De wandkaart van Europa van Jodocus Hondius

In de collecties van het Allard Pierson / De Collecties van de Universiteit van Amsterdam (UVA) bevindt zich een uniek exemplaar van de wandkaart van Europa van Jodocus Hondius. Dit exemplaar overleefde de eeuwen door de manier waarop het is bewaard: de kaart (totaal formaat 104 x 126 cm), gedrukt op zes bladen (elk 52 x 42 cm), is in twintig rechthoekige delen van 31,5 x 21 cm elk gesneden, op karton geplakt en als een boek in een cassette bewaard, waardoor de kaart in perfecte staat is en prachtig van kleur. Plaatsnamen zijn op de achterkant van de twintig segmenten geschreven, corresponderend met de plaats op de kaart op de voorkant.

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.

 

De wandkaart van Europa van Jodocus Hondius, Collectie Allard Pierson Universiteit van Amsterdam, HB-KZL VI 14 D 10.
P.J.W. VAN GESTEL-VAN HET SCHIP is projectleider, eindredacteur en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam in de historische kartografie bij de onderzoeksgroep Explokart

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Brouw in het stedenboek van Blaeu. Een verzoek van Joan Blaeu aan het Zeeuwse Brouwershaven

De stedenatlas van Joan Blaeu is vermaard in binnen- en buitenland. De lezer kan zich vergapen aan honderden stadsplattegronden en beschrijvingen van Nederlandse en Vlaamse steden. Voor het vergaren van informatie voor dit omvangrijke werk heeft Blaeu zich grote moeite getroost, maar hoe ging hij te werk? Door een brief die hij in 1649 naar het Zeeuwse stadje Brouwers haven stuurt, krijgt u een kijkje in de keuken van deze wereld-beroemde drukker en kartograaf.

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.

 

Joan Blaeu werd in 1663 door Jan van Rossum geportretteerd. Zijn linkerhand rust op een tellurium. Waarschijnlijk een verwijzing naar de grenzeloze ambitie van Blaeu om hemel en aarde in kaart te brengen. Amsterdam Museum, inv.nr. SA-28705.
DRS. A.H.E. MOSTERT studeerde archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Tegenwoordig is hij werkzaam bij zowel het Gemeentearchief Schouwen-Duiveland als het Zeeuws Archief. In de archieven doet hij soms een leuke vondst die het waard is om aan een groter publiek te presenteren.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Martino Martini’s Novus Atlas Sinensis. Zijn methode voor het bepalen van coördinaten

De Novus Atlas Sinensis van de Jezuïet Martino Martini, door Joan Blaeu in 1655 in Amsterdam uitgegeven, was de eerste in een westerse taal in Europa verschenen provincieatlas van China. Deze atlas zou tot het begin van de achttiende eeuw voor Europese kartografen het model worden voor de weergave van China. De atlas was samengesteld uit een overzichtskaart, vijftien provinciekaarten, een kaart van Japan en Korea, 171 bladzijden met geografische beschrijvingen in het Latijn, en een lijst van coördinaten van meer dan 1750 plaatsen. Om een begrip te krijgen van de door Martini gevolgde karteermethode is het essentieel na te gaan hoe die coördinaatwaarden werden verkregen.

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.

 

Portret van Martino Martini door Michaelina Wautier. Olieverf op doek, 1654. Bron: Wikimedia Commans (het schilderij bevindt zich in een privécollectie).
R. LIN HONG is als docent verbonden aan Shanghai Normal University (met een doctoraat in de historische geografie van de Fudan Universiteit). Hij leidt thans het onderzoeksproject ‘Onderzoek naar de kartografische methodes en de genealogie van de vroege Europese kaarten van China (1500-1734)’ dat gesteund wordt door het National Social Science Fund in China.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Schiermonnikoog historisch op de kaart gezet

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de Nederlandse Waddeneilanden door het (zeebad)toerisme in de belangstelling kwamen te staan, verschenen ook talrijke beschrijvingen en publicaties daarover. Tot de eerste daarvan behoren die van botanici als Frederik Willem van Eeden (vanaf 1867) en Franciscus Holkema (1870); veel later zou de bekende Jac. P. Thijsse in hun voetspoor treden. Als voorlopers van dit genre zijn in zekere zin de reisverslagen van de Luikse hoogleraar Jan Ackersdijck te beschouwen, die in september 1826 de eilanden Texel tot en met Borkum bezocht. Hij was van mening dat informatie en kennis, die ter plaatse wordt vergaard, nuttig is voor de beeldvorming van degenen die zich met de geschiedenis en economie van staten bezighouden. Zijn reisverslagen bevatten, naast algemene, dan ook historische informatie.

Lees het volledige artikel in jaargang 39 (2020), no. 4 van Caert-Thresoor.

 

Kaart met de buitendelta en geulen van Friesche Gat en Scholbalg. Anoniem en ongedateerd, omstreeks 1730. (Tresoar, toegangsnummer 358, Fries Kaartenkabinet, kaartnummer 000758).
DR H. FEENSTRA (1952) zelfstandig historicus; specialisme de (cultuur)geschiedenis van Noord-Nederland en Noordwest-Duitsland, met bijzondere interesse voor het Waddengebied.
DR M. SCHROOR (1955) geograaf en historicus, directeur Bureau Varenius Leeuwarden en portefeuillehouder Cultuurhistorie van de Waddenacademie.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Ambonse Oorlogen. Ongepubliceerde afbeeldingen van een onderbelicht koloniaal conflict nu digitaal beschikbaar

Sinds 1996 ontsluit de Atlas of Mutual Heritage*, een online database, afbeeldingen en kaarten van de gebieden waarin VOC en WIC actief waren. De recente toevoeging van een serie tekeningen uit twee manuscriptversies van het boek Amboinse Oorlogen, dat de gebeurtenissen van de Grote Ambonse Oorlog (1651-1656) beschrijft, illustreert het belang van zulke gespecialiseerde databases voor onderzoek.

Lees het volledige artikel in jaargang 39 (2020), no. 4 van Caert-Thresoor.

 

*De Atlas of Mutual Heritage is raadpleegbaar via www.atlasofmutualheritage.nl. De nieuw ontsloten afbeeldingen kunnen worden opgeroepen door ‘Livinus Bor’ in het zoekveld in te voeren.

Belegering van Ihamahu, 1652 zoals verbeeld in het Brusselse manuscript. Wanneer we deze afbeelding vergelijken met afbeelding 5, zien we dat de rots waarop Ihamahu is gelegen veel steiler en kleiner is afgebeeld. Op de voorgrond zien we de redoute Velsen, die pas drie jaar na de belegering zou worden gebouwd (Koninklijke Bibliotheek Brussel, Ms. 17982, fol. 35)
T. MOSTERT MPHIL (1981) werkt aan de Universiteit Leiden aan een proefschrift over de specerijenoorlogen, en beheert samen met Oscar Hefting de Atlas of Mutual Heritage.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

De eerste atlassen. Over de totstandkoming van een bijzondere serie postzegels

De eerste moderne atlas verscheen in 1570 in Antwerpen, dit jaar 450 jaar geleden. Ter gelegenheid daarvan heeft PostNL op 23 maart 2020 het postzegelvel ‘De eerste atlassen’ uitgegeven. Op de zes postzegels waaruit het vel bestaat zijn kaarten te zien uit zes atlassen die in de zestiende en zeventiende eeuw in de Nederlanden zijn verschenen. Naast de kaarten zijn de betrokken uitgevers afgebeeld. Op de postzegels staat de waardeaanduiding ‘Internationaal 1’ voor post tot en met twintig gram met een internationale bestemming. Het postzegelvel is ontworpen door Studio Maud van Rossum uit Amsterdam.

Lees het volledige artikel in jaargang 39 (2020), no. 4 van Caert-Thresoor.
 

Abraham Orteliuspostzegel.
O.C. JAGER (1954) is tekstschrijver in Den Haag en schrijft onder meer over grafische ontwerpen, architectuur en erfgoed.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Malqueren. Het mysterieuze Zweedse eilandje op Nederlandse zeekaarten

‘You are the first one ever who asked me about Malkvarn.’ Michael Stenquist, gepensioneerd krantenman en vrijwilliger van het Sjöfartsmuseet te Karlshamn, heeft er duidelijk plezier in. ‘This is a great story. You should ask someone to take you there, climb upon it and have a picture taken.’ Om zich meteen lachend te verontschuldigen voor zijn door beroepsdeformatie aangewakkerde suggestie. ‘Behalve wat zeerobben wellicht is daar helemaal niets, het is slechts een kale rots in zee als vele andere. Iedere rots hier heeft een naam, maar vaak is die alleen bekend aan lokale vissers.’

Lees het volledige artikel in jaargang 39 (2020), no. 4 van Caert-Thresoor.

 

De grietenie van Hemelumer Oldevaert ende Noortwolde door Christianus Schotanus (1664). In: Beschrijvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt. Collectie Tresoar.
J. DE VRIES (STAVEREN 1958) is onderzoeker van de maritieme geschiedenis en auteur van onder andere Verzwegen Zeeheld – Jacob Benckes (1637-1677) en zijn wereld.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

The K.L.M. Amsterdam-Batavia Line. Een kartografische bijlage bij een ‘K.L.M.-Baedeker’ uit 1935

Een promotie-uitgave van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (K.L.M.) uit de jaren dertig informeerde reizigers tussen Amsterdam en Batavia over bezienswaardigheden, die op het traject de moeite van het bekijken waard waren. Bovendien bevatte dit boekje een fraai en zorgvuldig uitgevoerde kartografische bijlage, die het mogelijk maakte zich enigszins op de route te oriënteren.

 

Andries Blitz
In 1935 verscheen bij de Amsterdamse uitgeverij Andries Blitz een boekje, geschreven door Mr E. Rusman, onder de titel Wings across continents (The K.L.M. Amsterdam-Batavia Line). Andries Blitz (1890-1942) was aanvankelijk in dienst van uitgeverij Scheltens & Giltay; in 1929 begon hij voor zichzelf. Blitz gaf tussen 1929 en de Tweede Wereldoorlog meer dan honderd boeken uit, overwegend in het lichtvoetige genre, humoristische romans, detectives en dergelijke. Soms klinkt ook wel degelijk de maatschappelijke en politieke actualiteit door in titels van de door Blitz uitgegeven boeken: De brand. Het proces Van der Lubbe uit 1934 of Hoe de oorlog van 1939 ontstond. Van “München” tot September 1939 uit 1939 laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Blitz zelf werd tijdens de oorlog het werken onmogelijk gemaakt: in 1942 is hij ten slotte in Auschwitz vermoord.

Omslag van de Routemap (detail).

Opvallend in Blitz’ fonds zijn tal van ‘luchtvaartboeken’, bijvoorbeeld die van de toenmaals zeer bekende aviateur A. Viruly, zoals In de schroefwind (1931), “Vóór vrij?”… “Contact!”. Van de Soesterbergsche vlieghei en Wij vlogen naar Indië; ook van de bekende Franse romancier / vliegenier Antoine de Saint Exupéry had Blitz titels in zijn fonds.

Wings across continents
Het ligt dan ook voor de hand dat toen de K.L.M. in 1935 een promotie-uitgave wilde laten produceren, men bij de uitgeverij van Blitz terecht kwam. Het boek Wings across continents. (The K.L.M. Amsterdam-Batavia line) is het enige boek in Blitz’ fonds in de Engelse taal. Het bevestigt alleen al daarmee het internationale karakter, waardoor de wereld van het vliegverkeer zozeer wordt gekenmerkt.

De schrijver is Mr E. Rusman, chef van de pers- en propagandadienst van de K.L.M. Emile (‘Mieleke’) werd geboren in Rotterdam in 1905, hij was jarenlang actief voor communicatie en publiciteit bij de K.L.M, en publiceerde in die hoedanigheid tal van populaire artikelen. Uit de jaren dertig is nog een andere publicatie van hem bekend (samen met Leo van Breen): Het critieke stadium. Bijdrage tot de economiese betekenis van de luchtvaart door Nederland. In de jaren vijftig emigreerde Rusman naar Brazilië.

In Arnhemsche courant van 16 september 1935 werd Wings across continents aangeduid als “K.L.M.-Baedeker” of “Baedeker voor den modernen Holland-Indiëvaarder”: het boekje oogt tamelijk kloek voor de slechts 96 pagina’s die het telt.

Dit is de eerste pagina van het artikel. Lees het hele artikel in jaargang 39 (2020), no. 3 van Caert-Thresoor.

DRS R. STORM (1962) studeerde in Amsterdam en Leiden. Sinds 1989 is hij werkzaam in de wetenschappelijke bibliotheek. In 2014 trad hij in dienst van de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, als conservator Cartografie en Geografie.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Vliegvelden in Nederland. Van marginale veldjes naar halve steden

In Nederland wordt na de eerste geslaagde vlucht van Blériot van Frankrijk naar Engeland in 1909 ook al snel gevlogen. De eerste vlucht is in datzelfde jaar ter opluistering van het veertigjarig bestaan van een suikerfabriek in de buurt van het huidige sportvliegveld Seppe in Noord-Brabant: de piloot, een Russische Fransman die in Luik woonde, wist zijn machine één kilometer in de lucht te houden, met de grootste hoogte van vijftien meter. Het enthousiasme voor het loskomen van het aardoppervlak en de ‘grenzeloze’ mogelijkheden van het vliegen is al net zo groot als in de ons omringende landen: bij de groep die zich zo’n manier van reizen kan veroorloven. De rest kan er zich tegen betaling met verbazing aan vergapen.

Dit artikel is onderdeel van de Luchtvaartkartografie special. Lees het hele artikel in jaargang 39 (2020), no. 3 van Caert-Thresoor.

 

Afbeelding links: Vliegveld Waalhaven, uitsnede uit: Cito-plan Rotterdam Hillegersberg-Overschie-Schiebroek (2e druk; 1 : 12.500). Den Haag: Fa. H. v. Diehlen Cartografisch Uitgeversbedrijf, z.j. (±1939). Collectie Steegh-Teunissen, V.969.
Afbeelding rechts: Affiche van Comité SOS Schiphol, 2 juli 1938. Collectie HEK.
MR. J.P.R.M. STEEGH (Venlo, 1953, nu woonachtig in Dordrecht) is jurist, informatiekundige en stadssocioloog. Samen met zijn partner Harrie Teunissen ontwikkelt, beheert en benut hij een grote collectie kaarten en kaartboeken voor onderzoek, tentoonstellingen en publicaties. Hij was werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, lid van de Provinciale Staten, hoogheemraad, wethouder en partijvoorzitter. Na een periode als consultant werkzaam te zijn geweest is hij sinds 2019 gepensioneerd.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Vliegen? De KLM kan het al honderd jaar!

Als wij de Montgolfières (heteluchtballonnen) even overslaan, lijkt het honderdjarig jubileum van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij Luchtvaart Maatschappij (KLM) – oprichting in 1919 en eerste vlucht in 1920 – een goede reden om luchtvaartkaarten in de ruimste zin eens te bekijken en hun ontwikkeling en sommige achtergronden daarvan te belichten. Luchtvaartkaarten – ook die uit de Tweede Wereldoorlog – worden sinds kort verzameld omdat zij zowel interessant als betaalbaar blijken. De luchtvaart als bedrijfstak vervulde voor Nederland een belangrijke taak, door het onderhouden van verbindingen door de KLM naar Oost en West in het koloniale tijdperk, en als venster naar de wereld voor ons allemaal. Dat laatste is nog steeds het geval. In Nederlands-Indië was het de Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij (KNILM), die in de uitgestrekte Indische Archipel het luchttransport ging verzorgen en van daar ook naar bijvoorbeeld Australië lijnvluchten uitvoerde. Zonder civiele luchtvaartkartografie in internationaal verband was dat niet mogelijk geweest.

Dit artikel is onderdeel van de Luchtvaartkartografie special. Lees het hele artikel in jaargang 39 (2020), no. 3 van Caert-Thresoor.

 

Normale topografische kaart met handmatige aanvullingen voor de navigatie op zicht; route Gibraltar-Malaga-Perpignan. Uitgegeven in 1934 door de KNVvL (Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart) en de A.N.W.B. (Algemeene Nederlandsche Wielrijdersbond of Toeristenbond).
CAPT. J.D.A. KOK (1940) is gepensioneerd KLMgezagvoerder en was onder andere Plaatsvervangend Hoofd Training Stuurhutbemanningen. Zijn interesse voor kartografie komt voort uit zijn belangstelling voor de oude navigatietechnieken.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor