: Caert-Thresoor 31,3: 93-94.
  • Ngo, Lam. 2012. ‘Kaartencollecties in Nederland. Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden’, in: Caert-Thresoor 31, 1: 26-27.
  • Storms, Martijn. 2009. ‘Kaartencollecties in Nederland. Collectie kaarten en atlassen van de Universiteitsbibliotheek Leiden’, in: Caert-Thresoor 28, 2: 55-56.
  • Storms, Martijn. 2014. ‘UB Leiden zet Azië op de kaart. Complete kartografische collectie KIT blijft behouden in Leiden’, in: Geo-Info 11, 2: 34-37.
  • Storms, Martijn. 2018. ‘Leiden and the Dissemination of Asian Cartography’, in: Mirela Altic, Imre Josef Demhardt & Soetkin Vervust (eds.), issemination of Cartographic Knowledge. Cham: Springer: 347-362.
Ga naar de online catalogus Ga naar de Digital Collections Ga naar de koloniale kaarten van het KIT Ga naar het Geheugen van Nederland