Johan F.A. Cateau van Rosevelt. Portret van de kartograaf van de Surinaamse kolonie

Het hier afgebeelde portret is van Johan François Adriaan Cateau van Rosevelt (1824-1891). Hij was in de negentiende eeuw werkzaam voor het koloniaal bestuur in de Nederlandse kolonie Suriname. Historisch-kartografen kennen Cateau van Rosevelt echter vooral als de vervaardiger van de eerste gedetailleerde kaart van Suriname (schaal 1:200.000) gebaseerd op een meetkundige grondslag. De kaart verscheen in 1882 bij drukkerij Smulders in Den Haag als lithografie. Ze bestaat uit tien bladen van circa 70 x 50 cm, dat is een kaart van 148 x 263 cm als alle bladen aan elkaar zijn gemonteerd. Deze kaart vormde de grondslag voor veel latere kaarten van de Nederlandse kolonie Suriname en was lange tijd de officiële kaart die werd gebruikt door het toenmalig Ministerie van Koloniën. Op het portret, dat wordt bewaard in het Rijksmuseum, is de kartograaf afgebeeld met een kaart. Deze geschilderde kaart lijkt echter niet op de lithografie uit 1882, maar is een kaart van een veel kleiner formaat. Dit roept vragen op, want als de kaart niet het bekende werk van de kartograaf voorstelt, welke kaart is hier dan wel te zien? Is het de kunstenaar die de vrijheid heeft genomen om de kaart van Cateau van Rosevelt anders af te beelden of gaat het om een andere kaart? Voor de beantwoording van deze vragen zullen verschillende bronnen worden onderzocht, die context bieden bij het portret en de kaarten van Cateau van Rosevelt.

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor. 

Portret van Johan François Adriaan Cateau van Rosevelt, 1885 (Rijksmuseum, objectnummer SK-A-2252).
Het archiefmateriaal over Cateau van Rosevelt dat aan bod komt in dit artikel wordt ontsloten in de online webdatabank Maps in Context, een project opgestart door Bram Vannieuwenhuyze aan de Universiteit van Amsterdam. In deze webdatabank worden links gelegd tussen oude kaarten enerzijds en bronnen over specifieke kaarten, kaartmakers, de productie en het gebruik van deze objecten anderzijds. De webdatabank zal naar verwachting in het najaar van 2021 worden gelanceerd.
MARISSA GRIFFIOEN (1993) MA is wetenschappelijk medewerker voor Stichting Historiae Cartographicae Cathedra, verbonden aan de leerstoel Historische Cartografie aan de Universiteit van Amsterdam. Voor het project Maps in Context werkt zij aan de ontwikkeling en invulling van een doorzoekbare databank waarin de verbanden tussen oude kaarten en hun historische context digitaal worden ontsloten.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Een vervalsing van de maankaart van Van Langren

De eerste poging om de topografie van de maan te benoemen gaat terug op William Gilbert, die in het jaar 1600 een met het blote oog opgenomen kaart vervaardigde met twaalf namen. In de zeventiende eeuw wedijverden astronomen met elkaar om als eerste een selenografie (een geografie van de maan) vast te stellen en zo hun naam te vereeuwigen. De geschiedenis van deze kaart, die soms aan Michiel Florent van Langren wordt toegeschreven en soms als een kopie wordt beschouwd, is nauw verbonden met de rivaliteit tussen de grote astronomen van begin zeventiende eeuw. In het jaar 1970 zou het observatorium in het Vaticaan suggereren dat de Spaanse prelaat Juan Caramuel y Lobkowitz verantwoordelijk was voor deze kaart.

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.
 

Plenilunii Lumina Austriaca Philippica door Michael Florent van Langren. Kopergravure, 38x50cm.
Bron: gallica.bnf.fr / Bibliothèque nationale de France.
ALEXANDRE PINGEL is compagnon in de firma Pingel Rare Books in Parijs.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Een kaartencollectie in coronatijd

Wereldwijd zaten we met z’n allen de afgelopen maanden in een epidemie die vergezeld ging van tal van beperkende maatregelen. Die maatregelen lieten vanzelfsprekend ook de erfgoedbeherende instellingen niet ongemoeid. Bezoekers van de afdelingen van Bijzondere Collecties moesten bijvoorbeeld rekening houden met sluitingen van leeszalen en een uitgeklede dienstverlening. Als samenleving kregen we in de afgelopen coronamaanden via overheidscampagnes nogal eens de tip om het glas half vol te zien in plaats van half leeg. Een cliché natuurlijk, maar daarom ook niet geheel onwaar. Hoe verging het de kaartencollecties? Een bloemlezing over de specifieke praktijk van de kaartenverzameling van de Universiteitsbibliotheek Utrecht (UBU) met een focus op de activiteiten die in coronatijd nog wel mogelijk waren en gerealiseerd zijn.

 

Mondkapjes op tijdens een werkcollege voor studenten Living Pasts (Utrecht Time Machine) in de kaartenzaal(foto: Marco van Egmond).

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.

DR. MARCO VAN EGMOND (1969) is conservator kaarten, atlassen en gedrukte werken bij de Universiteitsbibliotheek Utrecht.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Lodovico Guicciardini. Een onbekend en onbemind meester

De naam Lodovico Guicciardini doet bij velen van ons een belletje rinkelen, maar toch is vrij weinig over hem bekend. Veel verder dan die Italiaan die zich in de zestiende eeuw in Antwerpen vestigde en daar een werk over ‘De Nederlanden’ uitgaf komen we niet. Deze bijdrage gaat dieper in op Guicciardini’s meesterwerk, de Descrittione di tutti I Paesi Bassi altrimenti detti Germania inferiore of in het Nederlands Beschryvinghe van alle de Nederlanden anderssins ghenoemt Neder-Duytslandt; met speciale aandacht voor haar kaarten, stadsplattegronden en -gezichten. De Beschryvinghe is een originele historische studie uit 1567 over de Nederlanden, met speciale focus op Antwerpen. Het was vernieuwend en baanbrekend zowel door haar geschiedkundige analyse als vanwege de prenten, stadsgezichten en kaarten die erin verwerkt zijn.

Lees het volledige artikel in jaargang 40 (2021), no. 2 van Caert-Thresoor.
 

Kaart van de Nederlanden uitgegeven in 1612 te Amsterdam door Willem Jansz. Blaeu in Beschryvinghe van alle de Nederlanden […] van Lodovico Guicciardini. Kopergravure, afmeting 24,5 x 33,5 cm. Universiteitsbibliotheek Utrecht, T Fol 107.
MR. S.F.E.J.M.TH. DE PEUTER was professioneel voornamelijk actief als advocaat en rechter. Sinds meer dan 45 jaar verdiepte hij zich in kartografie. Op 1 januari 2020 werd hij handelaar in oude kaarten onder de naam CartaHistorica.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.
Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Plantages op Sint-Eustatius in de achttiende eeuw. Welke informatie geven kaarten hierover?

In 2018 berichtten de kranten dat de ontwikkeling van het lokale bestuur op Sint-Eustatius de verkeerde kant opging. Zo maakte het dagblad Trouw op 8 februari 2018 melding van bestuurlijke chaos, die had geleid tot ‘wetteloosheid en financieel wanbeheer’. De staatssecretaris van Koninkrijksrelaties zag zich genoodzaakt tot ingrijpen: het lokale bestuur werd buiten werking gesteld en vervangen door een door de staatssecretaris benoemde regeringscommissaris.

 

Opmerkelijk is dat bij de berichtgeving over de bestuurlijke problematiek in Trouw in een kader, nog wel vetgedrukt, de volgende tekst staat: ‘Sint­-Eustatius was alleen in de slaventijd welvarend toen op de vlakte van het eiland enorme plantages konden worden bewerkt. Met de afschaffing van de slavernij, verdween die welvaart en bleven de afstammelingen achter op een eiland dat verder weinig te bieden heeft’. Deze zinnen roepen niet alleen verbazing op, maar bevatten bovendien onjuistheden. De welvaart die er ooit was op het eiland, moeten we plaatsen in de achttiende eeuw, maar hing die welvaart wel af van de plantages? Zeker is dat de welvaart niet verdween met en door de afschaffing van de slavernij, maar al veel eerder. Maar het opvallendst is die bewering over ‘enorme plantages’.

De eerste moderne topografische kaart van Sint-Eustatius, 1915; schaal: 1:20.000; 37,5 x 36,5 cm. Den Haag: Lith. J. Smulders & Co.

Vragen hierover dringen zich op. Waar hebben die plantages dan gelegen? Waren ze werkelijk zo groot als wordt gesuggereerd? Welke betekenis hadden ze nu echt voor de lokale welvaart in de achttiende eeuw? Aan de hand van een aantal historische kaarten wordt geprobeerd daar een antwoord op te geven.

Lees het volledige artikel in jaargang 40 (2021), no. 2 van Caert-Thresoor.

 

DR. W.E. RENKEMA (1942) was tot zijn pensionering werkzaam als leraar geschiedenis en schoolleider. Hij publiceerde onder andere een proefschrift over Curaçaose plantages en een boek over oude kaarten van de zes eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen. Een publicatie over oude kaarten van waterschappen en polders in Nederland zal in de loop van 2021 verschijnen in de Explokartreeks.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

De Adamsbrug tussen India en Sri Lanka. Een zoektocht naar de herkomst van deze naam

Oude kaarten zijn een opslagplaats van informatie en bieden dus een interessante blik op de kennis, maar ook op de interesse van kartografen en hun opdrachtgevers in het verleden. De kaarten die in dit artikel aan de orde komen zijn daar mooie voorbeelden van. Op de Nederlandse kaarten zijn aanvankelijk veel geografische namen in het Portugees aangegeven, en zo loop je op je zoektocht onverhoeds tegen de koloniale voorganger aan, die door de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) van het eiland is verdreven. Dit artikel is het verslag van een zoektocht naar de oorsprong van de naam van de keten van eilandjes tussen Pamban Island en Mannar Island.

 

In het Indiase heroïsche epos Ramayana wordt de constructie van de ‘brug’ uitvoerig verteld, maar de naam Rama Setu, ‘Rama’s Brug’, wordt niet genoemd in de geschriften van oude Perzische en Arabische wetenschappers en kooplieden die actief waren vóór de tijd van Marco Polo.

Apen en beren bouwen de brug naar het eiland Lanka. Kunstenaar onbekend, ca. 1850, vervaardigd in Kangra, Himachal Pradesh, India. Aquarel, 30,2 x 43,8 cm. Philadelphia Art Museum, inv.nr. 1959-93-82.

Volgens islamitische legenden vluchtten Adam en Eva naar Sri Lanka na hun verbanning uit het paradijs – Adam zou daar zijn voetafdruk hebben achtergelaten – vandaar de naam Adam’s Peak. Volgens een van de verhalen zou het koppel later naar India zijn gereisd, over de ‘Adams Bridge’. Echter, eerdere islamitische en Europese tekstuele en kartografische bronnen gebruiken deze naam niet. Het lijkt erop dat de naam voor het eerst voorkomt op een kaart die in 1672 is gedrukt, namelijk in het boek over Sri Lanka (toen Ceylon geheten) van Philippus Baldaeus.

Lees het volledige artikel in jaargang 40 (2021), no. 2 van Caert-Thresoor.

 

DR. L.J. WAGENAAR (1945) werkte tot zijn pensioen als conservator bij het Amsterdam Museum. In die hoedanigheid was hij betrokken bij museale projecten in Sri Lanka en Indonesië. Hij promoveerde in 1994 aan de Universiteit Leiden en was sinds 1999 eerst als privaatdocent en later als gastdocent/onderzoeker werkzaam bij het Departement Geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

De wandkaart van Europa van Jodocus Hondius

In de collecties van het Allard Pierson / De Collecties van de Universiteit van Amsterdam (UVA) bevindt zich een uniek exemplaar van de wandkaart van Europa van Jodocus Hondius. Dit exemplaar overleefde de eeuwen door de manier waarop het is bewaard: de kaart (totaal formaat 104 x 126 cm), gedrukt op zes bladen (elk 52 x 42 cm), is in twintig rechthoekige delen van 31,5 x 21 cm elk gesneden, op karton geplakt en als een boek in een cassette bewaard, waardoor de kaart in perfecte staat is en prachtig van kleur. Plaatsnamen zijn op de achterkant van de twintig segmenten geschreven, corresponderend met de plaats op de kaart op de voorkant.

Lees het volledige artikel in jaargang 40 (2021), no. 1 van Caert-Thresoor.

 

De wandkaart van Europa van Jodocus Hondius, Collectie Allard Pierson Universiteit van Amsterdam, HB-KZL VI 14 D 10.
P.J.W. VAN GESTEL-VAN HET SCHIP is projectleider, eindredacteur en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam in de historische kartografie bij de onderzoeksgroep Explokart

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Brouw in het stedenboek van Blaeu. Een verzoek van Joan Blaeu aan het Zeeuwse Brouwershaven

De stedenatlas van Joan Blaeu is vermaard in binnen- en buitenland. De lezer kan zich vergapen aan honderden stadsplattegronden en beschrijvingen van Nederlandse en Vlaamse steden. Voor het vergaren van informatie voor dit omvangrijke werk heeft Blaeu zich grote moeite getroost, maar hoe ging hij te werk? Door een brief die hij in 1649 naar het Zeeuwse stadje Brouwers haven stuurt, krijgt u een kijkje in de keuken van deze wereld-beroemde drukker en kartograaf.

Lees het volledige artikel in jaargang 40 (2021), no. 1 van Caert-Thresoor.

 

Joan Blaeu werd in 1663 door Jan van Rossum geportretteerd. Zijn linkerhand rust op een tellurium. Waarschijnlijk een verwijzing naar de grenzeloze ambitie van Blaeu om hemel en aarde in kaart te brengen. Amsterdam Museum, inv.nr. SA-28705.
DRS. A.H.E. MOSTERT studeerde archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Tegenwoordig is hij werkzaam bij zowel het Gemeentearchief Schouwen-Duiveland als het Zeeuws Archief. In de archieven doet hij soms een leuke vondst die het waard is om aan een groter publiek te presenteren.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Martino Martini’s Novus Atlas Sinensis. Zijn methode voor het bepalen van coördinaten

De Novus Atlas Sinensis van de Jezuïet Martino Martini, door Joan Blaeu in 1655 in Amsterdam uitgegeven, was de eerste in een westerse taal in Europa verschenen provincieatlas van China. Deze atlas zou tot het begin van de achttiende eeuw voor Europese kartografen het model worden voor de weergave van China. De atlas was samengesteld uit een overzichtskaart, vijftien provinciekaarten, een kaart van Japan en Korea, 171 bladzijden met geografische beschrijvingen in het Latijn, en een lijst van coördinaten van meer dan 1750 plaatsen. Om een begrip te krijgen van de door Martini gevolgde karteermethode is het essentieel na te gaan hoe die coördinaatwaarden werden verkregen.

Lees het volledige artikel in jaargang 40 (2021), no. 1 van Caert-Thresoor.

 

Portret van Martino Martini door Michaelina Wautier. Olieverf op doek, 1654. Bron: Wikimedia Commans (het schilderij bevindt zich in een privécollectie).
R. LIN HONG is als docent verbonden aan Shanghai Normal University (met een doctoraat in de historische geografie van de Fudan Universiteit). Hij leidt thans het onderzoeksproject ‘Onderzoek naar de kartografische methodes en de genealogie van de vroege Europese kaarten van China (1500-1734)’ dat gesteund wordt door het National Social Science Fund in China.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Schiermonnikoog historisch op de kaart gezet

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de Nederlandse Waddeneilanden door het (zeebad)toerisme in de belangstelling kwamen te staan, verschenen ook talrijke beschrijvingen en publicaties daarover. Tot de eerste daarvan behoren die van botanici als Frederik Willem van Eeden (vanaf 1867) en Franciscus Holkema (1870); veel later zou de bekende Jac. P. Thijsse in hun voetspoor treden. Als voorlopers van dit genre zijn in zekere zin de reisverslagen van de Luikse hoogleraar Jan Ackersdijck te beschouwen, die in september 1826 de eilanden Texel tot en met Borkum bezocht. Hij was van mening dat informatie en kennis, die ter plaatse wordt vergaard, nuttig is voor de beeldvorming van degenen die zich met de geschiedenis en economie van staten bezighouden. Zijn reisverslagen bevatten, naast algemene, dan ook historische informatie.

Lees het volledige artikel in jaargang 39 (2020), no. 4 van Caert-Thresoor.

 

Kaart met de buitendelta en geulen van Friesche Gat en Scholbalg. Anoniem en ongedateerd, omstreeks 1730. (Tresoar, toegangsnummer 358, Fries Kaartenkabinet, kaartnummer 000758).
DR H. FEENSTRA (1952) zelfstandig historicus; specialisme de (cultuur)geschiedenis van Noord-Nederland en Noordwest-Duitsland, met bijzondere interesse voor het Waddengebied.
DR M. SCHROOR (1955) geograaf en historicus, directeur Bureau Varenius Leeuwarden en portefeuillehouder Cultuurhistorie van de Waddenacademie.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor