Made in Groningen: De Wandkaart van Nederlandsch Oost-Indië van P.R. Bos en R.R. Rijkens uit 1881

Groningen was in de negentiende eeuw een uithoek van het land. Als een Groningse dorpsschoolmeester op reis ging naar Amsterdam beschouwde heel het dorp dat als waaghalzerij. Pieter Roelf Bos (1847-1902), een leraar aan de Rijks HBS in Groningen, klaagde dan ook in een brief uit 1877 aan de Leidse hoogleraar P.J. Veth over zijn “zoo ver van het centrum des lands verwijderde woonplaats”. En ook zijn collega en vriend Rijko Rentjo Rijkens (1825-1911), leraar aan de Rijkskweekschool in de provinciehoofdstad, betreurde in 1875 het feit dat “iemand die niet nabij de bron van kaartwerken woont niet gemakkelijk daarmee bekend wordt.” Toch durfden Bos en Rijkens (de ‘Noormannen’ noemden ze zichzelf) het aan om in 1881 bij de Groningse uitgever J.B. Wolters een grote wandkaart in twaalf bladen van Nederlands Oost-Indië op een schaal van 1:2.000.000 te laten verschijnen. Deze succesvolle en toonaangevende schoolwandkaart zou tot 1940 maar liefst negen edities beleven, hetgeen in Nederland ongekend is.

Lees hier het volledige artikel

 

Wandkaart van Nederlandsch Oost-Indië van P.R. Bos en R.R. Rijkens uitgegeven door J.B. Wolters in Groningen, 1881. Schaal 1:2.000.000, 12 bladen, ca. 165 x 240 cm, collectie Bodel Nijenhuis, Universitaire Bibliotheken Leiden.

DR. IR. L.E.S. BRINK is eigenaar van antiquariaat De Wereld aan de Wand, dat gespecialiseerd is in wandkaarten.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Jan van Gorkum en zijn Lithographisch Etablissement. Deel 2: Doorstart in Leiden

In de jaren 1825-1830 is bij de Militaire Verkenningen in Gent een ‘lithographisch etablissement’ tot stand gekomen. Drijvende kracht was Jan Egbert van Gorkum, hoofd van dit legeronderdeel, dat karteringen uitvoerde in de Zuidelijke Nederlanden. De lithografische drukkerij was in eerste instantie opgezet om de Geologische en Mineralogische Kaart uit te geven. Deze was het resultaat van het topografische verkenningswerk, in combinatie met geologische waarnemingen. In 1825 gaf het Ministerie van Binnenlandse Zaken opdracht de kaart als kopergravure te drukken. Van Gorkum kwam echter al snel tot het inzicht dat steendruk tot een betere kwaliteit zou leiden. Om de daarvoor benodigde expertise in huis te halen, wist hij zich te ontfermen over de steendrukkerij van Paulmier, inclusief de opdracht van het genoemde ministerie om de kaarten bij het rapport van de zogenaamde Rivierencommissie te drukken. Nadat deze in 1829 gereed waren gekomen, werd het werk voor het ministerie vervolgd door het drukken van de kaarten van de Zeeuwse Stromen. 
 

Buiten de kartografie werd nog een project voor het drukken van afbeeldingen bij verstreken octrooien aangenomen. Toen de drukkerij goed en wel begon te functioneren, werden de werkzaamheden in 1830 abrupt onderbroken door de Belgische Opstand. De lithografische pers en stenen moesten in allerijl in schepen worden geladen en naar Nederland vervoerd.

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.

Topographische kaart der grensscheiding tussen het Oud Nederland en de Belgische provintiën op schaal 1:100.000. Collectie Bibliothèque nationale de France, département Cartes et plans, GE C-11153 (3).

DR. F.W.J. SCHOLTEN is oud archiefinspecteur van Gelderland. Hij promoveerde in 1989 in Utrecht op een proefschrift over topografische militaire kaarten en stadsplattegronden uit de periode voor 1795.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Kaarten van koloniale expedities: De Marronexpedities in achttiende-eeuws Suriname

Een belangrijk kenmerk van vroegmodern Suriname was de aanwezigheid van Marrongemeenschappen in de tropische bossen rondom de koloniale plantages. Hoewel deze gemeenschappen van weggelopen slaafgemaakte mannen en vrouwen in het binnenland van Suriname een eigen leven opbouwden, waren zij nooit ver verwijderd van de koloniale plantages waarvan zij afhankelijk waren voor wapens en voedsel. Marrons waren er in geslaagd een autonoom leven op te bouwen, maar leefden niet in isolatie. Zij stonden in contact met andere Marrongemeenschappen, inheemse groepen, koloniale autoriteiten en met familieleden of vrienden in slavernij, die niet ontsnapt waren aan het slavernijregime. Gedurende de achttiende eeuw stonden deze Marrongemeenschappen voortdurend op het netvlies van de koloniale autoriteiten in zowel Suriname als de Republiek. Vanuit koloniaal perspectief vormden zij een bedreiging voor de kolonie en het systeem van slavernij: opstandigheid en desertie onder slaafgemaakten lag continu op de loer en de verschillende Marrongemeenschappen voerden regelmatig aanvallen uit op de plantages. Dit leidde in de tweede helft van de achttiende eeuw tot verschillende militaire expedities van de koloniale autoriteiten, waar in die tijd verschillende kaarten van zijn gemaakt.

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.

 

Anonieme Kaart, Van de Expeditie der Surinaamse Burger Volontairen teegen de rebelleerende Neeger=Slaaven in Tempati (…), [1757]. Nationaal Archief, 4. VEL, inv.nr. 2124.

M. KEULEN is onderzoeksmaster student Colonial and Global History aan de Universiteit Leiden. Daarnaast werkt ze als studentassistent voor het onderzoeksproject In the Same Sea: The Lesser Antilles as a Common World of Slavery and Freedom dat is verbonden de Universiteit van Kopenhagen.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

De Grote Atlassen online beschikbaar. Digitalisering van de door Asia Maior/Atlas Maior uitgegeven atlasserie

De afgelopen jaren is een lang gekoesterde wens van het Nationaal Archief (NA) in vervulling gegaan: in samenwerking met uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior is gestart met het digitaal beschikbaar stellen van de tussen 2006 en 2012 uitgebrachte atlasserie die gewijd is aan de kartografie van de voormalige Nederlandse koloniën. Iedereen kan het resultaat nu bekijken op de website van het Nationaal Archief. Dit artikel staat stil bij de totstandkoming van deze digitale edities.

Lees het volledige artikel in jaargang 41 (2022) no. 2 van Caert-Thresoor.
 

Stadskaart van de Gemeente Batavia 1:10.000 (verkleinde uitsnede), Topografische Dienst Nederlands Indië, 1921 (1918). GANOI, p. 238.

Wilt u zelf de gedigitaliseerde atlassen bekijken?
Alle gedigitaliseerde atlassen en andere digitale publicaties van het Nationaal Archief zijn opgenomen in een aparte inventaris. Door naar www.nationaalarchief.nl te gaan en daar in de zoekbalk het nummer 2.14.97 in te vullen komt u bij de juiste inventaris uit. Onder rubriek B. Bibliotheek vindt u alle atlasdelen. Door op een titel te klikken komt u in de atlas terecht. Ook zijn links naar de atlassen opgenomen in de zoekhulpen op de site van het NA.

DRS. T. DRESSCHER is freelance historicus met als specialisaties maritieme en koloniale geschiedenis.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Jan van Gorkum en zijn Lithographisch Etablissement. Deel I: de beginjaren in Gent

In 1827 werd bij het legeronderdeel Militaire Verkenningen een ‘lithographisch etablissement’ in het leven geroepen. Het was de tegenhanger van een soortgelijke drukkerij bij de andere afdeling van hetzelfde legeronderdeel, waaraan eerder in dit tijdschrift een artikel is gewijd. Het nieuwe etablissement ontwikkelde zich tot een steendrukkerij, die kartografische producten van hoge kwaliteit leverde. Koeman spreekt van ‘het bijna onovertrefbare hoge niveau van de eerste op steen getekende topografische kaarten’ met als hoogtepunten de rivierkaarten, die er vanaf 1836 werden gedrukt, en uiteindelijk vanaf 1843 ook de Topographische en Militaire Kaart van het Koningrijk der Nederlanden (TMK). Hieraan ging een bewogen geschiedenis vooraf, waarin Jan Egbert van Gorkum de hoofdrol speelde. Hieronder wordt daarvan het eerste gedeelte beschreven. Dit speelde zich af in Gent en omvat de totstandkoming van de lithografische drukkerij. Het vervolg, na de noodgedwongen verhuizing naar Leiden, zal in een afzonderlijke bijdrage in een volgend nummer van Caert-Thresoor worden beschreven.
 

Portret van Jan Egbert van Gorkum door Johann Peter Berghaus, naar anoniem, 1862. Rijksmuseum, RP-P-1903-A-23112.

Lees het volledige artikel in jaargang 41 (2022) no. 2 van Caert-Thresoor.

DR. F.W.J. SCHOLTEN is oud archiefinspecteur van Gelderland. Hij promoveerde in 1989 in Utrecht op een proefschrift over topografische militaire kaarten en stadsplattegronden uit de periode voor 1795.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Herkend: de eerste uitgave van de kaart van Amsterdam van Pieter Persoy uit 1694

In 2013 verscheen Kaarten van Amsterdam 1538-1865. Onder catalogusnummer 94 worden drie uitgaven van een laat zeventiende-eeuwse kaart onderscheiden. Bij het samenstellen van een dergelijke kartobibliografie zijn die verschillende staten dan ook daadwerkelijk door de auteur gezien. In dit geval waren alleen de tweede en derde uitgave bekend. Het bestaan van de eerste staat kon alleen worden beredeneerd.

Lees het volledige artikel in jaargang 41 (2022) no. 2 van Caert-Thresoor.
 

De eerste staat van de kaart van Amsterdam uitgegeven door Pieter Persoy in 1694 (Particuliere collectie New Mexico, VS).

DR. M.M.T.L. HAMELEERS (1954) studeerde historische cartografie aan de Universiteit Utrecht bij professor Gunter Schilder. Na zijn afstuderen werkte hij daar ruim vijf jaar. In 1989 werd hij benoemd als conservator van de kaartcollectie van het Stadsarchief Amsterdam. In 2015 promoveerde hij aan de Universiteit Utrecht op een onderzoek over grootschalige kaarten van Amsterdam. Begin november 2020 ging Marc Hameleers met pensioen.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Kloosters te koop: Plattegronden van kloosters in Belgische steden uit het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw

Als oriëntatiepunten van de middeleeuwse en vroegmoderne stad bij uitstek zijn stedelijke kloosters vaak en met zorg afgebeeld op stadsplattegronden, vogelvluchtperspectieven en andere topografische afbeeldingen. In het onderzoek voor mijn proefschrift stuitte ik op plattegronden van de kloosters die minder bekend zijn: de plattegronden die vanaf het eind van de achttiende eeuw na de opheffing van de kloosters in opdracht van de staat werden opgetekend. In dit stuk wordt eerst de historische context van de kloosteropheffingen en de verkopen geschetst, alvorens stil te staan bij twee concrete voorbeelden en af sluiten met enkele bevindingen.

Lees het volledige artikel in jaargang 41 (2022) no. 2 van Caert-Thresoor.
 

Vogelvluchtperspectief van het augustijnenklooster in Brussel, Le Roy, 1729 (Le grand théâtre sacré du Duché de Brabant t. I, p. 268).

DR. R. KLAARENBEEK is werkzaam als conservator kaarten en atlassen bij de Universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde sociale geografie (UU) en erfgoedstudies (VU) en promoveerde in juli 2020 aan de KU Leuven.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

De Bondsatlas: Atlas van Nederland van de ANWB

Vanaf het einde van de negentiende eeuw tot 1940 verzorgde de ANWB de uitgave van een atlas, die bestond uit 36 losse kaarten. Deze atlas staat bekend onder de naam Bondsatlas. In dit artikel wordt ingegaan op de geschiedenis van deze atlas, en wordt gepoogd enige helderheid te verschaffen ten aanzien van productie en gebruik.

Lees het volledige artikel in jaargang 41 (2022) no. 1 (ANWB-special) van Caert-Thresoor.
 

Bladwijzer van den Atlas van Nederland van den A.N.W.B. Allard Pierson UvA HB-KZL 61.25.31.

DRS. R. STORM (1962) werkt vanaf 1989 in de wetenschappelijke bibliotheek, sinds 2014 als conservator kartografie, geografie en reizen bij Allard Pierson | De Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Ook is hij redactiesecretaris van het tijdschrift Caert-Thresoor.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Op pad met de ANWB: Toeristen tekenden hun eigen kaarten

Sinds 1884 geeft de ANWB kaarten uit. En dit doet ze nog steeds. Al 138 jaar zijn ANWB-kaarten een begrip. Waarom begon de ANWB met uitgifte van de kaarten en plattegronden en is ze dit blijven doen? En wat vertellen de kaarten van de ANWB ons over de ontwikkeling van de wegeninfrastructuur, de mobiliteit en het toerisme in Nederland?

Lees het volledige artikel in jaargang 41 (2022) no. 1 (ANWB-special) van Caert-Thresoor.
 

Wielrijderskaart uit 1884, getekend door ANWB-voorzitter Charles Bingham. (ANWB-bedrijfsarchief)
DR. H. BUITER is sinds 2008 verenigingshistoricus van de ANWB. Hij doet onderzoek en verzorgt tentoonstellingen, lezingen, rondleidingen en publicaties. Daarvoor werkte hij als techniekhistoricus, voor de Stichting Historie der Techniek en de TU/e, waar hij in 2005 promoveerde op Riool, rails en asfalt. 80 jaar straatrumoer in vier Nederlandse steden.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Honderd jaar wegenkaarten van de ANWB 1883-1983

Met de oprichting van de Algemene Nederlandsche Wielrijders-Bond (ANWB) in 1883 begon een periode waarin burger-vrijwilligers zelf ruimtelijke informatie gingen verzamelen, een activiteit die voordien het souvereine recht van de overheid en haar dienaren was geweest. Zoals dat nu bij Open Street Map gebeurt, gingen ze het terrein in, verzamelden informatie aangepast aan de vragen van de gebruiker en pasten die in op de kaart. Die gebruiker was in 1883 de fietser, die er met zijn rijwiel op uit trok, onafhankelijk van trein of beurtschipper. De ANWB deed zo ervaring op met het zelf informatie verzamelen en bestaand kaartmateriaal aanpassen of aanvullen.

Lees het volledige artikel in jaargang 41 (2022) no. 1 (ANWB-special) van Caert-Thresoor.
 

Omslagontwerpen van de Autokaart van de ANWB uit 1931, 1937, 1971 en 1976. Universiteitsbibliotheek Utrecht, kaart: VII Ba3, 51 en 300.

DR. F.J. ORMELING is emeritus hoogleraar Kartografie en lid van de Explokart onderzoeksgroep, Bijzondere collecties, Universiteit van Amsterdam

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor