Van de achterkant gepeuterd: de ontdekking van een onbekende plattegrond van kasteel Kattelaar

Bij de historische kartografie draait het om oude kaarten en wat er op afgebeeld staat. In een heel enkel geval gaat het om de achterkant van een kaart. In 1991 werd een kaart uit een van de archieven van het Historisch Centrum Overijssel (HCO) opgeknapt. De papierdelen en snippers aan de achterzijde werden verwijderd. In dit artikel is te lezen hoe historische kartografie en een paar papiersnippers iets meer kunnen vertellen over een vergeten kasteel.

 

Johan Muller

Het begon allemaal bij Johan Muller, die de kaart in manuscript vervaardigde in 1726, met afmetingen van meer dan 250 cm bij 88 cm. In het Repertorium van Nederlandse kaartmakers van Marijke Donkersloot (2003) komt geen Johan Muller voor. In de lijst staat wel een Muller vermeld zonder initialen, die als cadetbombardier in 1792 een kaart van Hasselt maakte. Dit is te laat om Johan Muller te zijn. Op de website van de Studiekring Historische Cartografie1 wordt een kaart

 
Drs. E.M. Smit is kaartbeheerder bij Historisch Centrum Overijssel te Zwolle en op projectbasis gedetacheerd bij het Nationaal Archief.
De door de tijd en door het gebruik aangetaste kaart van Johan Muller uit 1726. Uit de collectie van het Historisch Centrum Overijssel te Zwolle (Toegang 700, kaartenlijst 4 E, inventarisnummer 196, te zien in de beeldbank onder nummer KD000196)

beschreven die Johan Muller in 1728 maakte in opdracht van Unico Willem graaf van Wassenaer Obdam, die huisde op kasteel Twickel. Dat jaartal komt dichter in de buurt.

Het prachtige manuscript uit 1726 geeft het gebied weer tussen Zwolle en Hasselt aan het Zwarte Water. Muller werkte blijkbaar niet alleen voor de graaf, want deze kaart stelde hij samen voor de ‘weledele hoogh achtbaare heeren burgemeesteren en raeden der st[ad] Zwolle’. In deze stad ligt het stuk nog steeds, veilig opgeborgen in de depots van het Historisch Centrum Overijsel (HCO).

Dragerdelen

Het was duidelijk dat de kaart een opknapbeurt nodig had. Om duurzame stevigheid te garanderen besloot men bij de restauratie de kaart op een andere drager te plakken. Om dat naar behoren te kunnen doen,

werden de bladen die de gehele kaart vormden, voorzichtig losgeweekt om vervolgens opnieuw te worden bevestigd.

Bij het losweken van de kaart kwamen er zogeheten dragerdelen vrij. Deze stukken papier stammen uit ongeveer dezelfde tijd als de kaart zelf. Papier was vroeger schaars en we kunnen ervan uitgaan dat men nauwelijks papier weggooide, maar hergebruikte. Dat gebeurde ook bij de kaart van Johan Muller, waarbij oude papierbladen een tweede leven kregen als achterkant. Het kan zijn dat Johan Muller de dragerdelen zelf bevestigde om de kaart bij voorbaat te verstevigen of om de verschillende bladen goed aan elkaar te kunnen plakken. In dat geval stammen zouden de papiersnippers uit 1726 of een paar jaar eerder stammen.

Het lijkt er meer op dat de dragerdelen in een later stadium aan de achterkant opgeplakt…

Dit is een voorproef uit jaargang 36 (2017) no. 2 van Caert-Thresoor. De redactie plaatst de inmiddels verschenen afleveringen met een vertraging van 3 jaar op de website.
Wilt u de gegevens actualiseren?