Een herontdekte proceskaart: een kaart van het grensgebied tussen Utrecht en het Gooi

Tijdens de – nog voortdurende – digitalisering van de Collectie Hingman (Nationaal Archief, 4.VTH en 4.VTHR) kwam een interessante kaart over de grens tussen het Gooi en Utrecht naar boven. De kaart geeft het grensgebied weer en op de rand van de kaart staat een plattegrond in vogelvlucht van de stad Utrecht. Uit literatuuronderzoek blijkt dat de kaart altijd buiten het zicht van onderzoekers is gebleven. Voldoende reden om de kaart aan een nader onderzoek te onderwerpen. In deze bijdrage wordt eerst kort de context geschetst, voordat de kaart nader geanalyseerd wordt. Is één van de verloren gewaande kaarten van het grensgebied teruggevonden?

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.
 

Kaart van Gooiland met de aangrenzende landen en heerlijkheden (Nationaal Archief, Den Haag, Verzameling Binnenlandse Kaarten Hingman, nummer toegang 4.VTH, inventarisnummer 2587)

DR. R. KLAARENBEEK is werkzaam als conservator kaarten en atlassen bij de Universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde sociale geografie (UU) en erfgoedstudies (VU) en promoveerde aan de KU Leuven.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Een zomer vol kaartontmoetingen. Map encounters tijdens de voetreis van Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp in 1823

Exact tweehonderd jaar geleden ondernamen twee jonge Nederlanders een voetreis door Nederland. Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp vertrokken op woensdag 28 mei 1823 vanuit Amsterdam en liepen vervolgens min of meer kloksgewijs door de noordelijke provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tijdens hun tocht bezochten ze allerlei plekken en ontmoetten ze lokale notabelen, familieleden, vrienden en verwanten. Beide heren schreven hun bevindingen neer. Vooral het brievendagboek van Jacob van Lennep biedt een bijzonder interessante inkijk in het leven van beide heren, hun voetreis en het toenmalige Nederland. Maar het is ook interessant voor wie de geschiedenis van de kartografie bestudeert: het dagboek biedt immers de gelegenheid na te gaan of en in welke mate reizigers in aanraking zijn gekomen met kaarten. In februari 2023 maakten studenten Edwin Ariëns, Charlotte Lammers, Jeroen Pelkman, Luc Streuper en Kirsten Udo hierover een kleine expositie in het Allard Pierson te Amsterdam. Dit artikel bouwt voort op hun onderzoek en bevindingen.

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.
 

Zelfportret van Jacob van Lennep in zijn studeerkamer, met een kaart aan de wand, gegraveerd door Jacob Ernst Marcus voor de titelpagina van Van Lenneps Academische Idyllen, Amsterdam: P. Meyer Warnars, 1826 (Amsterdam, Allard Pierson, IWO-depot, BALIE 263.C3).

PROF. B.J. VANNIEUWENHUYZE is bijzonder hoogleraar historische cartografie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is lid van de Onderzoeksgroep Explokart bij het Allard Pierson.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Was de kritiek terecht? Von Derfelden van Hinderstein versus Melvill van Carnbée

Overzichtskaarten van het toenmalige Nederlands-Indië bestaan vanaf 1818, toen Johannes van den Bosch zijn Atlas der overzeese bezittingen uitbracht. De schaal van de overzichtskaart van de Indische archipel in deze atlas is ongeveer 1:9 miljoen en dat biedt niet de mogelijkheid om veel detail te tonen. Het was dus geboden, om de grenzen van het overzeese rijk nauwkeuriger weer te geven en een meer gedetailleerde kaart te vervaardigen. Die taak werd vanaf 1820 opgenomen door Gijsbert Franco baron von Derfelden van Hinderstein (Von Derfelden), een Utrechtse kamergeleerde in de beste zin van het woord en in de jaren veertig door Pieter baron Melvill van Carnbée (Melvill), luitenant ter zee van de Koninklijke Marine. De hulpbronnen die ze ter beschikking hadden en de schaal van de kaart bepaalden de productietijd: de kaart van Von Derfelden op de schaal 1:4,5 miljoen kwam pas gereed in 1842, die van Melvill in 1846, op de schaal 1:8,5 miljoen. Melvill claimt bij de uitgave: “Ondanks de vrij kleine schaal biedt onze kaart meer detail dan alle andere overzichtskaarten die tot nu toe zijn gepubliceerd.” Dat geeft aanleiding om de nauwkeurigheid van beide kaarten met elkaar en de werkelijkheid te vergelijken.

Lees het volledige artikel in het nieuwe gedrukte nummer van Caert-Thresoor.
 

Titelpagina van de Atlas der Overzeesche Bezittingen van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden (1818), bedoeld als bijlage bij een verhandeling over onze koloniën (Nederlandsche bezittingen in Azia, Amerika en Afrika, in derzelver toestand en aangelegenheid voor dit Rijk, wijsgeerig, staatshuishoudkundig en geographisch beschouwd) (Canberra, National Library of Australia, MAP Ra 94.).

J.W. LEEFLANG MA is freelance historicus, lid van de Explokart onderzoeksgroep en wetenschappelijk medewerker voor de Stichting Historiae Cartographicae Cathedra, die verbonden is aan de leerstoel Historische Kartografie aan de Universiteit van Amsterdam.

DR. F.J. ORMELING is emeritus hoogleraar kartografie en lid van de Explokart onderzoeksgroep, Bijzondere collecties, Universiteit van Amsterdam.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Samuel Fahlberg. Kartograaf van Zweedse én Nederlandse Caribische eilanden

De Zweed Samuel Fahlberg (1758-1834) is niet erg bekend in de Nederlandse kartografische wereld. Toch is hij als kaartmaker actief geweest binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Tenminste, als we ook de kleinste delen van het overzeese gebied van het Koninkrijk meerekenen. Van 1810 tot 1834 was hij op Sint Eustatius en Sint Maarten woonachtig en werkzaam, onder andere als kartograaf. Maar hoe kwam hij hier terecht? Wat deed hij in de voorafgaande jaren? En is hij in Zweden, zijn land van herkomst, bekend?

Lees het volledige artikel in jaargang 42 (2023) no. 3 van Caert-Thresoor.
 

Nederlandse Bovenwindse eilanden met Saint-Barthélemy op een kaart van P. Melvill van Carnbee, 1846 (Universiteitsbibliotheek Leiden, COLLBN Port 188 N150).

DR. W. E. RENKEMA (1942) was tot zijn pensionering werkzaam als leraar geschiedenis en schoolleider. Hij publiceerde onder andere een proefschrift over Curaçaose plantages en een boek over oude kaarten van de zes eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen. De publicatie Polderkaarten, over oude kaarten van waterschappen en polders in Nederland, verscheen eerder dit jaar in de Explokartreeks

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Reuzenglobes voor Richelieu. De handgeschreven notities van Ernst Brinck

Onder de elite van de zeventiende eeuw bewoog de erudiete Harderwijkse regent Ernst Brinck (1582-1649). Hij volgde de ontdekkingen op de voet, verzamelde exotica, bestudeerde kaarten en wisselde onderling informatie uit. Duizenden handgeschreven notities van Brinck zijn overgeleverd in 45 perkamenten bandjes. Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe heeft ze gefotografeerd en online toegankelijk gemaakt. Ze bevatten een schat aan informatie over talloze, uiteenlopende onderwerpen. Brincks handschrift is lastig te lezen en hij schreef over van alles en nog wat door elkaar, afwisselend in vier talen. Hoeveel Brinck ook schreef, gepubliceerd heeft hij nauwelijks. De notities dienden hem vooral als geheugensteun. Zijn enige twee publicaties zijn bijdragen aan atlasuitgaven in 1630 en 1652. Aan de hand van vier onderwerpen wordt in dit artikel een indruk van Brincks werkwijze en belangstelling voor kartografie gegeven.

Lees het volledige artikel in jaargang 42 (2023) no. 3 van Caert-Thresoor.
 

Aantekeningen van Ernst Brinck over globes en landkaarten (Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe, Oud-Archief Harderwijk, Harderwijk, inv. 2037, fol. 94r).

Kaart van China, Jodocus Hondius, 1606. (Amsterdam, Allard Pierson UvA, HB-KZL 33.14.59).

DR. M. ROSCAM ABBING is onafhankelijk onderzoeker en woont in Hoorn.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Frans Florisz. van Berckenrode. Landmeter en rooimeester in Batavia, 1625-c. 1638

In 1619 werd onder leiding van gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen het Javaanse Jayakarta veroverd en met de grond gelijk gemaakt. Op deze plek verrees een groot fort, het kasteel genoemd, waarin het personeel van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) werd gehuisvest en de pakhuizen en werkplaatsen ingericht. Aan de zuidkant werd om de oude Chinese wijk heen een nieuwe stad aangelegd, Batavia. Voor het registreren van de vele nieuw uitgegeven bouwpercelen werd in 1625 een officiële landmeter aangetrokken, Frans Florisz. van Berckenrode.

Lees het volledige artikel in jaargang 42 (2023) no. 3 van Caert-Thresoor.
 

Perfecte afbeelding van de stadt Batavia gelegen aen de Noordwesthoek van Java in O. Indien, 1650. Situatie van 1638. Het noorden is links. Pentekening door Dyonisus Paulusz., 35 x 58 cm (British Library, Londen, Add. Ms. 5027 A, fol. 73).

A.B. BROMMER, voormalig museumdirecteur, specialiseerde zich in de Nederlandse overzeese geschiedenis en kartografie. Ze werkte onder meer mee aan enkele delen van de Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Carel Frederik Stemler. Een unieke atlas in de collectie van het KNAG – of niet?

Jacob Kuijper, een van de oprichters en erelid van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) overleed in Den Haag op 3 februari 1908, 86 jaar oud. Zijn verdiensten werden bij die gelegenheid in diverse kranten gememoreerd. Daarbij wordt meermalen melding gemaakt van een unieke atlas.

Lees het volledige artikel in jaargang 42 (2023) no. 2 van Caert-Thresoor.
 

Kaart van Australië. In de Atlas der Wereld […], Amsterdam, Stemler, 1857. (Allard Pierson UvA, HB-KZL I 6 C 31; bruikleen KNAG). NB De kaart zelf is gedateerd 1856.

DRS. R. STORM (1962) groeide op in Brabant, studeerde in Amsterdam en Leiden en werkt als conservator Kartografie, Geografie en Reizen bij het Allard Pierson | De Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Een kaart als poststuk: Een ‘vuile’ kaart van Bohemen uit 1745

‘Vuile Kaarten’ is de titel van de masterthesis waarmee Jornt Leeflang zijn studie Boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) in 2021 voltooide. Deze thesis gaat over aantekeningen, stempels, plakkertjes en dergelijke die op een kaart zijn aangebracht. Leeflang vraagt zich af “Wat zeggen deze aantekeningen over het document, en wat is de relatie tussen de aantekeningen en het kaartdocument? Zijn het voor kaartonderzoekers zinvolle schrijfsels?” In kartobibliografisch onderzoek kijk je gewoonlijk juist niet naar dit soort annotaties. Deze thesis zorgde ervoor dat de auteur meer ging letten op de niet gedrukte zaken op een kaart, op voor- én achterzijde. In de collectie van het KNAG bevindt zich een goed voorbeeld: een kaart met vele verschillende aantekeningen, en de achterzijde zit vol vuile vegen. In dit artikel worden de gebruikerssporen geanalyseerd om te kijken of deze enige betekenis hebben en zo ja welke.

Lees het volledige artikel in jaargang 42 (2023) no. 2 van Caert-Thresoor.
 

De achterzijde van Schenks kaart van Bohemen (Amsterdam, Allard Pierson UvA, HB-KZL 107.01.27; bruikleen KNAG).

DR. P.C.J. VAN DER KROGT (1956) was tot zijn pensioen in 2022 Jansonius-conservator bij Allard Pierson | de Collecties van de Universiteit van Amsterdam, nu verricht hij als vrijwilliger onderzoek in het kader van Explokart.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

De Kadastrale overzichtskaart der Afdeeling Batavia uit 1878

Deze plattegrond, uit de collectie van het KNAG, van de stad Batavia (thans Jakarta) in vier bladen (zie afbeelding, het noorden is boven) is op steen gezet en gedrukt door de firma Smulders in Den Haag, in het jaar 1881. De compilatie uit de 137 detailkaarten en de nettekening is gerealiseerd door de adjunct-landmeter der tweede klasse A. H. Eckringa en het hele project stond onder leiding van de chef van de Dienst van het Kadaster in Nederlands-Indië, ir F. Verstijnen. Die kadasterkaarten hadden waarschijnlijk de schaal 1:3.000 en om de informatie uit die bladen over te nemen op de schaal 1:10.000 moet er dus behoorlijk gegeneraliseerd zijn. Die oorspronkelijke zwart-wit kadasterbladen hadden geen grondgebruiksinformatie en die moet dus uit andere bronnen zijn toegevoegd. Straat- en buurtnamen kon men wel aan de detailbladen ontlenen.

Lees het volledige artikel in jaargang 42 (2023) no. 2 van Caert-Thresoor.
 

De Kadastrale overzichtskaart der afdeeling Batavia. Dienst van het Kadaster,Batavia 1881. Schaal 1:10.000 (Allard Pierson UvA, HB-KZL 65.02.10-13; bruikleen KNAG).

DR. F.J. ORMELING is emeritus hoogleraar Kartografie en lid van de Explokart onderzoeksgroep, Allard Pierson | de Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor

Een mysterieuze achttiende-eeuwse atlas van de kusten van Ceylon

Tot één van de vele hooglerarenverzamelingen van de Universiteitsbibliotheek Utrecht – die van Gerrit Moll (1785-1838) – behoort een curieus handschrift met geaquarelleerde kustprofielen en bijbehorende teksten over Ceylon. Strikt genomen is het geen handschrift; het werk bevat namelijk ook enkele gedrukte kaarten, die ogenschijnlijk uit andere atlassen en boeken gesneden en opgeplakt zijn. Wat zijn de achtergronden van dit merkwaardige document en met welk doel is het vervaardigd? Verslag van een speurtocht naar de antwoorden op deze vragen, die uiteindelijk leidt tot de ontdekking van een bijzondere ‘driehoeksverhouding’ en mogelijk zelfs een nog complexer relatienetwerk.

Lees het volledige artikel in jaargang 42 (2023) no. 1 van Caert-Thresoor.
 

Gedrukte kaart van de Baai van Trincomalee
(Utrecht Universiteitsbibliotheek, Hs 6 A 23 Lk, 63r).

DR. M. VAN EGMOND (1969) is conservator kaarten, atlassen en gedrukte werken bij de Universiteitsbibliotheek Utrecht.

Caert-Thresoor verschijnt 4 keer per jaar op papier. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.

Word nu abonnee van Caert-Thresoor